Herzog; Dubieuze, naïeve helden

De Duitse regisseur Werner Herzog houdt er riskante werkwijzen op na. Net als in zijn speelfilms laat hij in zijn documentaires de hoofdpersonen in extreme landschappen werken en eist hij van hen een ongekende dosis moed.

'Little Deeter needs to fly', Werner Herzog (Duitsland 1997). Op IDFA te zien: za 29/11, 18.15 uur, Calypso 1; ma 1/12, 22.00 uur, Alfa 3; woe 3/12, 18.00 uur, Alfa 1.

NIEMAND WIL graag een niets zijn, een nul, een waardeloze speelbal van de geschiedenis. En toch zijn er maar weinigen die besluiten groots en gevaarlijk te leven, als veroveraar of profeet, als martelaar, tiran of avonturier.

De Duitse regisseur Werner Herzog (55) voelt zich juist door hun onalledaagsheid tot dit soort mannen aangetrokken: uitzonderlijk en tevens ietwat unheimlich zijn de helden in de meeste van zijn films. De naïviteit waarmee zij achter hun droom aanhollen ontroert en hun wilskracht dwingt bewondering af. Maar de mateloosheid van hun ambities laat ook een spoor van vernieling achter.

In Herzogs 24 jaar oude speelfilm Aguirre, der Zorn Gottes bijvoorbeeld is de titelfiguur zo bezeten van de wens het goud van El Dorado te vinden dat al het andere er niets meer toe doet. De conquistador Aguirre houdt zijn mannen op een lekkend vlot in gijzeling en beantwoordt hun terechte klachten over honger, angst en uitputting met schallend hoongelach. Aguirre brandt de dorpen van de indianen plat en beschiet hen met een roestend kanon; hij veracht en wantrouwt de hele mensheid. Op zijn mooie dochtertje na. Maar ook haar verliest hij bij zijn waanzinnige expeditie, en de pijl die dan zijn eigen borst doorboort, versterkt zijn vastberadenheid alleen maar. “Ik bouw”, droomt hij hardop, zijn kind en alle andere lijken op het vlot negerend, “een groter schip en dan ontroof ik Trinidad aan de Spaanse kroon. Ik huw mijn dochter en sticht een dynastie. Ik zal geschiedenis maken.”

De documentaire Little Dieter needs to fly van Herzog is een film met alweer een mateloze held in de hoofdrol. Hij leeft nog, deze held, hij heeft een mooi huis in Californië en een glanzende slee voor de deur. Maar de American Dream wordt overvleugeld door de gevolgen van een droom uit Dieters Duitse kinderjaren. Een Amerikaanse bommenwerper scheerde over zijn ouderlijk huis en kleine Dieter zag de piloot naar beneden kijken: “He was like an almighty being”, herinnert Dengler zich.

Sindsdien wil Dieter maar één ding en dat is vliegen. In Amerika natuurlijk, waar prima opleidingen bestaan voor arme jongens zoals hij. Hij kríjgt zo'n opleiding, wordt bij de Airforce aangenomen en moet naar Vietnam. “Vanuit de lucht”, zo verwondert Dengler zich een dikke dertig jaar later, “leek alles zo abstract...” De camera scheert over het Vietnamese land en even lijken de bomexplosies op vuurwerk dat in schitterende geometrische vormen uiteenspat.

Als de schuldvraag aan de orde komt, zegt de ex-oorlogsvlieger politiek zeer correct: “Dat er beneden mensen waren die leden en stierven, werd mij pas veel later duidelijk, toen ik hun gevangene was.” De interviewer onderzoekt niet in hoeverre Dengler dat meent. Meer dan voor concrete politieke en morele problemen interesseert hij zich voor dingen die nauwelijks in woorden zijn te vatten. Als een echte Duitse romanticus is Herzog geobsedeerd door alles wat zich aan de rede onttrekt. Cijfers, tabellen en academische logica geven ons volgens Herzog geen inzicht in de werkelijkheid, ze perken haar slechts in en maken haar dor en steriel. Gevoel en intuïtie, dromen en visioenen daarentegen kunnen ons helpen een grootsere kijk op het leven te krijgen.

