Biotechnologie vreest isolering op termijn

ROTTERDAM, 20 NOV. De Nederlandse biotechnologische industrie 'dreigt internationaal te worden geïsoleerd en te worden verwezen naar de achterhoede' als de regering een voorgestelde EU-richtlijn voor het octrooieren van biotechnologische uitvindingen afwijst.

Dat stelt de Nederlandse Industriële en Agrarische Biotechnologische Associatie (NIABA) in een brief aan staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken). Tijdens de Raad van ministers voor de interne marktordening komt de richtlijn volgende week aan de orde. Hoewel die richtlijn na negen jaar touwtrekken en veelvuldig amenderen door het Europees Parlement nu algemeen geaccepteerd wordt, is Nederland tegen omdat daarmee de mogelijkheid om planten en dieren te octrooieren bestaat. Dat kan niet, 'omdat dieren en planten geen uitvindingen zijn'. Die interpretatie zou er volgens de NIABA toe leiden dat “een zeer groot deel van het huidige inventieve biotechnologische onderzoek in Nederland onbeschermbaar wordt”. Een uitvinding die doorwerkt in een plant of dier moet volgens de NIABA wel beschermd kunnen worden.

De Nederlandse opstelling is een gevolg van twee moties die in de Tweede Kamer zijn aangenomen. Daarin verzet de Kamer zich tegen het octrooieren van planten of dieren. In de richtlijn, die streeft naar harmonisatie van octrooimogelijkheden in de verschillende lidstaten bestaat die mogelijkheid wel. Met de huidige richtlijn bestaat duidelijke overeenstemming tussen de visie van de industrie en die van de overgrote meerderheid van het Europese parlement. “Zo'n overeenstemming lijkt niet te bestaan met het Nederlandse parlement”, aldus de NIABA.

“Het lijkt ons niet juist als er een fundamenteel verschil van mening zou bestaan tussen de volksvertegenwoordiging en een belangrijk deel van de Nederlandse industrie op een punt waar de langetermijnbelangen van die industrie in het geding zijn, ook internationaal,” zo schrijft de associatie. In de brief wordt er op gewezen dat een uitvinding normaal gesproken octrooieerbaar moet zijn, opdat die kan worden gepubliceerd. Zou dat niet het geval zijn, dan ontstaat een situatie waarbij biotechnolisch onderzoek zich buiten ieders gezichtsveld gaat afspelen.

Zou het verschil van mening tussen de Nederlandse overheid en de industrie blijven bestaan, dan “is het gevaar levensgroot dat Nederland in een internationaal geïsoleerde positie terechtkomt, die op de lange termijn de concurrentiepositie van Nederlandse biotechnologische bedrijven ernstig kan aantasten.”

De NIABA moet er bovendien “niet aan denken dat door de Nederlandse opstelling de richtlijn, waaraan nu al meer dan negen jaar wordt gewerkt en die de Europese industrie wat betreft geharmoniseerde octrooibeschermingsmogelijkheden op gelijke voet moet brengen met de VS en Japan, gevaar zou lopen alsnog te worden afgeblazen.”