OTTO STERMAN (1913-1997); Vertrouwenwekkende verteller

AMSTERDAM, 20 NOV. De acteur Otto Sterman, die dinsdagnacht op 84-jarige leeftijd overleed, was vooral bekend als de expressieve verteller van verhalen die het Nederlandse tv- en theaterpubliek voor het eerst kennis lieten maken met de werkelijkheid van de rassendiscriminatie.

Dat hij daardoor ook zelf werd beperkt in zijn werk, beschouwde hij aanvankelijk als vanzelfsprekend. “Uiteraard zijn er voor mij als neger maar beperkte mogelijkheden”, beaamde hij in 1955 in een interview. Pas later begon hij zich te verzetten tegen het automatisme dat een zwart acteur alleen expliciet zwarte rollen zou kunnen spelen.

Otto Sterman werd in Amsterdam geboren als zoon van een West-Indische vader en een Nederlandse moeder. Na zijn MO-opleiding lichamelijke oefening werkte hij vanaf 1934 als gymnastiekleraar, masseur en docent heilgymnastiek. Maar al in 1935 speelde hij daarnaast, op voorspraak van een toevallige kennis, zijn eerste toneelrolletje in De familie Kegge bij het Nieuw Schouwtoneel - als een West-Indische bediende. Tot diep in de jaren vijftig, toen zwarte acteurs in het goeddeels blanke Nederland nog een zeldzaamheid waren, bleef Sterman de aangewezene als in een toneelstuk een negerslaaf, een zwarte bediende of chauffeur, een barman of een steward nodig was.

Diepe indruk maakte hij in 1950 als de gelynchte neger in De eerbiedige lichtekooi van Sartre, eerst met Myra Ward en daarna met Enny Meunier in de scandaleuze titelrol. Hij speelde die rol opnieuw in 1956 in een veelbesproken tv-opvoering met Andrea Domburg, en in 1964 bij toneelgroep Centrum. Zijn grootste bekendheid ontleende hij echter aan een lange serie jeugdprogramma's (Oom Otto vertelt) op de televisie, eind jaren vijftig - waarin hij de beweeglijke en vertrouwenwekkende verteller was van spannende verhalen over de mensen en de dieren in het oerwoud.

Intussen was Otto Sterman jarenlang op tournee met zijn solovoorstelling Ik ben een neger, bestaande uit journalistieke verslagen van de slavenhandel, poëzie, literair proza, bijbelverhalen en Afrikaanse sprookjes. Met dit programma reisde hij in 1960 voor het eerst van zijn leven naar Suriname en de Nederlandse Antillen. Daarna verscheen hij nog bij diverse grote gezelschappen in gastrollen.

Zijn laatste toneelrol speelde hij eind jaren tachtig bij DNA, de theatergroep die voortbouwde op zijn eigen pioniersarbeid als zwart acteur. Zijn laatste filmrol, in de mislukte horror-thriller De Johnsons van Rudolf van den Berg, volgde in 1992. Otto Sterman was daarin grijs, wijs en waardig, maar tegelijk leeftijdloos en levenslustig.