Voor de centen valt Rohda niet van zijn geloof

Nog maar enkele jaren geleden leverde Amsterdam zes clubs aan de hoofdklasse van het zaalkorfbal. Dit seizoen is alleen Blauw Wit nog vertegenwoordigd in de hoogste afdeling. Toch blijft het gedegradeerde Rohda zich hardnekkig “het Ajax van de korfbalsport” noemen.

AMSTERDAM, 20 NOV. Het 75-jarig bestaan van de Amsterdamse korfbalclub Rohda had moeten worden gevierd met het bereiken van de zaalfinale in Ahoy'. Maar uitgerekend tijdens zijn 25-jarig jubileum als voorzitter beleefde George Kruse de grootste deceptie in de geschiedenis van de club. Voor het eerst sinds 1972 speelt tienvoudig zaalkampioen Rohda in de overgangsklasse en het perspectief op een snelle terugkeer naar de hoofdklasse is gering nu ook goalgetter Frits Wip de ploeg voor de start van de zaalcompetitie heeft verlaten.

Een pijnlijke bijkomstigheid voor Kruse sr. was dat Rohda degradeerde onder leiding van zijn zoon René, die als speler in 1994 nog afscheid had genomen met de zaaltitel. “Ik kan er nu beter tegen dan tien jaar geleden, toen had ik een degradatie emotioneel niet kunnen verwerken”, mijmert de 67-jarige voorzitter. “Het enige wat je mijn zoon wellicht kunt verwijten, is dat hij te aardig en te sociaal is geweest. René dacht dat zijn spelers hun sport net zo intens beleefden als hij. Na drie jaar was hij blij ervan af te zijn.”

Enig leedvermaak over de val van Rohda kan rivaal Blauw Wit niet worden ontzegd. De favoriet voor een finaleplaats in Ahoy' concludeert minzaam dat Rohda niet langer kan teren op de eigen jeugd. Blauw Wit scout al jarenlang in de regio en betaalt een onkostenvergoeding aan zijn spelers. Dat taboe is inmiddels opgeheven bij het korfbalverbond (KNKV), maar niet bij Rohda hoewel de familiesport al sinds mensenheugenis een 'zwart circuit' kent.

“Ik vind het standpunt van Blauw Wit nogal kortzichtig”, meent Kruse. “Die club heeft ook geen andere keuze, omdat het nauwelijks jeugd heeft. Rohda had zich wellicht kunnen handhaven in de hoofdklasse door spelers van buiten te halen. Maar moeten wij van ons geloof vallen om een topteam te creëren? Het inpassen van jong talent uit de eigen jeugdafdeling is altijd de kracht geweest van Rohda en ik weiger die traditie te verlaten, omdat we nu zijn gedegradeerd.”

Op uitdagende toon vertelt Kruse dat zijn collega van DKOD zich wil spiegelen aan de structuur van Rohda. “Maar eerst moest ik een lot van honderd gulden kopen om een faillissement van zijn club te voorkomen. Dat is dus het resultaat van de werkwijze van Ben Crum, die overal in Nederland spelers ronselde voor DKOD en na dertig jaar één veldtitel op zijn erelijst heeft staan. Met Oost-Arnhem gebeurt hetzelfde als het zijn beleid niet radicaal wijzigt. Ik ben een ouderwetse knakker. Ik zie niets in dat professionele gedoe.”

Het klinkt even idealistisch als naïef, want ook bij het KNKV vindt de prediker van Rohda nauwelijks gehoor. Kruse: “Ik heb enkele jaren deel uit gemaakt van het overleg tussen de bond en de clubs uit de hoofdklasse, maar daar ben ik mee gestopt. Zelfs de stemmingen en de notulen werden vervalst. Alle ideeën vanuit de clubs werden terzijde geschoven. Ik heb ooit een rel ontketend met de opmerking dat ik de toenmalige pr-functionaris van het KNKV, Joop Bloemheuvel, allang had ontslagen als hij in mijn bedrijf had gewerkt. Die aanval was niet persoonlijk bedoeld, ik wilde slechts aangeven dat de bond geen uitstraling heeft.”

En ook na de dood van Bloemheuvel bespeurt Kruse geen verbetering in het pr-beleid van het KNKV. “De clubs kregen onlangs de opdracht de regionale televisie te benaderen voor het uitzenden van wedstrijden. Maar waarom zou ik AT5 bellen? Ze bellen mij maar, ik krijg er toch geen stuiver voor? En als AT5 dan komt, kost het mij tien consumptiebonnen, krijg ik ruzie met de supporters omdat die door de stellages niets van de wedstrijd kunnen zien en worden we afgescheept met één minuut beeld. Ik heb die regionale tv niet nodig.”

Rohda floreert nog altijd bij de gratie van zijn vrijwilligers en korfballers brengen nu eenmaal korfballers voort. “Op ons sinterklaas-feest worden peuters van twee, drie jaar oud al geïnjecteerd met het Rohda-gevoel”, zegt Kruse. “Dat is de voornaamste reden waarom Rohda ook over vijfentwintig jaar nog zal bestaan. De jeugd mag veranderen, maar ik heb in mijn leven al nozems, hippies en gabbers meegemaakt. De hippies lopen tegenwoordig achter de kinderwagen en met de gabbers zal het straks niet anders zijn.”

De jeugd blijft volgens Kruse in beweging, zij het niet dank zij de nota van staatssecretaris Terpstra. “We hebben geprobeerd bij Rohda naschoolse opvang te regelen. Maar het verzandt in bureaucratie. Al die nota's van de overheid zijn een wassen neus. Ik kreeg laatst een missive van de Amsterdamse gemeenteraad onder ogen, waarin het ambtenaren wordt toegestaan een dag per week vrij te nemen om vrijwilligerswerk voor de vereniging te doen. Onze club telt vijftien ambtenaren onder zijn leden, maar niemand wil zijn baan in de waagschaal stellen om bij Rohda het clubblad te maken.”

Rohda was ook bereid een Melkert-baan te creëren. Kruse: “Wij kunnen best iemand gebruiken voor het beheer en het onderhoud van de kantine. Ik heb urenlange gesprekken gevoerd met een vertegenwoordiger van de gemeenteraad, ik heb brieven geschreven en wat krijg ik na een jaar te horen? Dat over tien dagen een bijeenkomst plaatsvindt van de Amsterdamse sportraad, waarin clubs worden geïnformeerd over het scheppen van Melkert-banen! Dan vraag ik me af waar ik een jaar lang mee bezig ben geweest.”

    • Robèrt Misset