Nostalgie heeft een prijs

In de Kunsthal wordt op 8 december een designveiling gehouden: pindastelletjes, dressoirs, schemerlampen en andere jeugdherinneringen komen onder de hamer. Prijzen: variërend van enkele tientjes tot tienduizenden guldens. Vanaf zaterdag is het antiek van de 20ste eeuw in het Rotterdamse museum te bezichtigen.

Grote Design Veiling (1840-1990), 8 dec 1997 in de Kunsthal, Rotterdam. Kijkdagen: 22 nov t/m 7 dec. Veilingcatalogus: ƒ 45. Inl: 010-4400301.

Lezingen: di 25 nov, J.P. Glerum (Kunstnijverheid na 1850); di 2 dec, Peter Vöge (Stoelen als passie); woe 3 dec, Thimo de Rijk (Design na 1945). Aanvang 20u30. Toegang voor lezing en tentoonstelling: ƒ 35. Aanmelden: Caroline Klompe, 010-4400344.

Het had het pindastelletje van je ouders kunnen zijn, uit de tijd dat er nog wijnglazen met filtersigaretten, klassieke Players en dunne sigaartjes op het koffietafeltje werden gezet voor het verjaardagsbezoek kwam. Zware rook, Koude Oorlog, sterke drank en pinda's: de tevredenheid van de vroege jaren zestig. Het pindastel belichaamt het gevoel van gespannen verwachting in de vooravond. De grote schaal al gevuld met noten van diverse pluimage; de kleintjes voorlopig nog leeg. Maar die met de rode binnenkant, dat zou die avond de jouwe zijn. Nooit geweten dat-ie bijna veertig jaar later nog eens het onderwerp van serieuze overweging zou zijn.

Bij de Design Veiling die Glerum Auctioneers op 8 december organiseert in de Rotterdamse Kunsthal komt een Deens pindastel uit de jaren vijftig onder de hamer. Ontworpen door Herben Krenchel. Richtprijs: 625 gulden. Nostalgie heeft - ook al gaat het maar om een pindaset met opscheplepel - een prijs.

Ongeveer 500 kavels worden tijdens de veiling opgevoerd, variërend van meubels tot glaswerk en verlichting. Er ligt een sterke nadruk op Nederlandse producten, met vazen van Copier en Meydam, een bakelieten luidspreker van L.C. Kalff voor Philips, een nogal a-typisch stoeltje dat Willem Gispen ontwierp voor de BKI tentoonstelling van 1941 en een prachtige hanglamp in messing en glas van Jan Eissenloeffel (1908). Het zijn stukken die de context van een reguliere inboedelveiling zijn ontstegen. Hun makers zijn te beroemd geworden, de originele oplage was te gelimiteerd of de designhistorici hebben ze tot de topstukken van hun tijd verklaard. Krenchels ontwerp bijvoorbeeld kreeg al in 1954 een gouden medaille tijdens de Triënnale van Milaan en dook later op in een grote overzichtstentoonstelling van na-oorlogs design in Amerika. Sindsdien is zelfs een pindastel te groot voor verkoop in de context van schemerlampen, antimakassars en dressoirs waarin het ooit feilloos heeft gefunctioneerd. Voor de 'museale stukken' - zoals een zeldzaam ameublement van Gispen - wordt een opbrengst van rond de tienduizend gulden voorzien, maar er zijn ook objecten van enkele tientjes.

Glerum beproefde de formule van een designveiling vorig jaar met succes. Volgens Wim Pijbes, bij de Kunsthal verantwoordelijk voor tentoonstellingen en evenementen op het gebied van vormgeving, signaleerde het veilinghuis als eerste een trend in deze richting. Internationaal is die reputatie overigens al lang gevestigd - met de daarbij behorende prijzen. Maar welke New-Yorker kent Gispen, of Bas van Pelt, of Radboud van Beekum?

Door de nieuwe samenwerking met de Kunsthal zijn de kijkdagen nu uitgegroeid tot een heuse tentoonstelling (van 22 nov t/m 7 dec) en is er een programma van drie lezingen dat de veiling voorverwarmt. Pijbes spreekt met merkbaar genoegen over de haat-liefde verhouding tussen de kunsthandel en de gevestigde musea op dit gebied. “Wij kunnen ons permitteren daartussen te gaan zitten, zoals we ook niet terugschrikken voor een tombola, zoals dat nu gebeurt bij de tentoonstelling van Haagse Meesters. In de jaren twintig was dat bij tentoonstellingen heel gebruikelijk.”

Om in het bezit te komen van een Eissenloeffel of een Thonet bureau zal men mee moeten bieden. Voor de veiling is het auditorium gereserveerd, waar op 8 december ongeveer 350 mensen toe kunnen kijken of hun hand opsteken. Voor stoelen van Pierre Paulin, Harry Bertoia, Marcel Breuer, Charles en Ray Eames, Bas van Pelt, Luigi Collani, Vico Magistretti en, onvermijdelijk, Gerrit Rietveld. Maar ook voor een ventilator van AEG, jaren zestig keramiek, kandelaars van Borek Sipek en een badkamerlampje van Wilhelm Wagenfeld. Het antiek van de twintigste eeuw is serieuze handel geworden, zolang er maar een ontwerper aan te pas gekomen is. Denk daaraan voordat u het pindastelletje van uw moeder naar de lommerd brengt.