Parijs riskeert monter de irritatie in het buitenland; Frankrijk geeft zijn roeping gestalte in Irak

De Franse opstelling ten opzichte van Irak in de crisis over de VN-wapeninspecties wekt irritatie bij de bondgenoten. Parijs doet 't uit overtuiging.

PARIJS, 19 NOV. De crisis rond Irak illustreert een oude waarheid: voor de Franse buitenlandse politiek maakt het niet veel uit of een regering van rechts of links aan de macht is. Reflexen en doeleinden blijven grosso modo constant. Zeker in het Midden-Oosten, waar Frankrijk zijn mondiale roeping gestalte wil geven.

President Charles de Gaulle probeerde het door Duitsland verslagen Frankrijk in de jaren '50 en '60 een rol als grote mogendheid terug te geven door zich op te werpen als symbool van onafhankelijkheid, als brug tussen Oost en West. Moskou vond dat wel aardig als snufje, om wat verdeeldheid te zaaien in het Westerse kamp, maar Washington moest er niets van hebben. Nu de race tussen de supermogendheden voorbij is en Frankrijk zijn postkoloniale positie in Afrika steeds verder moet opgeven, zoekt Parijs meer en meer een rol als begrijper en stemgever van de mediterrane wereld. Binnen Europa komt Parijs op voor Portugal, Spanje en Italië. In ruimer verband zoekt het een status als bevoorrecht gesprekspartner met de Arabische wereld.

Een moment van erkenning van deze tot nog toe virtuele status als hof-arabist viel Frankrijk zondag te beurt toen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, (in Saoedi-Arabië nota bene) Frankrijk (en Rusland) vroeg hun entree bij Saddam Hussein te gebruiken om hem tot rede te brengen, aan de VN-inspectie-regels te doen geloven en aldus een militaire klap op het hoofd te vermijden.

Met die erkenning was het tot voor kort slechter gesteld. Frankrijk schuwt de wrevel bij zijn partners niet met deze politiek. Zoals Alain Juppé in 1994 als minister van Buitenlandse Zaken al schreef: Frankrijk onderhoudt 'strategische vriendschappen' met een aantal landen in het Midden-Oosten. Daar hecht Frankrijk sterk aan, maar niet ten koste van de internationale rechtsorde. Om sommige landen terug op het rechte pad te brengen, is Parijs bereid veel moeite te doen. Dat is goed voor die landen, goed voor de internationale gemeenschap en goed voor Frankrijk. De problemen verbonden aan deze lijn zijn aanzienlijk. Dat bleek toen Chirac zijn minister Hervé de Charette in april '96 op pendeldiplomatie rond Libanon stuurde, en tijdens de vorige Irak-crisis, in september '96. De irritatie bij Warren Christopher, Albrights voorganger, was in beide gevallen tastbaar. Zijn bezoeken aan Parijs waren oefeningen in vuurwerkbeheer.

Frankrijks nuisance value bleek de afgelopen weken opnieuw, naarmate de regering-Clinton meer aanleiding zag Saddam drastisch in het gelid van de VN-wapeninspectie te dwingen. De Amerikanen begrijpen niet hoe Frankrijk zo laconiek kan omgaan met een bewezen moordenaar en leugenaar, die in staat is de wereld chemisch en bacteriologisch dood en verderf aan te doen. De Fransen verwijten Clinton heethoofdigheid en een gebrek aan een werkelijke Irak-politiek. Zij menen dat Washington zich blind staart op de persoon Saddam en geen enkel idee heeft wat het gaat doen nadat het Irak nog een keer heeft platgegooid.

Sinds links in juni de macht overnam, loopt Frankrijk de Amerikaanse diplomatie niet veel minder voor de voeten en nog steeds riskeert Parijs monter de vermoeide blikken van Europese hoofdsteden die weinig zien in eeuwig doorpraten met Bagdad.

Parijs doet 't uit overtuiging, uit een mengsel van missie en eigenbelang, in de hoop dat de anderen het licht nog eens zullen zien. “We hebben nu eenmaal een grotere gevoeligheid voor de regio”, zoals een Franse topdiplomaat me uitlegde tijdens een van die vorige diplomatieke schermutselingen met Washington. “De nood is in verscheidene landen hoog gestegen, onze voorstellen houden vaak meer rekening met de realiteit in het Midden-Oosten dan de meer algemene noties die de Amerikanen willen opleggen. Wij willen graag ons optreden afstemmen met dat van de Amerikanen, mits zij daarvoor open staan.”

Of de Franse Alleingang in het Midden-Oosten zijn geld opbrengt, staat niet als een paal boven water. Diplomatiek noch economisch. Terwijl Israel zich afvraagt of de Fransen domweg pro-Arabisch zijn, lopen de Arabische landen nauwelijks over van dankbaarheid. Abu Dhabi zou van plan zijn 27 Franse Mirages 2000 te kopen, maar het is de vraag of Frankrijk door zijn begripvolle Arabië-politiek zo veel meer verkoopt of bereikt in de regio dan Groot-Brittannië of de Verenigde Staten. Verondersteld wordt dat Irak nog een miljardenschuld heeft overgehouden aan Franse wapenleveranties in de oorlog tegen Iran.

De laatste dagen wordt het Irak-conflict van alle kanten sotto voce gespeeld. De Amerikaanse en Britse pers is op onheilspellende onthullingen getracteerd over Saddams afschuwelijke biologische wapenarsenaal, een harde militaire ingreep wordt alleszins voor de hand liggend gemaakt, maar de irritatie tussen Washington en Moskou plus Parijs over het afremmen van heldere strafacties is goeddeels binnenskamers gebleven. Het klonk bijna vroom zondag zoals Chirac (op francofonie-reis) in Hanoi aan de meegereisde Franse pers vertelde dat hij net de Amerikaanse president had opgebeld om hem van zijn solidariteit ten opzichte van Saddam Hussein te getuigen - mits alles maar vreedzaam werd afgewikkeld. In Frankrijk wordt nu niet meer bewonderend gesproken over 'de Arabische De Gaulle'.

Voor een min of meer verenigd Europa zou het voor de hand liggend zijn om een mening over risico's en kansen in het Midden-Oosten te hebben, gekoppeld aan een politiek om die uit te dragen. Naarmate de wil daartoe minder tot stand komt, houdt Frankrijk meer ruimte om met, namens of zonder de anderen zijn eigen weg door de woestijn te zoeken.

    • Marc Chavannes