Winst Deens extreem-rechts

KOPENHAGEN, 19 NOV. Bij verkiezingen voor gemeenteraden en provincies gisteren in Denemarken heeft de extreem-rechtse Deense Volkspartij winst geboekt, maar niet zoveel als voorspeld. De sociaal-democraten verloren licht, maar bleven met bijna eenderde van de stemmen de grootste partij in Denemarken. Ook de tweede partij, de Liberalen, de grootste oppositiepartij, verloor. Nadat ruim 90 procent van de stemmen waren geteld, stonden ze op 25 procent (tegen 27,2 in 1993).

De Deense Volkspartij (DPP), die uitkwam op 6,8 procent, deed niet eerder mee aan verkiezingen. De partij ontstond in 1995 als een afsplitsing van de extreem-rechtse Progressieve Partij, die zijn aanhang in de verkiezingen fors zag dalen, van 5,1 naar 1,7 procent. DPP-leider Pia Kjaersgaard sprak gisteravond van een “fantastisch resultaat”. Volgens haar zijn de Denen bang voor de vele immigranten in hun land. “De mensen die op ons stemmen willen de immigranten terugsturen naar hun eigen land”, aldus Kjaersgaard. Van de 5,2 miljoen Denen komt 4,5 procent uit het buitenland.

De sociaal-democratische premier Poul Nyrup Rasmussen was blij dat de winst van extreem-rechts gering was, na “het angstaanjagende perspectief dat ons was gepresenteerd” in recente opiniepeilingen. De partij van Rasmussen behoudt de burgemeesterszetels in de drie grote Deense steden, Kopenhagen, Århus en Odense, die ze allemaal al zo'n zestig jaar bezetten.

De Liberalen waren volgens partijleider Uffe Ellemann-Jensen tevreden dat ze zich “na de grote winst bij vorige verkiezingen hebben weten te handhaven”. Conservatieven (12,8 procent), Socialisten (9,1 procent) en Radicaal Liberalen (4,6 procent, coalitiegenoot in de sociaal-democratische regering) behaalden alle drie een kleine winst. (AP, AFP, Reuters)