Van der Elsken; Een leven met heel veel 'ik'

Alles moest wijken voor de films van fotograaf Ed van der Elsken. Uit het oeuvre van een scheppende, volle ziel.

'Een fotograaf filmt Amsterdam' van Ed van der Elsken opent de NRC Handelsblad-dag op IDFA, zaterdag 29 november. Inlichtingen: (010) 406 6928.

HIJ MAAKTE FOTO'S en hij maakte films en die films halen het niet bij die foto's. Ed van der Elskens foto's zijn geslepen, direct, diepzinnig en geinig. Zijn films daarentegen zijn verre van geslepen, ze zijn naïef van melodie en technisch soms al te onvolmaakt. Direct zijn ze wel, bijna bot zelfs. En de gein? Die is ook aanwezig in zijn films, zeker, al ligt het er meermalen dik bovenop - alsof je heel hard op je schouders wordt geslagen door iemand die dubbel ligt om zijn eigen mop.

En toch slepen ze mee, die films met hun wonderlijke, ongeneerd-toepasselijke titels als Welkom in het leven, lieve kleine, De verliefde camera of Avonturen op het land, ze emotioneren juist door hun onbeheerste karakter. Zijn foto's maakte Van der Elsken voor zichzelf. Alle foto's vertegenwoordigen, elk voor zich, autonome werelden. Ze zijn onaantastbaar, ze bestáán, dat zag Van der Elsken als zijn taak, daar ging het hem om.

Maar zijn films, die maakte, nee, die schiep hij opdat iedereen zou zien wat hij zag en hoe hij dat onderging. Verhalen vertelde hij met zijn foto's. Zijn films gaven een blik op de werkelijkheid, een gobelin volgens hem, geborduurd door een natuurkracht in verpletterende gecompliceerde compositie van heel kleine kruissteekjes. Zijn films schreeuwen uit hoe onstuitbaar die werkelijkheid zich ontrolt - om hem heen, boven hem, onder hem, ja zelfs binnenin hem.

En voor die films moest alles wijken.

Ik bedoel dat ik geen documentaire filmer ken die het woord documentair zo letterlijk heeft genomen als Van der Elsken. Met zijn camera documenteerde hij inderdaad wat zich voordeed en hij duldde geen tussenkomst. Makers van documentaires cijferen zichzelf graag weg, op zijn minst verdoezelen ze dat de gebeurtenissen die ze filmen werden omringd door techniek. De mensen over wie ze vertellen en hun wederwaardigheden, daar gaat het hun om. Dat extra lampen en een microfoon aan een hengel een quasi-intimiteit veroorzaken, dat verzwijgt men liever, en vreemd is dat niet. Het onderwerp van de film gaat voor.

Zo niet bij de filmende Van der Elsken. Hij gaat zelf voor. Hij roept, of hij nu bezig is met het filmen van de geboorte van een veulen, een kalf of zijn eigen zoon, dat de aanwezigen uit het licht moeten gaan, of uit zijn beeld. De verpleegster moet opzij, de boerin, gestresst omdat de koe moet kalven via een keizersnee, ook: “Je wou toch op de televisie? Nou dan.”

En hier doemt het grootste verschil op tussen de films en de foto's van Van der Elsken: zijn stem. Zijn nu eens kortaangebonden, dan weer charmant flemende manier van praten. Met Franse woorden, Engelse uitdrukkingen, in een inmiddels archaïsche soort Nederlands uit de jaren zestig en zeventig. Met veel eh's en oh's, met zuchtjes en pauzes en uitgelaten halve zinnen.

Wie zijn foto's bekijkt, wordt een blik in Van der Elskens voor woorden veel te volle ziel vergund. Kijk naar zijn films en hij onderwerpt je aan de verbale dictatuur van zijn gedachten, improviserend, gniffelend, gevoelig, driftig en duivels. En met heel veel 'ik'.

Ed van der Elsken (1925-1990) was een gerenommeerd, zij het voor die tijd alarmerend anarchistisch fotograaf toen hij in de jaren zestig en zeventig cameraman werd, voornamelijk voor televisiereportages van de VPRO en de VARA. Hij deed het uit nood: ondanks het succes van zijn fotoboeken Een liefde in Saint Germain des Prés (1956) en Jazz (1959) slaagde hij er jarenlang niet in het wereldomspannende avontuur Sweet Life (uiteindelijk uitgekomen in 1966) uitgegeven te krijgen.

