Gabriel Orozco filmt als toerist

Tentoonstelling: Gabriel Orozco, recordings & drawings. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Dag. 10-17u. T/m 14 december.

De kantine van het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een merkwaardige flessenopener. Een ouderwets ding is het, vastgeschroefd aan een stang. Je steekt het flesje erin, trekt er stevig aan en vervolgens valt de kroonkurk in een bakje. Naar verloop van tijd hoopt zich daarin een kleurrijk residu op van het museale drankenassortiment: groene en oranje doppen van de vruchtensappen, blauwe van de sinas, roodbruine van de Heineken Tarwebok en gele van de Chocomel. Een kleurig stilleven - noem het alledaagse poëzie.

Toch is het een rare gewaarwording om, vijf meter verderop, dat doppenassortiment daadwerkelijk in een museale vitrine te zien liggen, met even verderop een paar vieze kopjes uit het Stedelijk-servies. Even denk je dat het een variant op de ready-made betreft, maar je gaat twijfelen als je op een bordje leest dat het voorwerpen zijn die Gabriel Orozco op zijn wandelingen door de 'grootsteedse ruimte' van Amsterdam heeft gevonden. En inderdaad: er ligt ook een ABN-AMRO-zak naast, een oud wiel, een verroeste dop van een fietsbel en nog zo wat. De vraag dringt zich op hoe ver Orozco het museum is uit geweest - wat heeft hij in vredesnaam allemaal bij elkaar geraapt?

Gabriel Orozco (Veracruz, Mexico, 1962) is een van die kunstenaars van rond de dertig die al enkele jaren het internationale tentoonstellingscircuit afreist. Afgelopen zomer deed hij mee aan de Documenta in Kassel, de Skulptur Projecte in Münster en de Biënnale van Johannesburg en voor al die tentoonstellingen maakte hij werken die je het beste kunt omschrijven als 'ingrepen in de werkelijkheid' - kleine mutaties in het alledaagse, vaak gefotografeerd, soms als beeld geëxposeerd. Voor Kassel beschilderde hij bijvoorbeeld een menselijke schedel, voor Münster deed hij het voorstel om een reuzenrad half in te graven. Dat was minder subtiel dan Cats and Watermellons (1992), een van zijn mooiste werken: een foto van een enorme stapel groene, langwerpige watermeloenen in een Mexicaanse supermarkt. Op de rondingen heeft Orozco kleine blikjes kattenvoer gezet, zo, dat de toeschouwer door tientallen kattenogen wordt aangestaard. Het was een prachtige foto omdat je zowel het kattenvoer als de meloenen kon vergeten: samen zagen ze eruit als kleine wezentjes, die je priemend aanstaarden.

In een dergelijk werk zit Orozco dicht aan tegen het principe van de ready-made. Hij tilt voorwerpen uit de normale werkelijkheid en doet er een kleinigheid mee, maar zo goed dat die voorwerpen plotseling een andere lading of betekenis krijgen. Zoiets moet hij ook in het Stedelijk hebben gewild: hij ging de straat op, gewapend met een digitale camera, en maakte bijna zonder monteren een uren-durende filmimpressie.

Het is echter pijnlijk om te zien hoe weinig dat heeft opgeleverd. Orozco blijkt er ongeveer dezelfde voorkeur op na te houden als de gemiddelde Art-Unlimited fotograaf. We zien een fiets met een verbogen achterwiel, de zeepbellen die dagelijks door een machine over de Prinsengracht worden geblazen, bladeren in het water op een dekzeil, enzovoort enzoverder. Wie dat allemaal voorbij ziet trekken denkt aanvankelijk dat het heel wat is, tot hij zich realiseert dat Orozco niets anders doet dan een poging zijn ready-made-principe op de film toe te passen: hij probeert de alledaagse werkelijkheid lading te verschaffen door er stukken uit te lichten; die gaan dan automatisch heel wat lijken. Maar Orozco voegt niks toe, zoals bij zijn watermeloenen; dit zijn de filmpjes van een toerist, die er hoogstens wat gelikter uitzien doordat ze met een getraind oog zijn gemaakt.

Dat is het manco van de hele tentoonstelling, met als enige uitzonderingen de kleine cirkel-tekeningetjes die Orozco maakt op bankbiljetten en vliegtickets, varianten op zijn zogenaamde Puddles - die zien er mooi uit, ook al zeggen ze weinig. Dat laatste geldt nog sterker voor zijn kroonkurken, zijn plastic vliegtuigje of de maar liefst vier vitrines waarin hij plastic poppetjes van de popgroep Kiss heeft neergezet. Orozco zal best hebben gezocht in Amsterdam, maar hij heeft niks gevonden.

    • Hans den Hartog Jager