Banentop vooral sterk in goede intenties

Vanavond begint in Luxemburg een regeringstop over de aanpak van de werkloosheid in Europa. De deelnemers zijn niet enthousiast maar ze “maken er het beste van”.

LUXEMBURG, 20 NOV. Met een diner in de 'Golf de Luxembourg' beginnen de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie vanavond aan een top die de meesten van hen nooit hebben gewenst. De bijeenkomst is een concessie die ze deden aan de Franse socialistische premier Jospin. Die dreigde in juni tijdens de top van Amsterdam als kersverse regeringsleider het zogenoemde stabiliteitspact voor de Economische en Monetaire Unie tegen te houden, als er niet tevens een Europese aanpak van de werkloosheid zou komen.

Over het stabiliteitspact, dat de budgettaire discipline regelt binnen de EMU, zijn de Europese regeringsleiders het met grote moeite en met de banentop als toegeving, eens geworden. Premier Juncker van Luxemburg, die momenteel de EU voorzit, maakte er in Amsterdam geen geheim van er weinig voor te voelen een top over werkgelegenheid te organiseren. Hij vreesde dat de top te hooggespannen verwachtingen zou wekken.

De Duitse bondskanselier Kohl heeft er vanaf het begin op gehamerd dat werkloosheidsbestrijding in de eerste plaats een taak is van de lidstaten en dat een Europese top niet mag leiden tot plannen die geld kosten. Nederland stelt zich ongeveer op dezelfde lijn op. Ook de Belgische premier Dehaene heeft gezegd niet enthousiast naar Luxemburg te gaan, maar er “het beste van te willen maken” omdat er nu eenmaal tot de werkgelegenheidstop is besloten.

De Europese ministers van Financiën en van Sociale Zaken (beiden voorgezeten door premier Juncker, die in Luxemburg een superportefeuille beheert) hebben de afgelopen maanden gewerkt aan de voorbereiding van de top. Juncker heeft op alle mogelijke fronten informatie ingewonnen. De lidstaten, het Europees Parlement en de sociale partners zijn geraadpleegd en de Europese Investeringsbank werkte plannen uit. Toch is het weinig aannemelijk dat deze top tot een opzienbarend resultaat leidt. Zelfs de Franse minister Aubry (Werkgelegenheid) waarschuwde deze week dat geen wonderen verwacht moeten worden.

De scepsis is zo groot, dat voorzitter Santer van de Europese Commissie vorige week een oproep deed aan de regeringsleiders om zijn voorstellen voor aanpak van de werkloosheid in Europa over te nemen. In de aanloop naar de banentop opperde de Europese Commissie dat er afspraken moesten komen voor alle lidstaten, die er toe zouden leiden dat binnen vijf jaar de arbeidsparticipatie in de Europese Unie zou stijgen van 60 naar 65 procent. Over zulke getallen is de afgelopen maanden meer discussie geweest dan over de maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid.

Veel regeringsleiders willen zich niet op streefcijfers vastleggen. Ze vrezen dat dit slechts tot tegenvallers kan leiden - Spanje met een werkloosheid van rond de 20 procent voorop. Nu vormt zich consensus rond het Luxemburgse voorstel dat iedere lidstaat zijn eigen doelstellingen formuleert, die jaarlijks worden geëvalueerd door de Europese Raad en de Europese Commissie. De plannen per land worden gemaakt aan de hand van zeventien richtsnoeren, zoals de bepaling dat werklozen binnen een jaar aan een baan of opleiding moeten worden geholpen. Lidstaten kunnen zelf bepalen of en op welke termijn ze aan de bepalingen voldoen, maar ze moeten wel beargumenteren waarom ze dat al dan niet doen.

De enige sanctiemogelijkheid die Raad en Commissie hebben tegenover een lidstaat die een nationaal werkgelegenheidsplan niet uitvoert, is openbaar te adviseren hoe het beleid verbeterd kan worden. Verwacht wordt dat van de peer pressure die lidstaten op elkaar kunnen uitoefenen toch de nodige druk zal uitgaan. Ook binnen de lidstaten zal naar verwachting op de naleving van de doelstellingen scherp worden toegezien, door sociale partners en oppositiepartijen.

Een van de meest concrete voorstellen voor de banentop, verlaging van de BTW op arbeidsintensieve diensten als fietsen- en schoenmakers, dreigt te worden afgeschoten door Duitsland. Dit oorspronkelijk Nederlandse voorstel voor BTW-verlaging zou een forse belastingderving betekenen. Twee andere concrete plannen zijn zo goed als aangenomen: een voorstel van de Europese Investeringsbank voor nieuwe financieringsinstrumenten voor technologische en snel expanderende ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf, waarvoor zo'n 2 miljard gulden aan EIB-middelen zou worden uitgetrokken, en een bedrag van bijna 1 miljard gulden dat het Europees Parlement de komende drie jaar beschikbaar wil stellen en dat onder meer moet dienen voor een garantiefonds voor het midden- en kleinbedrijf.

De banenbijeenkomst vandaag en morgen wordt vooral een top van goede intenties, maar met wat minder vrijblijvendheid dan tot nu toe. De onderwerpen zullen zich overigens niet beperken tot werk, tijdens het diner vanavond spreken de staats- en regeringsleiders vooral over de uitbreiding van de EU en de relatie met Turkije. Gevraagd of een werkgelegenheidstop waar nauwelijks concrete afspraken uitkomen wel nuttig is, antwoordde eerder deze week de Duitse minister van Financiën Waigel zuinig dat de staats- en regeringsleiders hebben besloten tot een top, “dus is het nuttig.”

    • Birgit Donker
    • Ben van der Velden