Afrikaanse Jungle Warriors overheersen Nederlandse

Concert: The Jungle Warriors o.l.v. gitarist Jan Kuiper. Gehoord: 17/11 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 8 en 22/12.

'Een mix van jazz, funk, impro en Afrikaanse muziek' kondigt het programmablad aan. Het valt je niet eens meer op als vreemd, want mengsels zijn in de mode. En wanneer dan ook het woord 'jungle' nog valt, bereid je je voor op een extra speciale exotische cocktail: pils met Safari en jonge genever plus nog een scheutje Batida de Coco of desgewenst wat gemberbier.

Zo klonken de Jungle Warriors in het BIMhuis ook wel ongeveer, maar het is de vraag of gitarist Jan Kuiper het zo bedoelde. Het ontbrak zijn groep niet aan strijdlust en inzet maar wel aan een duidelijk strategie, zeg maar de hand van een meester-shaker.

De West-Afrikaans gekleurde slagwerksectie speelde absoluut niet slecht, maar zette de band voortdurend naar zijn hand: niet te langzaam en niet erg snel. Was dit mediumtempo eenmaal bepaald, dan bleef dat gelden tot aan het eind, meestal een kwartiertje later. Het resultaat was een soort universele 'heart beat' - muziek waarbij je weliswaar niet stil kon blijven zitten, maar die evenmin noodde tot uitzinnig dansen. Laten we het 'wereldshuffle' noemen; naast de vele categorieën die er de laatste jaren bedacht zijn, kan deze er vast nog wel bij.

Dat de ervaring van een flinke 'kopstoot' in het BIMhuis uitbleef, was ook te wijten aan de Hollandse musici die tegen de Afrikaanse heerschappij maar weinig wisten in te brengen. Gitarist Jan Kuiper sprong er, breed lachend, nog wel eens leuk bovenuit, maar de andere melodici waren geen schim van hun beste zelf. Vibrafonist Ben Gerritsen liet weinig horen van wat hij kan, saxofonist Jasper Blom en trompettist Saskia Laroo hadden het veel te druk met hun elektrodozen om toe te komen aan een statement. Eindeloze 'riffjes' op de achtergrond spelen, daar zijn deze musici toch veel te goed voor.

De enige solist die volledig overtuigde was de 23-jarige blinde Moussa 'Vieux' Kanté die zijn n'goni, een Afrikaanse kruising van harp en gitaar, bespeelde alsof hij Jimi Hendrix zelf was. Hij streelde zijn snaren, tokkelde, sloeg en ramde erop, maar stak zijn instrument uiteindelijk toch maar niet in brand. Hij stond dan ook op het punt terug te vliegen naar zijn geboorteland Mali waar brandhout net zo schaars is als een stel deugdelijke snaren voor een gitaar.

Voor het rijke Nederland betekent dit alles absoluut geen nood: gewaarschuwde Jungle Warriors tellen voor twee en Moussa Kanté komt ongetwijfeld spoedig terug.