Dure hulpstukken vaker onmisbaar

Een handicap of een medisch probleem hoeft geen beletsel voor een 'gewoon' leven te zijn. Maar aan de apparaten en hulpstukken hangt steeds vaker een nieuw kaartje met een hogere prijs. In totaal kunnen de uitgaven hiervoor beter worden beperkt, vindt de Raad voor de volksgezondheid en zorg.

ROTTERDAM, 20 NOV.De relatief goedkope 'piratenpoot' voldoet heel goed als beenprothese, maar slechts weinigen zullen hiermee willen volstaan. Bij de firma Beenhakker in Capelle aan den IJssel, 'revalidatiedealer' zoals het bedrijf zichzelf presenteert, liggen dan ook geen piratenpoten in de etalage.

Mogelijk heeft Beenhakker wel de speciale, elektrisch verstelbare zitstoel waarnaar de 68-jarige Rotterdammer R. Verhoeven nu op zoek is. Verhoeven is slecht ter been en heeft moeite met opstaan. Een rolstoel 'voor buiten' heeft hij al, “om de actieradius te vergroten”. De rekening voor deze hulpmiddelen moet Verhoeven zelf betalen; voor vergoeding komt hij niet in aanmerking. De aangepaste stoel is voor 3.500 gulden bij Beenhakker te koop.

De uitgaven voor medische hulpmiddelen blijven voorlopig nog stijgen. Dit komt doordat patiënten eerder na een behandeling in het ziekenhuis naar huis gaan of de behandeling zelf overnemen. Ook het beleid om mensen met een handicap, zoals incontinentie, zoveel mogelijk 'gewoon' aan het maatschappelijk leven te laten deelnemen leidt tot hogere uitgaven voor hulpmiddelen.

Naast de gebitsprothese rekent de raad hechtpleister, operatietang, infuus, echo- en röntgenapparatuur evenzeer tot de medische hulpmiddelen als bijvoorbeeld de (lees)bril, looprek, patiëntenlift, elastische kousen, draagbare infuuspomp, incontinentiemateriaal, rolstoel en woningaanpassing. In totaal wordt er jaarlijks ongeveer vijf miljard gulden aan uitgegeven.

Sinds 1990 zijn de uitgaven voor hulpmiddelen jaarlijks met gemiddeld 6,5 procent gestegen. Daarbij zijn kosten voor hulpmiddelen die in de zieken-, verpleeg- en verzorgingshuizen worden gebruikt veel minder gestegen - 5,4 procent - dan de uitgaven voor de buiten deze instellingen gebruikte hulpmiddelen waar sprake is van een jaarlijkse stijging van ruim 11 procent. De 'intramurale' hulpmiddelen omvatten zo'n driekwart van de uitgaven.

Toch kan er ook nog veel geld worden bespaard. Zo levert een beter inkoopbeleid van ziekenhuizen en vooral van verpleeg- en verzorgingshuizen veel geld op. Ook een zorgvuldiger voorschrijfgedrag en een stringent prijsbeleid kunnen de stijging binnen de perken houden, zo schrijft de Raad voor de volksgezondheid en zorg vandaag in een advies aan minister Borst (Volksgezondheid).

De raad meent bovendien, dat moet worden nagegaan of niet een deel van de hulpmiddelen door de gebruikers zelf kan worden betaald. Dat zou vooral kunnen gelden voor zaken die het wonen en leven veraangenamen, zoals een douchekruk of een lange schoenlepel. Daarbij moet wel zorgvuldig moeten worden bekeken wat de consequenties zijn van het niet vergoeden uit de collectieve middelen. De Raad verwijst daarbij naar het kunstgebit dat uit het ziekenfondspakket werd gehaald - en er weer aan werd toegevoegd toen bleek dat daardoor vooral bejaarden in de (financiële) problemen dreigden te komen doordat ze zich niet aanvullend verzekerden.

“In het algemeen zijn de hulpmiddelen de laatste jaren flink goedkoper geworden”, verzekert echter medewerker R. Oostindiën van revalidatiedealer Beenhakker. “De ziektekostenverzekeraars en de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg. Ze zijn vrij te kiezen met wie ze samenwerken. De dealers zijn daardoor sterk goedkoper geworden.” Hij wijst op een gewone rolstoel die tussen tientallen andere modellen in de toonzaal staat. “Er heeft een rolstoeloorlog gewoed. Deze lichtgewicht, opvouwbare rolstoel voor kort gebruik kostte drie, à vier jaar geleden tussen de 2.500 en 2.600 gulden. Sinds een kleine twee jaar kost hij rond de 1.400 gulden.”

De Raad voor de volksgezondheid en zorg houdt bij zijn berekeningen wel enige slagen om de arm, omdat hij over niet steeds over betrouwbare informatie kan beschikken. Zo blijkt het, onder meer door recente wetswijzigingen, niet mogelijk om te bepalen met hoeveel de uitgaven die worden gedaan in het kader van de Wet voorziening gehandicapten sinds 1990 zijn gestegen. Het gaat in deze wet onder meer om kleine aanpassingen aan woningen (kosten minder dan 45.000 gulden) en het verstrekken van rolstoelen: in totaal ruim vierhonderd miljoen gulden per jaar.

Het adviescollege pleit voor een zodanige verandering van de verschillende wetten, dat het verstrekken van het goedkoopste, adequate en noodzakelijke medische hulpmiddel de basis voor de vergoeding wordt. Onderzoek naar kwaliteit, werkzaamheid, doelmatigheid en effectiviteit van hulpmiddelen moet gemeengoed worden. Voordat tot vergoeding wordt besloten moet eerst worden nagegaan of de kosten opwegen tegen de baten, onder meer in vergelijking met al bestaande hulpmiddelen. De Raad bepleitte in mei al zo'n toetsing bij de geneesmiddelen. Net als met de gang van zaken bij de geneesmiddelen is de invoering van een vergoedingensysteem voor hulpmiddelen gewenst, zo menen de adviseurs. Als een hulpmiddel dan meer kost dan het vastgestelde normbedrag moet de afnemer bijbetalen als hij niet wenst te volstaan met goedkopere alternatieven.

In zijn advies noemt de Raad een groot aantal oorzaken voor de voortgaande stijging van de uitgaven voor medische hulpmiddelen. Toename van de bevolking, vergrijzing, nieuwe inzichten - onder andere erop gericht om ouderen die vroeger intramuraal moesten worden behandeld in het gewone maatschappelijke leven overeind te houden - en het beleid om meer gehandicapten aan arbeidsproces te laten deelnemen: het zijn enkele van de factoren die op de uitgaven voor de hulpmiddelen van invloed blijken te zijn. Een belangrijke stimulans voor een doelmatiger gebruik en betere kwaliteit kan zijn de markt als consumenten te benaderen. Patiëntenorganisaties zouden geld moeten krijgen voor vergelijkend warenonderzoek.

Op de negenhonderd vierkante meter waar de firma Beenhakker in Capelle zijn waren heeft uitgestald, lopen de klanten speurend en keurend rond. Een invalide vrouw verlaat met behulp van een vervoersdienst onverrichter zake het pand. Juist omdat het in deze branche maatwerk is, zal het fenomeen van cash & carry er wel nooit z'n intrede doen.