De littekens van filmkomiek Keaton

Voorstelling: The Man Who Wouldn't Lie Down, idee en regie Karina Holla. Tekst: Yvonne Franquinet; muziek: Stanko JuzbasiEÉc; decor: Roel Schneeman; spelers: Aleksander Acev, Natasha Lushetich, Matthias Maat en Oerm Matern. Gezien: 17/11 Theater De Brakke Grond, Amsterdam. T/m 22/11 aldaar. Tournee t/m 10/1. Inl. (020) 627 75 55.

Een klap - en de man reageert niet. Hij stoot zijn kop aan de tafel - stalen gezicht. Zelfs de slagen die het leven hem geeft, deren hem ogenschijnlijk niet. Buster Keaton (1896-1966) is 'de man die nooit lachte'; de onbewogenheid van zijn gezicht is spreekwoordelijk: 'deadpan face'. Zoals hij zich door het bestaan worstelt, dat zou ieder ook wel willen. Onaangedaan, alles en nog wat aan zijn laars lappend, een aura van niemand-doet-me-wat. En dat terwijl Jan en alleman emoties als lagen schmink op zijn wangen en onder zijn ogen smeert.

Keatons schijnbare gelatenheid is zijn geheim. De regisseuse en actrice Karina Holla vindt in hem ogenschijnlijk een tegengesteld karakter.

Holla's werk munt uit door felle emoties en heftige zielebewegingen. Nu ze vorm geeft aan het leven van de komiek Keaton is die overdaad verdwenen en is het resultaat een opmerkelijk speelse, lichtvoetige en ook melancholieke voorstelling over deze held van de stomme film en het zwart-witte doek. Keaton, de man die niet lachte, is in deze voorstelling The Man Who Woudn't Lie Down. Dat klopt; hoe zwaar Keaton in zijn persoonlijke en artistieke leven ook op de proef werd gesteld, hij liet zich niet kapotmaken.

Holla, die ditmaal onzichtbaar achter de schermen blijft, regisseert vier acteurs/dansers. De speelvloer is grauwzwart, net als de kostumering. In deze tijd van kleur kiezen Holla en decorontwerper Roel Schneemann voor geheimzinnig zwart-wit. Een ijzeren, boogvormige constructie waaraan elastieken draden hangen, en ook een strop om je op te hangen, overheerst het toneelbeeld. Dat elastiek is een noodzakelijk en prachtig middel om de toneelvoorstelling heel dichtbij de stomme film te brengen.

Evenals in films van Keaton als The General en The Navigator wordt er veel en hartveroverend gebalanceerd op tafelranden en wankele stoelen. Flardsgewijs vertellen de acteurs het levensverhaal van Keaton, te beginnen bij zijn jeugd tot aan de allerlaatste herinneringen. Als klein kind moest Buster al op het podium met zijn vader staan. Die smeet hem weleens de zaal in, bruut geweld overheerste in de man. De kleine Buster ontdekte dat de toeschouwers plat gingen als hij geen spier van zijn gezicht vertrok.

Theater geeft hier de sensatie van een film. De langgerekte, sliertige bewegingen van acteurs uit de jaren dertig imiteren de acteurs perfect. Een van hen - ze spelen beurtelings Keaton - rent met een brief naar zijn geliefde, de weg wordt steeds langer, zoals dat gaat, en hij rent steeds harder. Als in een trucopname zie je de weg onder zijn voeten wegschieten; perfecte uitbeelding van een filmische scène op de Bühne. Het is een verrassende en onophoudelijke déjà vu die Karina Holla presenteert. Niet in de laatste plaats gedragen door de onmisbare muziek van Stanko JuzbasiEÉc.

Kernwoord van de voorstelling is 'littekens'. Aan het slot vraagt Keaton zich af hoeveel littekens de veelal gevaarlijke films hem bezorgden. Talloze. Overal. Ook op zijn ziel. Die kan hij niet tonen, maar kijk je naar zijn droefgeestige gezicht, dan zien we de krassen en butsen daarop vanzelf te voorschijn komen.