Betelnoot

Het eerste wat veel nieuwkomers in Papoea Nieuw-Guinea opvalt, zijn de bloedvlekken die overal op het trottoir en de winkelgevels plakken. Dat bevestigt voor een hoop mensen hoe verschrikkelijk dit land is. Het zijn echter geen bloedvlekken. Die vlekken zijn namelijk spuug, buai-spuug.

Buai wordt hier door de meeste mensen gekauwd en bestaat uit een subtiele combinatie van een betelnoot, een pepertje en wat ongebluste kalk. Die betelnoot wordt stukgekauwd en tegelijkertijd wordt het pepertje in de kalk gedoopt. Dan worden een paar happen van die peper genomen waarna het mengsel een bloedrode kleur ontwikkelt. Het geheel wordt niet doorgeslikt maar na zo'n vijf minuten uitgespuugd, bij voorkeur in een fraai dun straaltje op het trottoir, tegen een winkelgevel, of net naast de prullenbak. In andere delen van de wereld, zoals Indonesië, eten ze ook betelnoot maar dan gerold in een blaadje van de sirih-pruim. Dat rolletje stoppen ze dan achter de onderlip en daar blijft het een hele tijd zitten. Betelnoot schijnt een prettige en geestverruimende werking te hebben.

In Papoea Nieuw-Guinea heeft het ook een belangrijke sociale functie. Mensen die elkaar een tijd niet gezien hebben, zetten het bij het weerzien onmiddelijk op een kauwen. Studenten willen in de pauzes graag altijd even aan de buai, want er wordt hier niet veel gerookt of koffie gedronken. Ook zie je wel dat kleine kinderen van hun moeder wat voorgekauwde buai krijgen, en volgens een van mijn collega's is het een geschikt middel om nachtelijke huilpartijen van baby's te beëindigen. Hij heeft zeven kinderen, dus hij zal wel weten waar hij over praat. Zoals alle geneugten in het leven is het niet zo gezond, want je tanden verkleuren donkerrood en vallen dan uit, brokje voor brokje. Ook schijn je er mondkanker van te krijgen.

We woonden hier al ruim een jaar toen we het ook eens geprobeerd hebben. Ik had diverse aanbiedingen gehad maar had me altijd weten te verontschuldigen.

Op een middag kwam een jonge Engelse collega van de bosbouwvakgroep bij ons thuis. We zaten net aan de thee en keken de post door. Hij deed wat geheimzinnig en haalde uit zijn werktas enige noten, wat peper en een babyvoedingspotje met kalk. Hij begon drie betelnoten te pellen en legde er drie pepertjes naast. Ik had inmiddels begrepen wat de bedoeling was en stopte na enig aarzelen zo'n noot in de mond. Die smaakte een beetje naar rauwe pinda's en ik kreeg acuut een droge mond. Maar toen ik een hap van de in de kalk gedoopte peper nam, leek mijn mond te ontvlammen. Ik heb nog een paar keer dapper gekauwd en er ontwikkelde zich terstond een merkwaardig gevoel in het hoofd. Snel ben ik naar de kraan gelopen en heb het rode goedje in een dikke modderige straal in de wasbak gespuugd. Ik poetste mijn tanden maar bleef de smaak van worteltjes uit blik houden. Mijn mond voelde of zojuist al mijn vier verstandskiezen waren getrokken. Dat heeft een paar uur aangehouden. Toen ik de volgende dag aan een aantal lokale collega's die ervaring vertelde, begonnen ze vreselijk te lachen. Ik dacht dat we iets verkeerd hadden gedaan maar nee, zeiden ze, zo'n gevoel hebben wij ook als we buai eten. Het is gewoon een drug.

Ik kan me ondanks die kwalificatie niet voorstellen dat buai in Nederland zal aanslaan. Maar je weet het niet. Als over niet al te lange tijd jeugdig Nederland de buik vol heeft van housemuziek met xtc en overgaat op hippe ethnic-rock, is buai misschien wel erg cool. Mocht u dus over enige jaren overal bloedvlekken tegen de winkelgevels zien plakken, dan weet u nu hoe dat zou kunnen komen.