'Ik denk dat ik maar uit Luxor moet verhuizen'

Het bloedbad in Luxor is ook hard aangekomen bij de talloze Egyptenaren die aan het toerisme verdienen.

LUXOR, 19 NOV. Mahmed Ali, een handelaar in zilver en albast met een winkeltje in het centrum van de Egyptische toeristenplaats Luxor, berekent zijn kansen. “Na een aanslag in Kairo met 20 doden duurde het een jaar voordat het toerisme helemaal terug was. Na de aanslag hier in Luxor zal het dus wel zo'n drie jaar duren voordat het zover is. Ik denk dat ik beter kan gaan verhuizen”.

In een land waar volgens officiële regeringscijfers een op de zeven Egyptenaren op de een of andere manier iets met toerisme van doen heeft - en eigenlijk iedereen wel iets met handel - is de steek- en schietpartij op het tempelcomplex van koningin Hatshepsut hard aangekomen. Alsof eeuwen gastvrijheid, hard werken en pogingen om Egypte op het Westen te doen lijken, in één klap zijn weggespoeld. “Andere landen gunnen gewoon ons succes niet”, zegt een woedende taxichauffeur die zich introduceert als Mahmud, op de stoep van een van de winkels van het tempelcomplex. “Amerika had toch ook last van een bomaanslag? Maar toen haalden de toeroperators toch niet hun toeristen op?” Hij wijst op de nieuwe brug over de Nijl die onlangs is aangelegd om het vervoer van toeristen tussen de hotels en het tempelcomplex te vergemakkelijken. “Allemaal voor niets”, verzucht hij. “Althans voorlopig, insh Allah.”

Het zijn de slinkende handelskansen die zorgen baren, niet de doden. Die zijn ze hier wel gewend. Bijna elke dag wordt er op het uitgestrekte platteland rond Luxor wel iemans vermoord. Vaak heeft dat te maken met de oude traditie van tarr: oog om oog. Als de minister van Binnenlandse zaken in Kairo iemand laat oppakken en executeren, neemt een familielid automatisch de plicht op zich om deze daad te wreken op de minister in de vervangende persoon van een lokale politieman. Winkeliers die samenklonteren voor de winkels van het tempelcomplex - er is toch vandaag weinig handel - verklaren daaruit de zeer vage reactie van de politie op de aanslag. “Niet nog meer tarr”, zegt een grijsaard die 36 jaar oud blijkt te zijn en een winkel bezit die ansichtkaarten verkoopt.

Een paar meter verderop slenteren wat Westerlingen heen en weer. Ze aarzelen wat, alsof het betreden van het tempelcomplex gelijkstaat aan heiligschennis van het terrein dat gisteren de hele dag van de buitenwereld is afgesloten geweest voor een grote schoonmaakactie. Een paar Italianen stappen echter stevig door. “Verry good, verry good,” roepen ze uitdagend, terwijl ze naar het tempelcomplex wijzen dat tegen de rotsen zit aangeplakt.

Er zijn duidelijk minder toeristen dan 24 uur geleden, bevestigen de winkeliers. Britse, Zwitserse en Japanse touroperators hebben hun toeristen voortijdig uit de grote hotels gehaald en alle charters richting Luxor stopgezet. Bij sommigen is dat zelfs gepaard gegaan met het dreigement dat anders de verzekeringsvoorwaarden komen te vervallen en een alternatieve terugkeerdatum niet meer betaald wordt. “Zelf had ik best willen blijven”, zegt een vrouw van 40 uit Noord-Wales, die haar koffer naar buiten aan het brengen is in hotel Isis. “Thuis hebben we toch ook de IRA?” Een Britse toeristenbegeleidster zegt even later dat de touroperators alleen maar van deze gang van zaken profiteren. “Ze houden zo hun reputatie schoon en het effect is dat de prijzen hier straks in razendsnel tempo dalen.”

De volhouders die gisteren en vandaag toch weer op Hatshepsut afkomen, komen uit alle windstreken: uit Sint Petersburg, Osaka, of Chambéry. Het Russische echtpaar wil pas vragen beantwoorden als ze eerst met de verslaggever op de foto zijn gegaan voor de ondiepe tempelgalerij die maandag nog diende als openbare executieplaats. Ze reageren beledigd op de vraag of het tempelcomplex, met duidelijke bloedspatten op de grond, niet extra attractief voor toeristen is geworden. “Jevgeni is geïnteresseerd in de tempelkunst”, zegt een Arabische tolk die snel tussenbeide komt afgemeten.

“Het is de veiligste en interessantste dag ooit voor Luxor”, zegt een Japanse student uit Osaka. “Je gelooft toch zelf niet dat de terroristen vandaag alweer zouden terugkomen. President Mubarak was er vandaag met enorm veel veiligheidstroepen. Bovendien zijn er vandaag geen grote toeristengroepen. Dus het is helemaal niet interessant voor terroristen.”

De man uit Chambéry, een 36-jarige ingenieur op sandalen, inspecteert een grote bloedplek op een trapleuning bij de ingang van het tempelcomplex. Hij kan nog boos worden op de politie die hem gisteren aanried om vooral naar het tempelcomplex te gaan. “Het is er zeer veilig, bleven ze maar zeggen. Veilig kennelijk tot de dood erop volgt.”

    • Kees Versteegh