Ex-top van HCS lijkt de dans te ontspringen

DEN BOSCH, 20 NOV. De ex-bestuurders van het failliete HCS-concern, J. Kuijten en E. van den Boogaard, lijken de dans te ontspringen. De curatoren van het Bossche automatiseringsconcern HCS streven, bijna zes jaar na het faillissement, naar een schikking met de voormalige directeuren van het concern. Dit heeft curator E. Bogaerts gisteren bevestigd.

De schikkingsbereidheid is opmerkelijk. Vorig jaar nam Bogaerts een hele andere positie in. Toen verklaarde hij dat de directieleden zeer snel aansprakelijk gesteld zouden worden voor de ondergang van HCS. De conclusies van de curatoren waren gebaseerd op een onderzoek van een paar jaar ervoor dat ze zelf hadden uitgevoerd. Bogaerts en zijn collega's constateerden toen dat “een aantal bestuursleden zijn taak niet naar behoren heeft vervuld”.

Of de onderhandelingen over de schikking succesvol afgesloten kunnen worden, wordt midden december duidelijk. Dan hakken Bogaerts en zijn twee medecuratoren definitief de knoop door. “We streven naar een schikking met de betrokkenen”, verklaart hij. Op de vraag of de onderhandelingen met succes kunnen worden beëindigd, zegt Bogaerts: “Ik ben een aartsoptimist”. Onduidelijk is of de curator ook een regeling wil treffen met de accountant van HCS, KPMG, en de commissarissen.

Te vaak kochten de topmanagers te dure bedrijven. In een paar jaar werden zeventien bedrijven of belangen gekocht. De synergie-effecten echter werden “niet of onvoldoende uitgebuit”. Ook concludeerden ze dat de HCS-resultaten tussen 1988 en 1989 opgepoetst waren. HCS werd in 1988 en 1989 geleid door directeur J. Kuijten en gecontroleerd door president-commissaris C. Vissers. Kuijten werd opgevolgd door E. van den Boogaard. Het was Kuijten die HCS in 1986 naar de Amsterdamse effectenbeurs bracht. De introductie ontwikkelde zich tot een van de grootste debacles in de jaren tachtig. Nauwelijks zeven jaar na de beursgang werd de groep, waar ruim 3100 mensen werkten, failliet verklaard. Een groot deel van de dochters is daarna verzelfstandigd of verkocht.

De ondergang van HCS, waarbij beleggers en schuldeisers honderden miljoenen guldens verloren, was ook nog goed voor een andere affaire, waarbij ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen beschuldigd werd van misbruik van voorkennis bij de HCS-redding. Na jaren procederen werd hij vrijgesproken. Sindsdien eist hij van de Nederlandse Staat en het voormalige bestuur van de Amsterdamse beurs een schadevergoeding van 1,3 miljard gulden. Zijn claims zijn inmiddels naar de beurs gebracht onder de naam Begaclaim. (ANP)