Noodrantsoenen voor Nieuw Guinea

Op het eiland Nieuw Guinea heeft aanhoudende droogte gezorgd voor bosbranden en misoogsten. Ten minste 500 mensen, vooral kinderen, zijn al overleden door ziekte en ondervoeding.

KIUNGA, 20 NOV. Als de Chinook vrachthelikopter van het Australische leger in een wervelwind van stof is geland op het dorpspleintje, stromen mannen en jongens toe. Lake Murray, een gehucht aan de oever van het gelijknamige meer in het uiterste westen van Papoea Nieuw Guinea, tegen de grens van de Indonesische provincie Irian Jaya, is een van de gebieden in de voormalige Australische kolonie die vorige maand door de Australische ontwikkelingshulporganisatie (AusAid) ten gevolge van de aanhoudende droogte is bestempeld tot noodgebied.

De mannen en jongens van Lake Murray vormen op aanwijzing van de Australische soldaten twee rijen, links en rechts van de laaddeur aan de achterkant van de Chinook. Terwijl de twee rotorbladen van het toestel blijven doorrazen wordt de helikopter in hoog tempo ontdaan van zijn lading: 10 ton rijst, bakolie en meel. Juichend lossen de mannen van Lake Murray de laatste zakken rijst om vervolgens alle aanwezigen in de helikopter uitbundig te bedanken.

AusAid heeft bepaald dat 77.000 mensen, vooral in de Hooglanden van Papoea Nieuw Guinea, zich “in een kritische levensbedreigende situatie” bevinden en daarom in aanmerking komen voor noodrantsoenen, bestaande uit acht kilo rijst, twee kilo meel en een liter bakolie per persoon per maand. “Het is het absolute minimum, of zelfs daaronder”, zegt AusAid-vertegenwoordiger Ralph Kennedy, die de afgelopen weken de hulpverlening vanuit het mijnstadje Kiunga, ten noorden van Lake Murray, coördineerde.

De droogte ten gevolge van El Niño, een regelmatig optredende klimaatafwijking rond de Stille Oceaan, veroorzaakte de afgelopen maanden in vele delen van het naburige Indonesië misoogsten, terwijl de rook afkomstig van branden die door de droogte werden aangewakkerd een groot deel van Zuidoost-Azië in een nevel hulde. Op het eiland Nieuw Guinea heeft de droogte voor de meeste inwoners, die dichtbij de natuur leven, directe gevolgen. Dat geldt zowel voor het westelijke deel, de Indonesische provincie Irian Jaya, als voor het oostelijke deel, het sinds 1975 onafhankelijke Papoea Nieuw Guinea.

Vanuit Irian Jaya, dat vooralsnog verboden gebied is voor buitenlandse journalisten, komen berichten dat minstens 500 mensen, vooral kleine kinderen, ten gevolge van slechte voeding, diarree en malaria zijn overleden. Volgens de regent van Wamena worden bovendien 90.000 mensen, met name in het centrale regentschap Jayawijaya, met hongersnood bedreigd.

Pagina 4: 'Papoea's zijn hun vaardigheden kwijt'

Ook in Papoea Nieuw Guinea is de toestand voor veel mensen kritiek, volgens AusAid. De Australische organisatie heeft vorige maand in samenwerking met de overheden van Papoea Nieuw Guinea een uitgebreid onderzoek gedaan in de 19 provincies van het land. Volgens een rapportage van AusAid beschikken zo'n 600.000 van de 4,5 miljoen inwoners van Papua Nieuw Guinea op dit moment over onvoldoende voedselvoorraden.

Vanuit de Chinook helicopter, die laag over de bossen scheert door rooknevels van branden die ook hier woeden, zijn de effecten van het uitblijven van de regens goed zichtbaar. Naar schatting een kwart van de bomen die beneden het toestel voorbijrazen, heeft geen bladeren meer of is bruin: herfst in het regenwoud. Van Lake Murray, het grootste meer van Papua Nieuw Guinea, is weinig meer over. Minutenlang vliegt de helicopter over de drooggevallen bodem.

De droogte en, in berggebieden, de nachtvorst hebben de voor de inwoners van het platteland van Papoea Nieuw Guinea cruciale oogst van zoete aardappelen (kaukau) vernietigd, terwijl het in andere streken belangrijke sagomeel nauwelijks kan worden bereid omdat daarvoor een behoorlijke hoeveelheid water nodig is. Het watertekort zorgt er ook voor dat mensen vaak zijn aangewezen op het water van rivieren, ook al is dat besmet door menselijke en dierlijke uitwerpselen.

Annmaree O'Keeffe coördineert voor het Australische ministerie van Ontwikkelingssamenwerking alle hulpverleningsactiviteiten in Papoea Nieuw Guinea, vanuit het omvangrijke splinternieuwe gebouw van de Australische 'High Commission' in Port Moresby, de hoofdstad van het land. Ze relativeert de ernst van de noodsituatie enigszins. “Het is niet zo dat op dit moment al mensen sterven van de honger. Het zijn hier geen Afrikaanse toestanden. Aan de andere kanten zijn veel mensen ziek; het aantal malariagevallen is de afgelopen maand verdriedubbeld.” Honger is in het broze evenwicht waarin de meeste Papoea's leven geen ongewoon verschijnsel. Voor de regelmatig terugkerende perioden van voedselschaarste bestaat zelfs een woord in het pidgin Engels, de mengtaal waarin mensen van verschillende taalgroepen zich onderling verstaan maken: timehungry. Maar, zegt O'Keeffe, er zijn vergeleken met de vorige droogte in 1982 twee belangrijke veranderingen: “Ten eerste is de bevolking verdubbeld. En ten tweede hebben veel mensen door het civilisatie-proces hun vaardigheden als jagers en verzamelaars verloren en daarmee hun zelfredzaamheid.”

Daarom heeft de Australische regering de afgelopen weken 120 man legerpersoneel, Hercules vrachttoestellen en Chinooks ingezet om hulp te verlenen. De inspanningen kosten Australië maandelijks 5 miljoen gulden. “We blijven daarmee doorgaan totdat de crisis voorbij is,” zegt O'Keeffe. Daarbij houdt de Australische regering in Canberra er volgens haar rekening mee dat de voedselschaarste nog maanden kan aanhouden ten gevolge van de lange teeltperiode van de kaukau.

    • Frank Vermeulen