Beweging in de kwestie-Karabach; Azerbajdzjaanse olie brengt Armenië tot koerswijziging

In de kwestie-Nagorny Karabach staan al een tijdje alle tekenen op vrede. Een vredesplan van de OVSE vindt steeds meer instemming. Maar de Armeniërs in Karabach roepen iets anders: zij waarschuwen voor oorlog.

ROTTERDAM, 20 NOV. “We bereiden ons voor op oorlog”, zei in september de minister van Defensie van Nagorny Karabach. “Ditmaal moet alles voor eens en voor altijd worden opgelost.” En, zei hij, doelend op de Azeri: “Of zij maken ons in of wij maken hen in.”

Deze week zei Arkadi Goekasian, president van Nagorny Karabach, het zo: “Achter onze rug worden afspraken gemaakt. Men wil ons dwingen met blote handen hete kolen beet te pakken. De suggesties die nu worden besproken leiden ons naar oorlog.”

De uitlatingen van de leiders van de door Armeniërs bevolkte enclave in Azerbajdzjan staan haaks op alle andere geluiden in de kwestie: daarin domineert optimisme over een oplossing van de kwestie die nu al bijna tien jaar speelt. Er is een voorstel voor een regeling en de overeenstemming over die regeling breidt zich gestaag uit.

In 1988 kwamen de Armeniërs van Nagorny Karabach in opstand tegen het Azerbajdzjaanse gezag. In een zes jaar durende oorlog vochten ze zich vrij. Ze veroverden bovendien grote delen van Azerbajdzjan buiten hun eigen enclave en verdreven een miljoen Azeri. In 1994 werd deze situatie door een bestand 'ingevroren'.

Sindsdien wordt onder bemiddeling van de Groep van Minsk (een groep van twaalf lidstaten van de OVSE) gepraat over een regeling. Zonder veel succes. De Armeniërs van Karabach eisen onafhankelijkheid en hebben alvast hun eigen republiek uitgeroepen - een republiek die door niemand wordt erkend, zelfs niet door Armenië. Azerbajdzjan houdt strikt vast aan het principe van de territoriale onschendbaarheid en wil Karabach autonomie toestaan, maar geen onafhankelijkheid.

De OVSE heeft een vredesplan in fasen op tafel gelegd. In de eerste fase moeten de Armeniërs van Karabach zich terugtrekken uit de zes Azerbajdzjaanse districten die ze sinds 1994 bezetten. In die gebieden komt een internationale vredesmacht die toeziet op de terugkeer van de een miljoen vluchtelingen. In de tweede fase wordt gepraat over de toekomstige status van Karabach.

De Armeniërs van Karabach zijn tegen het voorstel: zij eisen een oplossing ineens, zonder fasen, want, zeggen ze, als de Azeri hun zes districten terughebben, zullen ze elke belangstelling voor een serieus gesprek over de status van de enclave verliezen. De Armeniërs weigeren bezet Azerbajdzjaans gebied terug te geven zonder de garantie dat Baku hun soevereiniteit erkent.

In oktober is schot gekomen in de impasse die het overleg al lange tijd kenmerkt: Armenië, dat tot nu toe de volksgenoten in de enclave door dik en dun steunde, is overstag gegaan en heeft bij monde van president Levon Ter-Petrosian zijn instemming betuigd met het fasenplan van de OVSE. “Op dit moment zijn eisen over volledige onafhankelijkheid voor Nagorny Karabach of aansluiting bij Armenië niet realistisch”, aldus Ter-Petrosian. De Armeense instemming is niet unaniem: de oppositie in Armenië is tegen, maar ook zijn eigen premier, Robert Kotsjarian, tot maart president en sterke man van Nagorny Karabach. Hij ziet het OVSE-plan als “volledige capitulatie” en “de opgave van alles waarvoor we jaren hebben gevochten”. Natuurlijk zijn de Armeniërs van Karabach ook tegen: als Goekasian zich beklaagt over de afspraken die 'achter onze rug' worden gemaakt, doelt hij vooral op de koerswending van Ter-Petrosian.

De breuk tussen Karabach en Armenië kan grote gevolgen hebben. De Armeniërs van Karabach hebben zich militair voortreffelijk georganiseerd. Maar diplomatiek staan ze zwak. Westerse diplomaten gaan ervan uit dat Goekasian moet inbinden als Azerbajdzjan en Armenië het eens kunnen worden, met de hartelijke steun van de Amerikanen en de Russen.

Naar de redenen van Ter-Petrosians ommezwaai hoeft niet lang te worden gezocht: die heeft van doen met het begin, op 12 november, van de export van Azerbajdzjaanse olie. Met die export zijn miljardenbelangen gemoeid. En Armenië hoopt daarvan mede te profiteren, want de kortste route van de Kaspische olie van Azerbajdzjan naar Europa loopt door Armenië. Het olietransport via een nog aan te leggen pijpleiding door Armenië zou van enorm belang zijn voor de Armeense economie. In oktober concludeerde Ter-Petrosian al dat de exploitatie van de Azerbajdzjaanse olie “een positieve factor” is bij het zoeken naar een oplossing van het conflict en een maand eerder had hij al geconcludeerd dat “de levensstandaard in Armenië niet zal stijgen zolang het conflict voortduurt”.

Vrede is derhalve in het belang van Armenië, net zoals het in het belang is van Azerbajdzjan en van alle landen die profijt trekken van de Azerbajdzjaanse olie - Rusland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië voorop. Het enige land dat tot zijn ongenoegen buiten al deze plannenmakerij is gehouden is Iran, dat geen stem heeft in de OVSE of de Groep van Minsk maar grote belangen in de regio heeft. En Iran is tegen een internationale vredesmacht in uitgerekend gebieden van Azerbajdzjan die grenzen aan Iran.

De Armeniërs van Karabach staan, al hun retoriek over een nieuwe oorlog ten spijt - “We laten ons geen regeling opdringen”, zei Goekasian deze week - alleen. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Stuart Eizenstat zei onlangs dat de eerste fase van het OVSE-vredesplan nog voor eind 1997 zou kunnen ingaan. Een week later liet de regering in Baku zich in dezelfde zin uit. “Een vredesakkoord tegen eind 1997 is mogelijk”, zei de Azerbajdzjaanse minister van Buitenlandse Zaken Hasanov. En hij gaf de reden voor zijn optimisme erbij: “Armenië heeft vrede nodig.”

    • Peter Michielsen