Moeizaam begin met netwerk voor alle scholen

De animo voor Edunet, het computernetwerk voor scholen, houdt niet over. Een bezwaar: scholieren leren niet surfen op Internet.

DOETINCHEM, 20 NOV. Scholier Simon Wisselink (17) van het Doetinchemse Ulenhof College gaat morgen naar Washington als finalist in de internationale Internet-wedstrijd voor scholieren, ThinkQuest. Met scholieren uit India en Amerika ontwierp hij een website (informatiescherm) over de Himalaya. De jury zal hen onderwerpen aan een 'grilling session', met vragen over hun website. Onder druk van deze grillers barstten vorig jaar enkele scholieren in tranen uit. Maar de hoofdprijs is zo'n inquisitie waard: een studiebeurs van 50.000 gulden per leerling.

Wisselink bewijst dat scholieren verantwoord kunnen omgaan met het open, wereldwijde computernetwerk Internet, zegt zijn begeleider en leraar Engels Vikas Sonak. Minister Ritzen en zijn staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) willen volgend jaar de eerste 120 scholen aansluiten op het computernetwerk Edunet dat later alle 12.000 scholen moet verbinden. Het plan heet 'Investeren in Voorsprong'.

Verschil met Internet is dat Edunet een besloten, centraal geredigeerd computernetwerk wordt. Om te voorkomen dat scholieren in aanraking komen met 'ongewenste' verschijnselen op Internet, zoals pornografie, krijgen alleen scholen, musea, bibliotheken en overheden toegang tot Edunet. Ten onrechte, vinden Nederlandse exploitanten van Internet, de zogeheten providers. Ze willen dat scholieren en leraren rechtstreeks leren omgaan met Internet, omdat ze er later ook zelfstandig mee moeten kunnen werken. Slechts één van de ruim honderd Nederlandse providers, Sun Microsoftsystems, heeft een bod gedaan op de exploitatie van Edunet, zo bleek gisteren. Twee consortia, onder aanvoering van PTT Telecom en Enertel, meldden zich wel voor de aanleg van de infrastructuur via telefoonlijnen of kabels. Zij zijn bovendien in staat om niet alleen de infrastructuur aan te leggen maar het Edunet ook te exploiteren, ofwel van inhoud te voorzien en te verbinden met Internet. De rest van de Internet-branche toont geen belangstelling.

Bepaalde leerlingen krijgen via Edunet toegang tot bepaalde onderdelen van Internet, afhankelijk van hun leeftijd en schooltype. Aan de hand van persoonlijke chipkaarten wil de overheid dit reguleren.

Zo'n redactiefunctie van Edunet is op den duur onwerkbaar, zegt T. Lindgreen, directeur van de grote provider NLnet Services: “De administratieve rompslomp van het bijhouden wie wat mag, wordt enorm.” Uiteindelijk moet het gaan om 2,6 miljoen leerlingen.

Daarnaast zijn er twee redenen voor hun afwezigheid: ze vinden dat het ministerie van Onderwijs onvoldoende heeft uitgezocht wat de 12.000 basis- en middelbare- en hogescholen willen.

Andere providers, scholen en educatieve uitgevers vinden de 270 miljoen gulden voor het plan ook te weinig, waardoor scholen op termijn kunnen afhaken. De 50 miljoen gulden die beschikbaar is voor de ontwikkeling van educatieve software, komt neer op een dubbeltje per leerling. Volgens de uitgevers is 2,50 gulden per leerling nodig.

De meeste Nederlandse scholen lopen achter op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie (ICT). Ze beschikken over gemiddeld één computer per veertig leerlingen, net als in Portugal en Griekenland. Tot nu toe liepen leraren niet warm voor computers, die vaak worden gezien als een bedreiging voor hun taak. Bovendien is er vijftien jaar lang bezuinigd op het onderwijs. Voor luxe-voorzieningen als computers was weinig geld. De bewindslieden willen nu dat scholen binnen vier jaar beschikken over één computer per tien leerlingen, zoals in Zweden en Noorwegen. Er staat veel op het spel: “De concurrentiepositie van Nederland staat of valt met het inhaken op de wereldwijde digitale revolutie”, schreven tachtig vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de overheid begin dit jaar aan het kabinet.

Een kritische kanttekening maakt het Kamerlid O. Cheribbi (VVD) over de selectie van de 120 'voorhoedescholen' die als eerste toegang krijgen tot Edunet. “Het gevaar bestaat dat alleen kinderen op bevoorrechte scholen leren omgaan met het net.”