Een onverbeterlijke opschepper

Morgenavond wordt de 250ste sterfdag van Jacob Campo Weyerman herdacht in de Haagse Gevangenpoort. Het is een passende locatie - Weyerman heeft daar de laatste negen jaar van zijn leven doorgebracht.

Weyerman (1677-1747) is een van de kleurrijkste figuren uit de achttiende eeuw. In officiële naslagwerken wordt hij vermeld als satiricus, schrijver van kluchtspelen en bloemschilder. Die opsomming doet hem echter nauwelijks recht. Weyerman was ook een polyglot die zeven talen sprak, een scherp polemist en een biograaf die vele kunstenaars te boek heeft gesteld. Dat er nog altijd geen gedegen biografie van hem is verschenen, komt doordat feit en fictie in zijn levensloop moeilijk van elkaar te scheiden zijn - waar Weyerman zichzelf ter sprake brengt, blijkt hij een onverbeterlijke opschepper.

Weyerman werd op 9 augustus 1677 geboren in een legerkamp nabij Charleroi. Zijn vader diende als militair onder stadhouder Willem III. Zijn moeder had het (als man verkleed!) tot sergeant in het leger geschopt. Gewond geraakt werd ze door een dokter als vrouw ontmaskerd, waarna ze voor een bestaan als marketentster koos.

Weyerman was aanvankelijk kunstschilder en zocht in 1704 zijn fortuin in Londen. Teruggekeerd in Nederland werd hij schrijver en uitgever van tijdschriften vol 'satirique verhandelingen' met titels als 'Den Echo des Weerelds', 'De Doorzigtige Heremyt' en 'Den Vrolyke Tuchtheer'. Tussentijds maakte hij reizen naar Engeland, Duitsland en Vlaanderen.

Na 1720 kwam Weyerman er financieel steeds slechter voor te staan. Misschien brachten die zorgen hem ertoe een nieuwe bron van inkomsten aan te boren. Weyerman begon anonieme brieven te schrijven waarin de ontvanger gewezen werd op belastende informatie die op punt van verschijnen stond. Maar geen nood - als er een afkoopsom werd betaald, dan kon publicatie voorkomen worden.

Deze chantage had succes bij een weduwe uit Abcoude. Ze 'schonk' Weyerman twee zilveren kandelaars. Een poging om de invloedrijke dominee Willem Hogerwaard te chanteren, pakte minder goed uit. Hogerwaard diende onmiddelijk een aanklacht in. Toen het gerecht ook andere chantagepogingen op het spoor kwam, belandde Weyerman in 1738 in de Gevangenpoort. Na een geruchtmakende rechtszaak (1739) werd Weyerman tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Deze rechtszaak wordt beschreven in het boekje 'Geconfineert voor altoos' dat werd uitgegeven op initiatief van de Weyerman-stichting. De samenstellers maken aannemelijk dat er een politiek luchtje zat aan Weyermans ongebruikelijk zware straf. Hij zou het gezag hebben getergd met het gedicht 'Enthusiasmus'. Daarin werd niet alleen Hogerwaard aangevallen, maar kreeg ook de V.O.C. een veeg uit de pan: de bestuurders werden vergeleken met de Roomse inquisitie en de bloedraad van Alva.

In de rechtbankverslagen worden Weyermans beledigingen regelmatig aangehaald. Dat biedt heerlijke lectuur, want Weyerman verstond de kunst van het beledigen als geen ander. Met 'doorsponste kegelveller' en 'misteektent uithangbord van een man' doelde Weyerman op een van zijn vijanden. Met nauw verholen plezier beschrijft hij hoe deze een pak slaag kreeg: 'Zyn vagt werd gestreeld gelyk als een zitte kussen het welk des zaterdags werd uytgeklopt bij de wigtige pooten van een Jutlandse moffin.'

    • Erik Spaans