Een plek voor kinderen, ook na de dood

Een eigen plek voor de as van overleden kinderen. Crematoria voorzien in toenemende mate in wensen van ouders, nu ook de dood van een kind beter bespreekbaar is.

UTRECHT, 20 NOV. Margot (10), Irene (3), Roy en Joy (doodgeboren) hebben hun laatste rustplaats gevonden in het speciaal voor kinderen aangelegde kinderhofje van crematorium Daelwijck in Utrecht. De as van Thom (negentien maanden) is achter een siertegel bijgezet in een met houten balken speels vormgegeven urnenmuur. Een speelgoedhelikoptertje staat voor de kleine urn van een ander kind.

Het hart van het kinderhofje wordt gevormd door een gestileerde vlinder die de kortstondigheid van het bestaan symboliseert. Een herdenkingsplaatje herinnert eraan dat de as van Lydia (2) is uitgestrooid over het gras van één van de vleugels van de vlinder. Tussen de vleugels stroomt water over het schuin aflopende vlinderlijf. Het water kabbelt van kop naar staart langs afgeronde brokken blauw glas uit Tsjechië.

De ouders hebben Daelwijck als laatste rustplaats voor hun zoontje of dochtertje gekozen omdat het een 'kindersfeer' heeft. “Hier is onze Thom tussen andere kinderen”, zegt Monique Kortekaas. Haar man en zij zijn alle crematoria in Nederland afgereisd waar de afgelopen paar jaar urnenmuren voor kinderen zijn gemaakt om een passende plek voor hun aan leukemie overleden zoontje te vinden. “We hebben onze Thom tijdens zijn ziekte altijd verzorgd en dit was het laatste waar we voor konden zorgen”, zegt het echtpaar uit het Brabantse Veghel. Een ander kinderhofje dat zij mooi vonden viel af omdat vanaf de urnenmuur voor kinderen nog net een columbarium met grote urnen van volwassenen zichtbaar was. Zij hebben de as van Thom laag in de urnenmuur geplaatst, omdat dat zijn hoogte was. Bovendien hoeft zijn zusje Annieck die na Thom is geboren dan niet omhoog getild te worden als zij bij haar broertje “op bezoek” komt, zegt Monique Kortekaas.

Het kinderhofje in Utrecht en soortgelijke initiatieven bij andere crematoria komen voort uit de grotere openheid die rond dood en rouw is ontstaan, zegt vestigingsmanager P. Meijer van crematorium Daelwijck. Sinds in de laatste decennia meer wordt gesproken over de dood in het algemeen en het overlijden van volwassenen, wordt nu ook de dood van kinderen “minder taboe”, merkt Meijer. “Voor de ouders is de dood van hun kind een catastrofe. Zij hebben tegenwoordig de durf om vragen te stellen en hun wensen te uiten.” Behalve de wens om hun kind bij andere kinderen te leggen, willen ouders vooral een plek waar zij hun kind kunnen gedenken. “Voorheen betekende cremeren eenvoud, dus asverstrooiing. Tegenwoordig willen mensen iets tastbaars hebben, een herdenkingsplaatje bij de plek waar de as is verstrooid”, zegt Meijer.

Secretaris J. Bionda van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen beaamt dat ouders zichzelf meer tijd toestaan om hun kind gezamenlijk te begraven. Kwam zij als beheerder van begraafplaats Rusthof te Amersfoort drie tot vijf jaar geleden nog regelmatig een vader met een begrafenisondernemer tegen die met zijn tweeën een kindje kwamen begraven, tegenwoordig is dat 'ondenkbaar'. “We begraven weer samen, met broertjes en zusjes erbij”, zegt ze.

Bij de nieuwe kinderbegraafplaats van Rusthof waarvan de uitvoering net is begonnen, zal nog een stap verder worden gegaan dan de architectonisch opgeroepen kindersfeer van het kinderhofje in Daelwijck. In het midden van de kinderbegraafplaats komen speeltoestellen te staan, waaronder een holle boom. Een innovatie die volgens Bionda “controversieel” is binnen de wereld van begraafplaatsen. “De gedachte om broertjes en zusjes op een begraafplaats te ontvangen, is voor veel mensen onbestaanbaar.”

Op een hoger gelegen grasveldje van het kinderhofje van Daelwijck heeft Erika de Weerd twee urnentuintjes ingericht ter nagedachtenis van haar na elkaar doodgeboren kinderen Roy en Joy. Zij merkt dat de kindersfeer in het hofje ook haar beide levende zoons Ricky (6) en Percy (13) helpt bij hun verwerkingsproces. “Vooral de jongste heeft het er erg moeilijk mee gehad”, vertelt ze. “Ik had hem voorbereid op de komst van een nieuw broertje of zusje. Hij was woedend op mij dat ik het kindje had verloren en hij nooit meer een broertje of zusje erbij zou krijgen.”

Inmiddels brengen Ricky en Percy tekeningen en 'knuffels' naar de urnentuinen van hun overleden broertje en zusje. Zij stappen vrolijk rond door het park van crematorium Daelwijck. “Onlangs is onze hond Harry overleden”, vertelt Erika de Weerd, “Toen zei Ricky: 'nou is Harry tenminste bij onze kindjes. Dan kan hij in de hemel op Roy en Joy passen'. Zo verwerkt hij het op zijn eigen manier.”

De Weerd heeft ervaren dat de meeste mensen niet weten hoe om te gaan met iemand die haar kind heeft verloren. Haar man “sloeg op de vlucht”. Ze werd gemeden door haar omgeving. “Ze ontlopen je”, zegt De Weerd. “Vrouwen die tegelijk met mij zwanger waren, keerden om als ze me zagen. Ik had weer een platte buik en ze wisten ook niet wat ze zeggen moesten.”

Langs het pad rondom de vlinder in Daelwijck staan twee bankjes. Het is “onze eigen fantasie” dat de ouders elkaar daar kunnen ontmoeten, wijst vestigingsmanager Meijer. Elders op het veldje zijn nog een paar volwassenen herdacht en ligt het graf van een man die op 77-jarige leeftijd is overleden. “Heb je dat gezien?”, vraagt Marcel Kortekaas aan zijn vrouw. Ze schudt van nee en kijkt zonder een reactie te geven terug naar haar man, om zijn emoties te peilen. Die beschouwt volwassenen op het kinderhofje als een inbreuk. “Het is een plek voor kinderen”.

De vestigingsmanager zegt dat de keuze voor volwassenen op het veldje van het kinderhof “tweeledig” was. Een grootmoeder wilde bij haar kleinkind zijn van wie de as over één van de vleugels van de vlinder is uitgestrooid. Tegen anderen die uitgerekend dat plekje zo mooi en 'intiem' vonden, wilde Daelwijck geen nee zeggen. Wellicht, zo vermoedt Meijer, kan een hegje tussen de twee gedeeltes een oplossing kunnen bieden.

    • Rik Plantinga