Genesis; Het eerste het beste

Een klein jaar geleden kondigde ik een kloek plan aan: ik zou de bijbel gaan lezen. Dat wilde ik à titre personnel doen. Dat wil zeggen als de literaire lezer die ik nu eenmaal ben; een speciale christelijke lezer houd ik er niet op na. Bij mijn lectuur, die een jaar zou gaan duren, zou ik notities maken. Ik heb Genesis nu uit.

Genesis is - niemand zal het onbekend zijn - het eerste boek van de bibliotheek die het Oude Testament is. Het eerste van negenendertig. Sommige van die 'boeken' beslaan slechts enkele pagina's. Zoals de kleine profeten met Obadja als kampioen: vier A-viertjes. Genesis is een van de meest omvangrijke boeken. Maar ook het soortelijk gewicht van Genesis is een stuk groter dan dat van vele andere bijbelboeken. Het erop volgende Exodus is een stuk vlakker. Om van het op zichzelf fascinerende maar niet weinig bizarre priesterboek Leviticus maar te zwijgen. Dat bevat bijna uitsluitend gebruiksaanwijzingen en voorschriften die zich met de beste wil ter wereld niet laten lezen als literatuur. (Tenzij de lezer de Lévi Strauss in zichzelf mobiliseert)

Genesis behoort tot de meer gepatenteerd literaire en ook in ruimere cultuurhistorische zin tot de essentiële bijbelboeken. Het grote gewicht dat de in Genesis vertelde verhalen hebben, kan desgewenst zelfs letterlijk nagerekend worden. 'Van Abraham tot Zacharia', geschreven door Louis Goosen en uitgegeven door de SUN, is opgezet als een alfabetisch op eigennamen geordende gids. Per eigennaam wordt een systematisch overzicht gegeven van de mate waarin het personage en de ermee verbonden thematiek een rol spelen in de beeldende kunst, de literatuur, de muziek en het theater. In het boek van Goosen beslaan de direct aan Genesis gerelateerde lemma's meer dan een kwart van het boek.

Dat is een krachtsverhouding die ook terugkeert in verscheidene op dit moment gezien hun aanwezigheid in onder meer stationsboekhandels hoogst populaire boeken: de bloemlezingen en de navertellingen. In de Ooievaarpocket 'De mooiste verhalen uit de bijbel' van Kenneth MacLeish levert Genesis een vijfde van het navertelde Oude Testament. In de Rainbowpocket 'Legendarische bijbelverhalen' neemt Genesis een derde in beslag. In Nico ter Lindens 'Het verhaal gaat...', waarin de eerste vijf bijbelboeken interpreterend worden herverteld, komt tweederde voor rekening van Genesis.

Dit alles neemt niet weg dat ik mijn krachten deerlijk overschat heb. Ik moet geloofd hebben, al is het nog zo kort, dat het mij gegeven zou zijn deze tour de force te volbrengen: in dertig, veertig afleveringen mij een weg kappen door het Oude Testament. De tour de force werd een torso. Het plan is zowel uitgedijd als ingekrompen tot iets als een close reading van Genesis waarbij mijn gestaag toenemende respect voor het knoestige proza mij allengs bescheidener en wie weet ook bijziender maakte. Zo leerde Genesis mij het voorgenomen hoge tempo dus af.

In mijn bezit is een Statenbijbel, verschenen 'tot Amsterdam, wt de Boeckwinckel van Ioost Hartgers, op de Blommart by 't Weeshuys 1653'. Er zijn mooiere, maar dit is toevallig de mijne. Aan de vooravond van mijn vermetele project, nu bijna een jaar geleden, heb ik nog onwetend van de afloop de koperen sloten van die Statenbijbel geopend en hem in zijn geheel doorgebladerd.

De afmetingen van dat enorme boek - 25 x 39 cm - vereisen minimaal een tafel en liefst een lessenaar. Met één hand is het boek niet te tillen en niet vast te houden. Ik sloeg de bladzijden om en zag hoezeer het, in heel zijn eeuwenlange onverwoestbaarheid, een gebruiksvoorwerp was geweest. Vlekken en vochtkringen op vele bladzijden. Asdeeltjes, ook, ertussen. Overal, meestal met potlood, soms met pen, tekens die zich herhalen, de hele bijbel door. Iets als een nul, of een o'tje; iets dat een 4 zou kunnen zijn, maar ook wat heeft van de £ waarmee het Engelse pond wordt aangeduid; een soort van psi.

De tekens staan aan het begin van de hoofdstukken en markeren uiteraard een gang door de bijbel. Of het daarbij om een stille lezing ging of om voorlezing, wie zal het zeggen. Bij wat voor daglicht, kaarslicht, olielamplicht, gaslicht, elektrisch licht hoeveel generaties met deze ene bijbel toe hebben gekund, het blijft raden. Maar dat men de bijbel in zijn geheel las, daaraan laten de tekens geen enkele twijfel. Ze markeren de volslagen eenvoud, de onverdroten rechtlijnigheid van de lectuur. Van voor naar achter, van begin tot eind; en vervolgens weer van voren af aan. Deze kleine, simpele sporen van gebruik wijzen terug naar een grondig verdwenen wereld. Ik heb niet de neiging die te idealiseren. Maar de stilte en de concentratie, de grondige gekendheid van een niet geringe tekst die niets minder ambieerde dan het stichten en bijeenhouden van een gemeenschap, daar kan de haastige en verstrooide lezer van nu jaloers op zijn.

Eind dit jaar verschijnt 'In den beginne', nummer 80 van het literaire tijdschrift 'Raster', gewijd aan de bijbel als literatuur. In dat nummer, geredigeerd door Nicolaas Matsier, worden de voor de Achterpagina over Genesis geschreven stukken gebundeld.