Sovjet-held is ster van Zuid-Afrikaanse wapenshow; 'Boerewors' voor Kalasjnikov

Michail Kalasjnikov, ontwerper van het populaire machinegeweer, mocht de vijftigste verjaardag van zijn vinding vieren met een snoepreisje. Hij koos Zuid-Afrika. Een Sovjet-veteraan onder de Boeren.

JOHANNESBURG, 19 NOV. Te midden van de schuifelende bezoekers aan de Big Shot tentoonstelling op het race-circuit van Kyalami, bij Johannesburg, zit een oud, gedrongen mannetje. Hij omklemt een blikje cola en staart met zijn kobaltblauwe ogen verwezen in de verte. Weinigen onder het publiek weten dat hij Michail Kalasjnikov is. Vijftig jaar na de uitvinding van zijn AK-47 kreeg de kleine Rus van zijn wapenfabrikant een reisje Zuid-Afrika cadeau. Een stel gouden hoektanden en een dasspeld in de vorm van zijn eponiem is alles wat de 78-jarige zichtbaar heeft overgehouden aan zijn beroemde uitvinding. En de eer zegt hij, “het respect van het volk”.

Africa's Big Shot Show is een snoepwinkel voor blanke Zuid-Afrikanen met een hang naar het verleden. Veel kaki korte broeken, roodverbrande nekken, cowboy-hoeden, Boerengeluiden. De voertaal is Afrikaans. Het publiek vergaapt zich onder het genot van bier en 'boerewors' aan de nieuwste uitvindingen op wapengebied. “Kalasjnikov? Ik wist niet dat dat een man was, ik dacht dat je er alleen maar mee kon schieten”, zegt een man met snor.

Aan de oude Michail gaat het meeste voorbij, hij is stokdoof. De tolk moet in zijn oor schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. “Ik ben trots op mijn uitvinding. Het geweer is ontworpen voor Russische soldaten om hun vaderland te verdedigen tegen de fascistische hordes”, vertelt hij.

Het verhaal over de uitvinding van de Avtomat Kalasjnikova is een sage, vol communistische heroïek. De jonge Kalasjnikov raakte in 1941 tijdens de 'Grote Patriottische Oorlog', zoals de strijd tegen de Duitsers in Rusland heet, zwaar gewond in de slag om Brjansk. In het hospitaal hoorde hij verhalen van 'kameraden' over de vele ketsende Russische geweren die het moesten afleggen tegen de Duitse Schmeisser-machinepistolen. Kalasjnikov, een technische autodidact, dokterde een heel simpel, effectief machinegeweer uit, dat overigens pas na de oorlog, in 1947, af was en toen zijn naam mocht dragen.

Een patent op het wapen vroeg hij nooit aan, in de voormalige Sovjet-Unie was dat een 'kapitalistisch begrip'.

Kalasjnikov realiseert zich dat zijn uitvinding hem in het Westen een fortuin had kunnen opleveren, maar dat zegt hem niets. “Ik ben niet arm, ik ben rijk. Mijn belangrijkste loon bestaat uit het respect van de regering en het volk, niet uit geld. Ik heb vele onderscheidingen.” Op zijn revers heeft hij er twee opgespeld uit de 'goede oude tijd', onderscheidingen als 'Held van de socialistische arbeid', voorzien van hamer en sikkel. Al heeft hij ook met president Jeltsin een goede verstandhouding, Kalasjnikov blijft communist in hart en nieren. “Zelfs als de Amerikanen me heel veel geld zouden bieden, zou ik nog niet naar Amerika gaan. Ik zal mijn vaderland nooit in de steek laten, het is toch geen jasje dat je aan en uit kunt trekken. Ik vertegenwoordig geen geweer of fabriek hier, ik vertegenwoordig Rusland.”

Van de kalasjnikovs werden er wereldwijd naar schatting zeventig miljoen geproduceerd. Het wapen werd in de jaren zestig en zeventig hèt symbool van linkse bevrijdingsbewegingen; Mozambique nam de AK-47 in zijn vlag op. 'Revolutionairen' noemden hun zonen de 'Kalasj'. Met name in Zuid-Afrika, het land met een van de hoogste misdaadcijfers ter wereld, roept de 'Ay-kay' nog een andere associatie op: met de misdaad. Gangsters maken bij overvallen veelvuldig gebruik van de moderne versies van de AK-47 (de serie AK-101 tot en met AK-105). “Ik kan het niet helpen dat mijn wapen ook voor minder goede doelen wordt gebruikt', zegt Kalasjnikov. “Ik heb mijn hele leven met liefde gewijd aan het maken van wapens. Maar ik hoop dat er een tijd komt dat de mensen mijn noch andere wapens nodig hebben.”

De AK's worden momenteel gefabriceerd door de Isjmasj-fabriek in Izjvesk. Een van de 'salesmen', Vasili Kaliazin, probeert het imago van de kalasjnikovs te veranderen. “Niet de wapens zijn slecht”, zegt hij, “maar sommige mensen die ermee omgaan.” Isjmasj exporteert sinds kort de AK's officieel naar Zuid-Afrika, via de Kaapse wapenhandel Suburban Guns. De al aanwezige 'kalashes' kwamen illegaal het land binnen. De Zuid-Afrikaanse autoriteiten vernietigden onlangs een grote hoeveelheid onwettige wapens, waaronder AK's, maar dat laat Kalasjnikov koud. “Regeringen moeten zelf weten wat ze met wapens doen.” Maar de Isjmasj-directie heeft wel ethische regels, zo legt Kalasjnikov uit. “We verkopen alleen aan landen die streven naar vrede en hun grenzen willen beschermen. Bij een voorgenomen verkoop vergewissen we ons er eerst van dat de wapens niet worden gebruikt bij binnenlandse twisten.” Maar als het puntje bij het paaltje komt, omschrijft 'Mr. AK-47' zichzelf als een ontwerper. “Politiek laat ik aan anderen over.”

In het standje van Suburban Guns poseert Kalasjnikov met zijn wapen. Voor verzamelaars zijn er gesigneerde boekwerken, met afbeeldingen van alle AK-types die ooit zijn gemaakt, en t-shirts: een gele hamer en sikkel op een rode ondergrond aan de voorkant, Kalasjnikov achterop. Een enkele kenner op de wapententoonstelling heeft inmiddels ontdekt wie de 'big shot' in het keurige maatpak is. Wiggert Meinster, wapenverzamelaar en Duitser, neemt Kalasjnikov onder de arm voor dè foto in zijn plakboek. De Rus, die precies tot aan de oksel van de Duitser komt, ondergaat de plichtpleging met een brede grijs.

Michail Kalasjnikov blijft nog een paar dagen in Zuid-Afrika en wil nog wel even op jacht in een wildpark. “Maar niet met een kalasjnikov', zegt hij, “daar is mijn wapen niet geschikt voor.”