Staatsman Van Aartsen

UTRECHT. Willen de kippen graag op stro zitten? Ja, dat vinden ze fijn, zegt ir. H. Zeelen van de Nederlandse afdeling van The World Poultry Science Association voor de verspreiding van pluimveewetenschap. Zeven door daglicht beschenen kippen in een hok van een vierkante meter dat voor een derde van het oppervlak van strooisel is voorzien, leggen op speciale legnesten de zogenoemde scharreleieren.

Bij gewone kippen is dat allemaal niet zo, geen daglicht, geen strooisel, geen gemakkelijke legnesten en minder ruimte. Maar, waarschuwt hij, dat strooisel is niet hygiënisch. Het kan ziektes verspreiden en dan zijn kippen pas goed beroerd. Op een hellend stalen roosterwerk zijn ze beter bestand tegen ziekten. “Uit veterinair oogpunt is een kooi een ideaal systeem”, zegt hij.

Zeelen voorziet dat politieke druk zal ontstaan om de kippen buiten te laten lopen zoals vroeger op het erf van de boerderij in het Limburgse Kessel waar hij opgroeide. Inderdaad, buiten lopen en in de grond wroeten, dat vinden kippen leuk. Maar dat is wel schadelijk voor het milieu, want de bijtende fosfaten en nitraten vallen zomaar, ongezuiverd op het land en komen bij grote aantallen in het grondwater terecht, zodat vele generaties na ons met vuil drinkwater zitten.

Een wandeling door de beurs voor de intensieve veehouderij in de uitgestrekte Utrechtse Jaarbeurshallen laat zien dat de Nederlandse bio-industrie haar grenzen heeft bereikt. Dieren zijn er niet te zien, wel schroeicoupeerders, injectiepistolen, drankjes, pillen, kooien, schroefvormige inseminatiedildo's, krachtvoer, een automatische kipophanginstallatie (tegen stress van het personeel), kipvergassers, agrocomputers en luchtverversingssystemen om ze in het benauwde Holland te kunnen houden. De stal van de toekomst is een Death Row voor het varken, verzorgingsstaat en concentratiekamp tegelijk. We zien de boer achteruit leunen voor een paar beeldschermen, terwijl computers hekken openen en sluiten en het gewicht, de temperatuur, de voercombinatie en het optimale tijdstip voor 'ruiming' van de wandelende hammen bijhouden. De stal van de toekomst heeft 325 fokzeugen en 3.000 vleesvarkens, meldt de beschrijving trots.

De meest 'diervriendelijke' behandeling krijgt de Hollandse koe in de wei maar die is ook de grootste vervuiler. Haar vlaai valt zomaar op het vrije veld. Fosfaten, ammoniak, en andere nitraten komen vrij. Kippen doen hun behoefte tenminste op de lopende band. De mest wordt afgevoerd en tot compost verwerkt. Varkens staan in schuren met luchtbewassingsinstallaties en gierkelders. De stallen die het groene etiket verdienen, geven varkens een beetje meer ruimte maar ze zijn vrijwel geheel gesloten. Als alle veertien en een half miljoen varkens zouden gaan scharrelen, stond de verzuring er veel slechter voor. De luttele vierkante kilometers landbouwgrond kunnen de koeien al nauwelijks aan. Een tevreden varken is dus slecht voor het milieu.

Vandaar dat een forse korting op de veestapel het beste is voor dier en milieu. Nederland heeft te weinig ruimte. Elke Nederlandse veehouder betrekt zijn voer van gemiddeld vijf maal zoveel oppervlakte als zijn eigen grond. Dat voer komt nu per bulkschip uit het verre buitenland. De reststoffen blijven hier achter.

Varkens die het goed hebben, moeten flink wat grond ter beschikking hebben en niet de paar vierkante decimeter meer die in de 'stal van de toekomst' op de vakbeurs zijn uitgemeten. De drachtige zeugen staan voortaan wel gezellig bij elkaar maar de vleesvarkens houden in hun cel van beton en staal nog steeds een parkeerprobleem. Als ze bij elkaar mogen en één wil met de neus de andere kant uit staan, moet die een ingewikkelde keermanoeuvre uitvoeren. Ze raakt slaags met het belendende varken dat een snoet in de zij krijgt gedrukt.

Minister Van Aartsen betoont zich staatsman met zijn voorstel tot een korting van 25 procent op de Nederlandse varkens. Van zijn fouten bij de varkenspestcrisis heeft hij geleerd. Boeren kunnen zichzelf niet disciplineren. “Omdat de sector niet tijdig heeft ingezien, dat maatregelen nodig waren, moet de overheid ingrijpen”, zei hij eergisteren bij de opening van de veehoudersbeurs. De jaarlijkse varkenstellingen zijn sjoemelvrij omdat de boer financieel belang heeft bij een juiste opgave. Al twintig jaar wordt er gesproken over inkrimping maar telkens bleken er weer meer varkens te zijn bij gekomen. Drinkwaterbedrijven moeten steeds meer filters aanleggen, de Peelse hei is vergrast, het platteland wasemt ammoniak uit, milieubewegingen protesteren maar de Nederlandse boer, hij bouwde voort.

Helaas past de daadkracht van Van Aartsen niet in ons agrarische sam-sam-stelsel. De landbouwspecialisten vormen een eigen fractie in de Tweede Kamer, ongeacht hun partij, en geven de voorkeur aan de gebruikelijke duistere formules die in het verleden altijd tot staluitbreidingen hebben geleid. Overbemesting en wreedheid tegen dieren zijn de andere kant van het poldermodel.

Ook zijne heiligheid Muskens sprong op de bres voor de boeren. Die zouden volgens de bisschop het milieuprobleem beter zelf kunnen oplossen. Helaas hebben die boeren al jarenlang blijk gegeven van kortzichtigheid. Aangevoerd door de agro-miljonair en voormalige rechtsradicaal Wien van den Brink lichtten ze de hand met de regels, weigerden ze milieumaatregelen uit te voeren en stalen ze zelfs de archieven voor mestboekhouding in Assen. Ze zijn kampioenen van de moet-kunnen-mentaliteit. Maar voor Muskens telt één ding: boeren gaan naar de kerk, varkens niet.