Niet voor niets koos de cineast als motto voor zijn Dieter-film een spreuk uit de bijbelse Openbaringen: 'En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken, en zullen die niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.' Dat gaat niet op voor de Vietnamese oorlogsdoden, maar wel voor Dieter Dengler, 'aan wie de dood voorbijging'. De vloek die op de (helaas nog?) levende Dengler rust, bestaat uit een film die hij steeds moet terugspoelen, de film van de gruwelen begaan aan hem en zijn medegevangenen in de jungle van Vietnam.

Herzogs protagonisten bevinden zich dikwijls in landschappen die door toedoen van henzelf zodanig zijn aangetast dat God er verschrikt zijn handen vanaf heeft getrokken. Teruggeworpen op zichzelf krijgen deze mannen meer dan levensgrote proporties. Ook Dieter Dengler, de enige aan wie Werner Herzog het woord geeft, meestal in een natuur zonder andere mensen, is in de film zo'n titanisch eenzame ziel. Enorme noodvoorraden heeft hij in de catacomben van zijn bungalow aangelegd uit vrees voor wéér een oorlog, de laatste oorlog wellicht. Intussen gaat hij zijn trauma uit de vorige oorlog te lijf met verwoede pogingen boven zichzelf uit te stijgen.

Toen hij met zijn vliegtuig in het Vietnamese oerwoud neerstortte, zag hij iets prachtigs: zachte witte ballen vlogen door een hemelsblauwe lucht. De herinnering aan die bijna-dood-ervaring, door Herzog zorgvuldig in beeld gebracht, bezorgt hem een gevoel dat zich alleen laat vergelijken met zijn euforie in de cockpit.

Orthodoxen vinden dat droombeelden en andere vormen van fictie niet in een documentaire thuishoren. Maar Werner Herzog maakt geen verschil tussen feit en fictie, net zomin als tussen documentaire en speelfilm. Zijn documentaires bevatten surrealistische beelden die aan zijn speelfilms doen denken en zijn speelfilms hebben de natuurgetrouwheid van documentaires. Herzog filmt niet in de studio maar op locatie, in doorgaans barre omstandigheden. In Aguirre klinken zelfs de stemmen zo alsof ze buiten zijn opgenomen, tijdens het klimmen en lopen en varen; je hoort de inspanning die het de acteurs heeft gekost om door de hete Peruaanse jungle te trekken.

Een extra realiteitsgehalte krijgen Herzogs speelfilms doordat de identiteit van die acteurs vaak samenvalt met hun personage. De indianen in Aguirre en Fitzcarraldo zijn echte indianen en de Afrikaanse koning in Cobra Verde is een echte Afrikaanse koning: 'His Royal Highness Nana Agyuegi Kwame II of Nsein', vermeldt de aftiteling. En in Jeder für sich und Gott gegen alle speelt de in tehuizen opgegroeide straatmuzikant Bruno S. de rol van de verweesde zonderling Kaspar Hauser. Anderzijds treden de echte mensen in Herzogs documentaires ook weleens op als acteurs. Desgewenst spélen zij een scène - in Dieter Dengler needs to fly onder andere wanneer Herzog aan Dengler vraagt hoe hij door het oerwoud rende toen de Vietcong hem achtervolgde.

De angst van vroeger komt verhevigd in zo'n scène terug, de acteur moet heel wat doorstaan, evenveel misschien als de Darsteller in Herzogs speelfilms. Wie zich met deze regisseur inlaat, weet dat hij risico's loopt. Er is, voor de geportretteerden in de documentaires, moed nodig naar de plekken terug te keren waar zij iets ergs hebben meegemaakt. De journalist Michael Goldsmith gaat in Echos aus einem düsteren Reich terug naar de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar hij tijdens Bokassa's schrikbewind in de gevangenis zat.

