'Denemarken is een klein maar megalomaan landje'

Waarom stemmen zoveel Denen op een anti-immigranten partij terwijl er in hun land slechts weinig immigranten zijn?

ROTTERDAM, 19 NOV. Misschien zijn we toch niet zoveel beter dan de rest van de wereld, zei de Deense sociaal-democratische parlementsvoorzitter Erling Olsen onlangs, met gevoel voor ironie. Hij reageerde op de voorspelde groei van extreem-rechts bij de gemeenteraadsverkiezingen van gisteren. “We dachten dat we in een mooi land woonden, waar we best wat gasten welkom konden heten”, zei Olsen. “We zijn een klein, maar een beetje megalomaan landje. We moeten een oplossing vinden, een tolerante oplossing.”

De kalme Denen schrokken deze maand van peilingen waarin de Deense Volkspartij (DPP), die zich profileert met een fel 'anti-immigratie' beleid, een opvallende groei doormaakte. Denemarken behoort tot de meest welvarende landen van de Europese Unie, de werkloosheid daalt en over de hele linie stijgen de inkomens. Minder dan vijf procent van de ruim vijf miljoen inwoners is immigrant. Wat maakt de partij van Pia Kjaersgaard toch zo aantrekkelijk?

Achteraf valt de winst voor extreem-rechts in Denemarken mee. Tenslotte komt de helft van de 6,8 procent van de stemmen door de DPP van de Progressieven, de 'moederpartij' waarvan de DPP zich in 1995 afsplitste. Maar die overstap zou ook kunnen wijzen op een radicalisering van de aanhang. De DPP speelt veel minder dubbelzinnig in op vreemdelingenangst dan de Progressieven.

Keer op keer hamert partijleider Kjaersgaard erop dat ze “de traditie en de geschiedenis” van haar land wil beschermen. Ze vindt moslims “goede mensen net als u en ik” maar beschouwt het als een probleem om “in een christelijk land te veel moslims te hebben”, omdat die volgens haar negatief staan tegenover de Deense cultuur. “Ze vinden mij niet aardig”, voegde ze eraan toe, kennelijk als een soort bewijs voor haar stelling.

De parallel met Noorwegen is gauw getrokken. Ook daar groeide bij recente verkiezingen een partij die zich in de eerste plaats zorgen lijkt te maken over de aanwezigheid van buitenlanders - die er, net als in Denemarken niet eens zo heel veel zijn. En ook daar bloeit de economie als nooit tevoren.

De Scandinavische xenofobie zou kunnen samenhangen met de groeiende Europese integratie. In een wereld waarin de economie 'globaliseert', kan een land het zich nauwelijkspermitteren afzijdig te blijven - alleen de Noren misschien, zolang hun immense olievoorraad nog niet is uitgeput. De Scandinaviërs kunnen zich daardoor niet langer koesteren in hun comfortabele, kalme en geïsoleerde bestaan. Die overstap gaat niet van harte, zoals bleek uit de aarzeldende toetreding van de Denen tot de Europese Unie. Het gevoel dat met die onvermijdelijke integratie de eigen identiteit verloren gaat, is een ideale voedingsbodem voor een partij als die van Kjaersgaard.