De zichtbare liedjes van Grandaddy

Het Amerikaanse vijftal Grandaddy maakte een van de verrassendste popplaten van het jaar, in een afgelegen studio, tussen de coyotes, insecten en muizen. Daar kreeg zanger/gitarist Jason Lytle de ruimte die hij nodig heeft voor het schrijven van liedjes. “Ik moet orde en ruimte in mijn hoofd hebben voor ik songs voor mij kan zien.”

AMSTERDAM, 20 NOV. “Ik kan mij wel inbeelden waar het over gaat”, zegt zanger/gitarist/toetsenist Jason Lytle van de Amerikaanse popgroep Grandaddy als ik hem vraag naar zijn liedje 'Summer Here Now'. “Mijn idee erover zal niet veel anders zijn dan dat van luisteraars die het voor het eerst horen, omdat het niet op een specifieke ervaring gebaseerd is. De woorden schilderen een beeld, ook voor mij.” Hij is even stil, staart voor zich uit. Dan zegt hij: “Ik kijk er nu naar. Op dit moment kijk ik naar het liedje.” Wat ziet hij dan voor zich? “Ik zie iemand in een stadje in Florida, het is zondag misschien, want de winkels zijn dicht, er zijn veel reclamezuilen, het is zo'n opgeblazen vervallen stadje dat ooit ontworpen was om een schitterende toeristenattractie te worden. Die persoon is daar een tijdje blijven hangen. Vlak voor hij vertrekt, schrijft hij een briefje dat hij in een bus achterlaat, of hij schrijft iets op de muur, een boodschap aan toekomstige bezoekers: dat ze zich moeten bedenken, omdat het stadje niet zo geweldig is als ze je willen doen geloven.” Hij lacht even verlegen. “Maar dat is maar wat ik denk.”

Het onlangs verschenen debuut van Grandaddy, Under The Western Freeway, is een van de verrassendste popplaten van het jaar. Met simpele middelen maakt het vijftal een originele eigen variant van alternatieve gitaarrock, zorgvuldig opgebouwd maar speels, vol merkwaardige geluidjes maar door de pakkende melodieën heel toegankelijk. De liedjes zijn emotioneel zonder op goedkope sentimenten te mikken en hebben een mysterieuze magie. “Het idee dat ik graag romantiseer”, zegt Jason Lytle, “is dat van een stel gewone jongens, geen uitzonderlijke muzikanten, die hun loonbriefjes hebben aangewend om een stapel middelmatige apparatuur te kopen en daarmee iets maken waarvan je zegt: wow, waar komt dàt vandaan? Dat idee is belangrijker voor mij dan wat dan ook. We zijn er steeds dichter bij in de buurt aan het komen.”

Lytle is een zacht pratende, innemend vriendelijke man, die zelf ook enigszins verwonderd is over het creatieve proces dat die bijzondere liedjes oplevert. “Het is niet in een definitie te vangen”, zegt hij. “Ik gooi van alles in de lucht, laat het samenvallen, ga eens achterover zitten om er naar te kijken, schud mijn hoofd: nee, dit is het nog niet helemaal. Dan haal ik alles weer uit elkaar en zet het opnieuw in elkaar. De basis van de liedjes maak ik meestal op akoestische gitaar of piano, dan gaan de anderen zich ermee bemoeien, gaat de autokap omhoog en leven we ons uit met de sleutels.”

De andere leden van de band hebben zo hun eigen idee over waar de nummers over gaan, zegt gitarist Jim Fairchild. “In het begin vraag ik vaak hoe de tekst luidt, dan vorm ik er in gedachten een beeld bij, dat helpt mij om er beter in te komen. Het stelt mij in staat om een eigen ruimte in mijn hoofd te creëren. Bij een paar heb ik een heel levendig beeld van waar ze over gaan, maar ik weet niet of dat hetzelfde is als wat Jason bedoelde toen hij ze schreef. We hebben het er nooit over.”

Het geluid van de muziek heeft ook veel te maken met de plek waar de cd werd opgenomen, vertelt Lytle. “We hadden een afgelegen huis gehuurd op het platteland in Californië, geen buren in een omtrek van een kilometer, alleen bomen om ons heen. Een paar van de kamers waren als geluidskamers ingericht. Er stonden piano's, orgels, allerlei apparatuur. Maar invloeden van buitenaf waren er niet. Dat is heel belangrijk voor mij: ik heb orde en ruimte in mijn hoofd nodig voor ik songs voor mij kan zien. Er is zo'n ruimte tussen de speakers waar je naar luistert als je in de studio zit, zo'n lege plek die je kunt vullen met allerlei beelden. De stilte en ruimte daar hielpen mij erg. Maar degene die het gebouwd heeft moet dronken zijn geweest, want de muren waren scheef en er was nauwelijks ventilatie, zodat het onzettend heet werd in de brandende zon. We moesten er op een gegeven moment weg. De coyotes en de insecten en de hitte en de muizen hebben ons er onder gekregen, ons eruit gejaagd.”

Jason vertelt trots hoe de groep een platencontract kreeg. “Ik ging naar een concert van de groep Giant Sand, waar ik een groot fan van ben, met een pakje waarin een paar tapes met onze muziek zaten, een t-shirt en een briefje. Na de show liep ik af op de zanger, Howe Gelb. Ik was al aardig dronken, ik probeerde iets te zeggen, maar ik was zo in de olie dat ik niet veel meer uit kon brengen dan 'pah gurgl fwa bla'. Dus gaf ik hem dat pakje en maakte ik snel dat ik wegkwam. Op het briefje dat erbij zat stond: jouw muziek is heel inspirerend geweest voor mij, hopelijk kan ik op een dag iets doen dat anderen net zo raakt als jouw muziek, blablabla... Zonder telefoonnummer of adres. In de loop van hun tournee moet hij ernaar geluisterd hebben en het mooi zijn gaan vinden. Een vriendin die bij een platenmaatschappij werkte vertelde hij over ons, maar zonder te zeggen wat de naam van de band was of waar we vandaan kwamen. Het werd een spelletje tussen die twee, hij wilde het niet zeggen, maar telkens als hij haar sprak gaf hij een nieuwe aanwijzing. Uiteindelijk heeft ze ons na veel speurwerk gevonden en ons meteen een contract aangeboden.”

Nu de plaat uit is, gaat de groep meer optreden. Volgens Fairchild valt het niet mee om het verfijnde geluid van het album bij concerten op te roepen. “Het is altijd een grote strijd om aan de geluidsman uit te leggen wat wij willen. Ik krijg altijd ruzie met de technici”, zegt Jason Lytle, “omdat ze het altijd per se heel hard willen zetten. Maar hoe harder het geluidsvolume is, hoe moeilijker de subtiliteiten te horen zijn. Het hoeft van mij niet veel harder dan wat er op het podium uit de versterkers komt, dan hoor je tenminste wat wij doen. Als je zo'n lange tijd heel precies bezig bent geweest met het maken van een geluid, is het raar om er ineens een buitenstaander bij te moeten laten, de macht over het totaalgeluid uit handen te moeten geven. Dat is angstaanjagend.”

    • Sietse Meijer