Goldsmith is een voor Herzog atypische want weinig dubieuze held; hij is gewoon een dappere oudere heer die weigert zich bij het doen van zijn werk te laten intimideren. Maar de eigenlijke hoofdpersoon van Echo's... is Bokassa zelf en hij toont wèl verwantschap met Aguirre, Dieter Dengler of de bandiet Cobra Verde. Zoals Cobra Verde met op zijn hoofd een Napoleon-steek Afrika binnenmarcheert, zo kroont Bokassa zich in navolging van diezelfde Napoleon hoogstpersoonlijk tot keizer. Jean-Bedel Bokassa I zet in de film als een operaregisseur zijn eigen grootheid in scène. Bij de kroningsplechtigheid stelt hij het publiek ook alvast zijn troonopvolger voor, een peuter die de ernst van zijn vader onbedoeld relativeert door herhaaldelijk hartgrondig te gapen.

Dat is een grappig (uit de archieven gehaald) fragment en toch doet Bokassa's wreedheid niet onder voor die van de koning in Cobra Verde. Beelden uit beide films vermengen zich met elkaar en op een gegeven moment weet je niet meer of je die van doodshoofden gemaakte paleisvloer nu in de speelfilm hebt gezien of in de documentaire. In het oeuvre van Herzog gaat het ene griezelpaleis naadloos in het andere over en altijd zien we wat er van zo'n pracht-optrekje na een tijdje overblijft: een treurige ruïne. Metaforen van macht en grootsheid gebruikt Herzog net zo vaak als symbolen van ondergang en verval; hij houdt van barokke antithesen zoals op- en neergang, aardsheid en bovenaardsheid, wijsheid en roekeloze verblinding, schoonheid en gruwel. Dat laatste komt bijzonder goed uit de verf in de sensibele documentaire Death for five voices, gemaakt in 1995.

De hoofdfiguur daarin, Don Carlo Gesualdo da Venosa (1561-1613), was een moordenaar die hemelse muziek componeerde. Om met het eerste te beginnen: hij wordt verantwoordelijk geacht voor de dood van zijn vrouw, haar minnaar en het vermeende kind van die twee. Precies zoals Bokassa ensceneerde Gesualdo de hoogte- en dieptepunten van zijn leven met een hartstochtelijke perfectie.

Het - wie weet uit ontucht geboren - zoontje liet hij vastbinden op een schommel. Drie of vier dagen lang schommelde het jongetje in de kou van de kasteel-binnenhof, begeleid door een ensemble dat een madrigaal van Gesualdo zong over de schoonheid van de dood. Het kind stierf aan de gevolgen van een longontsteking. Eerst vertelt iemand dat verhaal in het door onkruid overwoekerde kasteel en later filmt Herzog het in het dorp: een jongen vliegt op zijn schommel naar een oranje zon; de tegenlichtopname trilt als een fata morgana.

In de Gesualdo-film, maar ook in de overige films van Herzog, speelt muziek een structurerende rol. Een glijvlucht van de camera langs een landschap of de close-up van een gezicht duurt bij Herzog even lang als de erbij gekozen muziek, en dat is zelden een willekeurig fragment, maar vrijwel altijd een compleet deel van een compositie. Een van Herzogs documentaires, over de Richard-Wagner-Festspiele in Bayreuth, heet Die Verwandlung der Welt in Musik. Die Verwandlung des Bildes in Musik zou een ondertitel kunnen zijn bij àlle Werner Herzog-films.

De Beierse regisseur heeft een voorkeur voor trage muziek, passend bij de hallucinante sfeer van het vertelde. Over hallucinaties gesproken: in een van de laatste scènes van Dieter Dengler needs to fly ziet de titelheld een planeet die tot aan de horizon is bedekt met vliegtuigen, klaar voor de start en keurig in het gelid, rijen en rijen achter elkaar. Terwijl Dengler er verzaligd langsloopt, bekruipt de toeschouwer een onbehaaglijk gevoel. Die heerlijk blinkende kisten zijn toch stuk voor stuk gevechtsmachines? De wereld als één groot militair vliegveld: niet iedereen vindt dat een aanlokkelijk idee. Maar aan Dieter Dengler verschaft het beeld een gevoel van macht en vrijheid en zo blijft hij voor eeuwig in de ban van zijn gruwelijk-mooie droom, zijn jongensdroom die hem haast vernietigde.

    • Anneriek de Jong