Kantoren; Grote volumes met gaten erin

De Wilhelminahof, het kantoorgebouw op de Kop van Zuid in Rotterdam, is een typisch product van de jaren negentig. Voor een groot deel wordt het gebruikt door de belastingdienst en de Rotterdamse rechtbank, maar het had, anders dan vroegere overheidsgebouwen, niet de Rijksgebouwendienst als opdrachtgever. Sinds begin jaren negentig laat de Rijksgebouwendienst het bouwen steeds meer over aan projectontwikkelaars.

Toch gelooft de Rijksbouwmeester niet dat hij veel aan invloed op de bouwwerken heeft ingeboet. Omdat meestal tevoren bekend is dat de overheid het te bouwen kantoor gaat huren, eist hij medezeggenschap over de architectenkeuze en dergelijke. Dat krijgt hij vaak, ook in dit geval.

De kolos bij de Erasmusbrug is ontworpen door twee architecten, Rob Ligtvoet van het bureau Kraaijvanger Urbis en Cees Dam. Nauwelijks is te zien wie welk deel heeft ontworpen, zo nauw sluiten de delen aan. Maar de toren is van Cees Dam, evenals het linker deel van het daarachter liggende blok. Het stuk dat Ligtvoet voor zijn rekening nam begint rechts van het gat.

Dit gat is typerend aan het worden voor de architectuur van het fin de siècle. Steeds meer woon- en kantoorgebouwen bestaan uit grote volumes met gaten erin en happen eruit. Gatengebouwen zijn misschien de laatste architectuurmode die de twintigste eeuw oplevert. De Wilhelminahof is er een spectaculair voorbeeld van: het grote gat maakt de moloch minder massief en letterlijk doorzichtig. Ook typisch jaren negentig is dat dit grote kantoorgebouw niet in een bedrijvenpark staat, maar in een wijk waar wonen, werken en vrijetijdsbesteding worden gemengd. Decennia lang hebben architecten en stedenbouwers deze eeuw in navolging van modernisten als Le Corbusier gedacht dat de verschillende stedelijke functies strikt van elkaar moesten worden gescheiden. Maar in de jaren tachtig leerde de ervaring dat dit beginsel tot vervelende woon- én zakenwijken leidde. Weliswaar worden nog steeds volop monoculturele bedrijvenparken en woonwijken gebouwd, maar functiemenging is niet langer taboe in de stedenbouw. Op de Kop van Zuid kan men nu de eerste resultaten van deze gelukkige wending zien.