'Couppoging Suriname was drugsruzie'

ROTTERDAM, 20 NOV. De vermeende 'couppoging' in Suriname van 25 oktober was een ruzie om verdovende middelen, waarbij de wegens drugshandel gezochte ex-legerleider Desi Bouterse betrokken was.

Deze mogelijke achtergrond van de 'couppoging' werd gisteren gemeld door het NOS-Journaal op basis van gesprekken met onder meer buitenlandse (niet-Nederlandse) diplomaten in Paramaribo. Amerikaanse autoriteiten kennen ten minste één van de meer dan twintig arrestanten als een “belangrijke drugskoerier”. Ook de meeste andere arrestanten zouden de afgelopen jaren in opdracht van Bouterse, tegenwoordig voorzitter van de regeringspartij NDP en adviseur van staat, zijn ingezet bij opslag en transport van drugs.

Al eerder was bekend dat onder de arrestanten veel personen van indiaanse afkomst zijn. Zij behoorden tot de speciale eenheid die eind jaren tachtig werd ingezet in de strijd tegen het Junglecommando van Ronnie Brunswijk. Een aantal leden van deze eenheden zijn toen naar Nederland gevlucht, waar sommigen verklaringen aan justitie hebben afgelegd over productie en transport van cocaïne. Ook tegen Brunswijk loopt een internationaal aanhoudingsbevel wegens drugshandel.

Mensenrechtenactivist Stanley Rensch van de stichting Moiwana '86 concludeert na gesprekken met familie en vrienden van de arrestanten dat de aangehouden 'samenzweerders' zich “genomen” voelen door met name Bouterse. “Ze wilden hem pakken, hem dwingen om te geven waar ze recht op hebben, een betere behandeling, een betere bestaanszekerheid. En als hij die niet zou geven dan zouden er best eens ernstige dingen kunnen gebeuren”, zo verklaarde Rensch in het NOS-Journaal. De Surinaamse president Wijdenbosch had na de eerste arrestaties op 25 oktober verklaard dat de arrestanten plannen zouden hebben gehad voor een staatsgreep. In Paramaribo ontstonden onmiddellijk speculaties over een mogelijke andere achtergrond van de arrestaties. Zowel de Nederlandse als de Amerikaanse autoriteiten toonden zich bezorgd over het lot van de gevangenen, onder wie militairen en ex-militairen. Diplomaten en advocaten deden aanvankelijk vergeefse pogingen de arrestanten te bezoeken.

Twee van de verdachten hadden zich gemeld bij de Nederlandse en Amerikaanse ambassades in Paramaribo, omdat zij vreesden voor hun leven. Nadat Den Haag en Washington aan de Surinaamse autoriteiten garanties vroegen voor een eerlijke rechtsgang meldden de twee zich bij de politie.

Minister Van Mierlo zei gisteravond : “Sinds het oppakken van de gearresteerden doen alle mogelijke verhalen de ronde. Vele varianten, waaronder deze. En ik vrees eerlijk gezegd dat, als het openbaar ministerie (in Paramaribo) nog langer onhelderheid laat voortbestaan omtrent wat er nu echt aan de hand is, deze stroom geruchten in alle richtingen alleen maar sterker zal worden.”