Gene Hackman

In een reeks profielen van eigentijdse sterren vandaag Gene Hackman, een van de meest productieve acteurs in Hollywood, die deze week schittert als een terdoodveroordeelde Klansman in The Chamber.

Enkele jaren geleden publiceerde het vakblad voor de show business Variety een statistisch overzicht van de steracteurs die in de voorafgaande vijf jaar in de meeste films gespeeld hadden. Bovenaan de lijst prijkte verrassend Gene Hackman, een acteur die zelden teleurstelt, maar ook niet vaak heel erg opvalt. Zijn vanzelfsprekende aanwezigheid in al die films was je op de een of andere manier snel vergeten, terwijl het zeker is dat zonder hem die films er heel anders uitgezien zouden hebben.

Misschien komt het wel doordat Hackman van oorsprong een bijrolacteur was, en nog steeds niet te beroerd is om af en toe weer eens een norse patriarch of een excentrieke vaderfiguur neer te zetten in de schaduw van de ster van dienst. Eigenlijk was Hackman alleen zelf een ster in de jaren zeventig, aansluitend op zijn Oscar voor de rol van Popeye Doyle, de vasthoudende, maar van glamour verstoken narcoticarechercheur met vettig hoedje in The French Connection (William Friedkin, 1971). Zijn tweede Oscar won Hackman in 1992 voor de western Unforgiven van en tegenover Clint Eastwood. De prijs was voor een bijrol, van de glimlachende maar onverbiddelijke sheriff Little Bill, maar bijna iedereen herinnert zich hem als een hoofdrol, die Eastwood overschaduwt. Ook van de laatste film van Eastwood, Absolute Power (1997) blijft de sadistisch-perverse president van Hackman het langste bij.

Tot zijn dertigste had Eugene Allen Hackman (San Bernardino, Californië, 30 januari 1930) er nooit aan gedacht acteur te worden. In het leger werd hij bij toeval radio-omroeper en daarna studeerde hij journalistiek en radiotechniek, hetgeen van pas kwam voor de rol van de afluisterexpert in The Conversation (Francis Ford Coppola, 1974). Hij volgde acteerlessen met een zeven jaar jongere kamergenoot, Dustin Hoffman; beide buitenbeentjes werden door hun klasgenoten beschreven als 'least likely to succeed'.

Na zijn debuut in Robert Rossens Lilith (1964) vroeg tegenspeler Warren Beatty Hackman om zijn oudere broer te spelen in de culthit Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), die Hackman zijn eerste Oscarnominatie bezorgde.

Er is in dit verband geen beginnen aan het noemen van zelfs maar de belangrijkste rollen sindsdien: er zaten hele goede en slechtere bij, waartoe zijn laatste film The Chamber gerekend moet worden. Bijna alle genres beproefde Hackman, ook komedies, musicals en actiefilms; grote bekendheid kreeg hij als de schurk Lex Luthor in vier Superman-films.

Waar de geleerden het maar niet over eens kunnen worden is of Hackman symbool staat voor de rechtschapen gewone man, type Spencer Tracy, of voor de slechts in schijn onopvallende misfit. Ik stem voor de laatste interpretatie, die van de morsige regenjas met onpeilbaar diepe gronden. Maar misschien ben ik wel misleid door die onheilspellend trekkende bovenlip, die in de verte herinnert aan het uiterlijk van de extreme emoties najagende Duitse regisseur Werner Herzog.

    • Hans Beerekamp