Contre coeur of niet, vooral onder regie van Jan Vrijman en, zijn eerste regisseur, Hans Keller, ontwikkelde hij de korrelige, onderbelichte filmstijl waarmee hij uiteindelijk elke gebeurtenis zwanger schopte van drama. Ook dankzij hun films kreeg hij de ruimte te ontdekken hoe hij dat drama kon onderbouwen met zijn zeer persoonlijke snaakse oog voor onthullende details. Het was en bleef de blik van de fotograaf, losgelaten op het bewegende beeld. Zo dacht hij er zelf ook over. Kijk maar naar zijn uitgelaten, energieke Een fotograaf filmt Amsterdam (1982).

Wat hij in die jaren uitwerkte tot een filmstijl zat er altijd al in. Van der Elskens eerste echte eigen film, Welkom in het leven, lieve kleine (1963), is er al vol van. Hij volgt zijn hoogzwangere vrouw en zijn anderhalf jaar oude dochtertje in het woninkje aan de kop van de Zeedijk, ook de natuurlijke omgeving van de 'zware jongens en de lichte meisjes'. Van der Elsken legt ze aan de vooravond van de geboorte van zijn tweede kind vast in beeldenreeksen waartussen je de foto's zo kunt aanwijzen. Soms ook bevriest het beeld. Het geluid gaat door, de film gaat door, maar de projectie toont foto's: van de ongedurige kop boven de dikke babyvolle buik, van een dronken vechtjas met een knipmes, van vrouwen, oud, jong of man-maar-travestiet, bij de touperende kapper.

Een ongedurig zelfportret wordt de film, die steeds weer omschrijft hoe Van der Elsken wordt verscheurd tussen het geluk met zijn gezin en het leven buiten in de ruige wereld waarzonder hij niet kan en niet wil werken en leven.

Een kleine twintig jaar later, als de asfalttijger na omzwervingen over de hele wereld de natuur in het IJsselmeerland bij Edam heeft ontdekt, pakt Van der Elsken het niet anders aan. Avonturen op het land heet deze film uit 1980. Opnieuw vertelt de film over hemzelf en opnieuw zien we de bewegende foto's, gefilmd in een rafelige stijl: de jonge koeien die waterangst wordt bijgebracht door ze in de sloot te lokken, de nestelende zwaluwen, de hazen, de zwanen op het zonverlichte water, de nieuwe meisjes-echtgenote, haar liefde, haar lichaam, haar tranen - alles wat het leven waardevol maakt voor Van der Elsken wordt genoteerd in visuele telegramstijl en opnieuw zitten er 'echte' foto's tussen. En altijd, in elke film hiervoor en hierna, bleef het sleutelwoord: 'ik'. En altijd is die 'ik' fotograaf.

Tot zijn laatste film, Bye (1990).

Ed van der Elsken kon weinig meer, toen hij die film maakte. De kanker had hem afgemat eer hij goed en wel was begonnen met filmen en die kanker liet zich, anders dan zijn vroegere personages, niet commanderen. Achter de ramen vergleden de seizoenen over het stralende Hollandse landschap, maar Van der Elsken kon er niet meer bij. De kanker vrat door en hem restte weinig anders dan te filmen. In de lens te kijken, zichzelf te laten bekijken, te vertellen. Al dan niet met een spiekbrief, provocerend, vrolijk tegen de klippen op, of met van doodsangst brekende stem. Over zijn verdriet, zijn woede, zijn angst, zijn hoop, zijn pijn. Over zijn liefde voor het leven, voor zijn vrouw, voor zijn jonge zoon.

Ten slotte, als de dood hem zo dicht op de hielen zit dat hij die in het gezicht durft te zien, neemt Ed van der Elsken afscheid van de toeschouwer. Hij kijkt hem aan, spreekt hem toe, troost hem en draagt hem op wat van het leven te maken.

Het is het onvergetelijke slot van een van de mooiste documentaires die er in Nederland ooit werden gemaakt. Door een fotograaf die de moed had voor één keer zijn masker opzij te schuiven en door en door een filmer te zijn.

    • Joyce Roodnat