Geen unanimiteit landbouwministers over beleid toekomst

BRUSSEL, 20 NOV. De Raad van ministers van landbouw heeft deze week geen unanimiteit kunnen bereiken over een document, waarin de beginselen van een toekomstig, gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn neergelegd. Na urenlang beraad bleek dat de Spaanse minister van landbouw, De Palacio, niet kon leven met de budgettaire plannen zoals die in het document worden beschreven.

Het stuk van de Landbouwraad zou een bijdrage moeten zijn aan het veelomvattender toekomstbeeld van de Europese Unie, dat de Commissie in juli heeft gepresenteerd onder de naam Agenda 2000. Dat toekomstbeeld voorziet vooral in een sterkere en grotere Unie. De plannen van de Commissie hebben met name ten doel de Unie voor te bereiden op een nieuwe ronde van uitbreidingen met nieuwe lidstaten. Het gaat daarbij om toetreding van een tiental Oosteuropese landen, die tussen 2003 en 2010 deel moeten gaan uitmaken van de Unie.

“We hebben overeenkomst bereikt op de meeste punten, die het stuk noemt,” zei landbouwcommissaris Fischler na afloop van de Raad. “Maar het is wel betreurenswaardig dat we geen unanimiteit hebben weten te bewerkstelligen.” Vooral de Luxemburgse voorzitter Boden hecht grote waarde aan het document van de ministers van Landbouw, dat volgens een aantal collega-ministers meer moet worden gezien als een 'Luxemburgse nalatenschap aan de EU-archieven' dan als een keiharde leidraad voor de toekomst. Hoewel het gewicht van het stuk, dat is bestemd voor de op 12 en 13 december te houden Algemene Raad van ministers, dus als gering wordt beschouwd bleek Spanje niettemin onoverkomelijke bezwaren te hebben tegen de financiële consequenties van toetreding van de voormalige Oostbloklanden. Het gaat daarbij om het zogeheten landbouwrichtsnoer waarin de kosten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn berekend. Op dit ogenblik kost dat beleid zo'n 90 miljard ECU per jaar. Begin volgende eeuw zal volgens de berekeningen van de Commissie het bedrag, dat als een bovengrens moet worden gezien, zijn opgelopen tot 120 miljard ECU. Daarin is 10 miljard ECU begrepen die wordt gereserveerd voor de nieuwe toetreders. Spanje voelt daar niets voor en liet op het allerlaatste moment weten dat die 10 miljard ECU uitsluitend moet worden bestemd voor de huidige vijftien lidstaten.

De raad was het er over eens dat de in 1992 ingezette hervormingen op grond van de voorstellen van de toenmalige Ierse commissaris McSharry nog niet zijn voltooid. Die hervormingen hebben evenwel tot ongelijke gevolgen geleid in de verschillende sectoren van de landbouw. In Nederland heeft bijvoorbeeld de rundvee-sector onevenredig te lijden gehad van die hervormingen. Maar ook tussen bedrijfstypen en regio's zijn grote verschillen ontstaan. Een toekomstige hervorming mag niet beperkt blijven tot de sectoren akkerbouwgewassen, rundvlees en zuivelproducten, zo staat in het uiteindelijke stuk, maar moet zich ook uitstrekken tot de mediterrane producten.

De Raad bleek het er over eens dat handhaving van de status quo opnieuw zal leiden tot het ontstaan van overschotten in de genoemde drie sectoren, ook al zijn de ministers het niet eens over de omvang van die overschotten en de momenten waarop ze zullen ontstaan. Om het ontstaan van overschotten te voorkomen kiest de raad voor een aanpak die een combinatie inhoudt van een verlaging van prijsondersteunende maatregelen, compensatie door rechtstreekse steun en van 'begeleidende maatregelen'.