Gardiner met hemelse en aardse Mozart

Concert: Orchestre Révolutionnaire et Romantique, Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner. Programma: Mozart: Ouverture en Koren uit Idomeneo. Beethoven: Derde Piano-concert. Haydn: Nelson-mis. Gehoord 18-11 Concertgebouw Amsterdam. Concert: Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Kent Nagano. Gehoord 19-11 Concertgebouw.

Al eerder werkte het Orkest van de Achttiende Eeuw samen met een niet in de oude muziek gespecialiseerde dirigent als Edo de Waart. Nu stond de bekwame en consciëntieuze Kent Nagano, chefdirigent van het Hallé Orchestra en de Opera van Lyon, voor het orkest. Maar ook al deed Nagano nog zo zijn best om de muziek transparant en geprononceerd uiteen te zetten, toch bleef de invulling van de door hem uitgestippelde lijnen over het algemeen wat gebrekkig. In ritmisch en retorisch opzicht konden de musici Nagano goed volgen, maar op lyrische momenten klonk het Orkest van de Achttiende Eeuw schriel en korzelig.

Dat viel des te meer op, omdat John Eliot Gardiner er een dag eerder in geslaagd was de orkestklank van zijn Orchestre Révolutionnaire et Romantique te polijsten met een weldadige gouden fonkeling. Het verschil zat hem vooral in de hogere strijkers, die bij Gardiner een romige, glanzende en zuivere toon produceerden, terwijl de violisten van het Orkest van de Achttiende Eeuw als het ware met dichtgeknepen keel spraken.

Daarentegen waren de blazers van het Orkest van de Achttiende Eeuw over het algemeen weer iets overtuigender dan hun Engelse collega's. Maar in muzikaal opzicht bleek de superioriteit van Gardiner, die het dirigeren afwisselt met het voederen van de varkens op zijn Engelse boerderij, onaantastbaar.

Nagano heeft dat ingetogene van de elegante intellectueel, die de partituur in sierlijke fraseringen ontleedt, om zich op de meest dramatische momenten even te laten verleiden tot een pathetiek à la Leonard Bernstein, bij wie hij ooit studeerde. Dat werkt zolang die kwaliteiten vloeiend in elkaar overlopen, maar dat vergt dan een verfijning en rijkdom aan klank die het Orkest van de Achttiende Eeuw niet in huis heeft. Mendelssohns Ouverture 'Die schöne Melusine' weigerde feeëriek te klinken door de houterige overgangen, terwijl de vertolking van zijn Schotse Symfonie aan een rommelig aaneengeregen ketting met hele grote en hele kleine kralen deed denken. Wat robuuster en markanter klonk de Egmont Ouverture van Beethoven. Diens 'Ah! perfido!' werd door de sopraan Miranda van Kralingen met veel passie en vuur gezongen, al leek zij soms in de fortes haar van nature prachtige stemgeluid een beetje te forceren.

De vitale Gardiner, die als geen ander het aardse en het hemelse met elkaar weet te verbinden, bracht met zijn allert zingende en musicerende koor en orkest zowel delen uit Mozarts Idomeneo als de Nelson-mis van Haydn op onweerstaanbaar wijze tot leven, waarbij alle solisten, maar vooral sopraan Donna Brown, indrukwekkende solo's voor hun rekening namen. Barstensvol leven was ook het fortepianospel van de geniale pianist en improvisator Robert Levin, die Beethovens Derde Pianoconcert deed verkeren in een volstrekt unieke ervaring.

    • Wenneke Savenije