Kiesrecht

Het PvdA Eerste-Kamerlid Erik Jurgens heeft in de krant van 4 november de stellingen weersproken van D66 Tweede-Kamerlid Thom de Graaf (30 oktober), die moeten leiden tot een initiatiefwetsvoorstel. Daarin wil hij opnemen, dat mensen die zich schuldig maken aan rassendiscriminatie het kiesrecht wordt ontnomen.

In het begin van zijn bijdrage is Jurgens ferm; het ontnemen van kiesrecht wegens uitingen die de democratische rechtsorde in gevaar brengen is op zich zelf weer een gevaar voor die democratische rechtsorde. Verderop in zijn betoog moet hij toegeven dat de Grondwet in artikel 54 echter wel toestaat dat iemand van kiesrecht wordt uitgesloten. In het Wetboek van Strafrecht is dit verder uitgewerkt. De kracht gaat nog meer uit zijn verhaal wanneer gekeken wordt, nog niet zo lang geleden, naar de bestraffing van zogenaamde 'totaalweigeraars'. Deze personen wilden hun militaire dienstplicht niet vervullen en wensten evenmin een beroep te doen op de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst. Door hun weigering brachten zij de veiligheid van de staat absoluut niet in gevaar. Zij benutten hun strafzitting en hun detentie uitgebreid om hun mening te uiten en hun politieke idealen naar buiten te brengen.

Steeds werd een gevangenisstraf van ruim een jaar opgelegd met het ontnemen van het kiesrecht en tevens de ontzetting uit het recht te dienen bij de gewapende macht, maar daar waren zij niet rouwig om. Nu wil ik zeker niet de meningsuiting van een 'totaalweigeraar' gelijk stellen met het schuldig maken aan rassendiscriminatie, maar toch moet onder ogen worden gezien dat in de meeste gevallen van rassendiscriminatie het gaat om meningsuiting (met daaraan verbonden een consequente houding). Beide vormen van meningsuiting hebben een politieke achtergrond. Ik meen dus dat de door Jurgens aangedragen argumenten zijn standpunt niet onderbouwen. Eerder het tegendeel. Juridisch is het dus mogelijk en passend in ons staatsbestel in meer gevallen dan bij misdrijven tegen de veiligheid van de staat onder toepassing van artikel 28 Wetboek van Strafrecht de schuldige bij rechterlijke uitspraak te ontzetten van het recht te kiezen of verkozen te worden. Dit moet wel bij de wet zijn bepaald en die mogelijkheden dienen door het initiatief-wetsvoorstel te worden uitgebreid.