De Europese topconferentie over de werkgelegenheid in Luxemburg; Toppen en teksten scheppen geen banen

Europa telt miljoenen werklozen. Nu de lidstaten van de EU zich over de vraag buigen hoe de werkloosheid kan worden bestreden, wil Willy de Clercq wel eens weten waarom eigenlijk. Toppen scheppen geen banen. Daarvoor is daadkracht nodig.

Europa staat aan de vooravond van de veelbesproken top over werkgelegenheid, die morgen en vrijdag plaats heeft in Luxemburg. De verwachtingen zijn hooggespannen. Werk is immers de grootste zorg en prioriteit voor de Europese landen. Maar ten onrechte wordt de indruk gewekt dat Europa met dergelijke bijeenkomsten en ambitieuze banenplannen een oplossing kan bieden voor de zo schrijnende werkloosheid. Integendeel, 'Luxemburg' is gedoemd te mislukken zodat de burger nog verder van de Europese Unie komt te staan.

In het Verdrag van Amsterdam is een nieuw hoofdstuk opgenomen over werkgelegenheid. Hierin krijgt de EU een coördinerende en stimulerende taak inzake werkgelegenheid, maar houden de lidstaten, terecht, de primaire verantwoordelijkheid voor een actief werkgelegenheidsbeleid. Vooral onder druk van de Franse regering-Jospin werd besloten een speciale top te houden over werk. Zo'n top zou nodig zijn omdat de lidstatenzich onvoldoende gedwongen zouden voelen tot het leveren van prestaties op het terrein van de werkgelegenheid.

Als dit zo zou zijn, is geen enkele regering in Europa een knip voor de neus waard. Elke lidstaat heeft immers de plicht om zoveel mogelijk mensen aan een baan te helpen. En daar schort het nu juist aan. Als alle retoriek die wij nu horen banen zouden scheppen, was er voor de kerst geen enkele werkloze meer in Europa. Maar toppen en teksten leveren geen banen op.

De feiten zijn dat de EU 18 miljoen geregistreerde en nog eens 9 miljoen niet-geregistreerde werklozen telt (11,8 procent). De helft hiervan is langer dan 1 jaar zonder werk. De jeugdwerkloosheid in de EU ligt boven de 20 procent. Ter vergelijking: de huidige werkloosheid in de VS bedraagt 4,7 procent. In Japan werkt 73 procent van de actieve bevolking, in de EU slechts 58 procent.

De Europese Commissie heeft streefcijfers opgesteld voor de werkgelegenheid. Zo wil zij het aantal mensen met een betaalde baan in de EU in 2003 op 65 procent brengen en op langere termijn op 70 procent. Deze banen-normen zijn een wassen neus, zoals Flip de Kam terecht heeft gesteld in deze krant. Ten eerste gelden zij niet voor elke lidstaat afzonderlijk, zodat landen die niet presteren zich achter andere lidstaten kunnen verschuilen. Ten tweede wordt hierdoor de politieke onmacht van veel nationale regeringen nogmaals benadrukt. Nieuwe banen ontstaan vooral in de markt, buiten de invloed van de overheid en er zijn geen sancties voorzien als de normen niet gehaald worden. Ten slotte gaan deze plannen niet uit van lastenverlaging, maar slechts van lastenverschuiving, wat een negatief effect heeft op nieuwe investeringen. Kwantificeren kan misschien helpen, maar genereert op zichzelf geen nieuwe werkgelegenheid.

De Raad van Ministers komt al schoorvoetend terug op dit enthousiaste dirigisme, nu blijkt dat veel doelstellingen rigide en niet haalbaar zijn. Wat zal overblijven van de belofte van Santer dat de EU in vijf jaar tijd 12 miljoen nieuwe banen kan creëren en de werkloosheid terugdringen tot 7 procent? Wat is er terecht gekomen van het 'Witboek-Delors' uit 1993, waarin werd uitgegaan van een halvering van de werkloosheid voor het jaar 2000? Vier jaar later zitten wij met een record-werkloosheid. En toch komen de beleidsmakers weer met nieuwe, ambitieuze doelstellingen.

Wat is de werkelijke oorzaak van de dramatisch hoge werkloosheid in Europa, ondanks de economische groei? Simpel: onze arbeid is te duur, te gereguleerd en te weinig flexibel om met de rest van de wereld te concurreren. Europa lijdt onder de nasleep van een verouderd sociaal marktmodel en verliest tijd en energie aan het krampachtige beschermen van bestaande banen, in plaats van condities te scheppen voor nieuwe banen.

De Europese regeringen bieden geen oplossing voor de banen-crisis, zij zijn een deel van het probleem. Het starre en behoudende beleid van christen-democratische en socialistische regeringen heeft niets opgeleverd. Bondskanselier Kohl is niet bereid tot radicale economische hervormingen. Premier Juncker van Luxemburg spreekt zijn angst uit over verregaande deregulering. SP-voorzitter Tobback durft het aan om Europa de schuld te geven van de sluiting van Renault in Vilvoorde, terwijl juist zijn partij mede-verantwoordelijk is voor een half miljoen werklozen in België. De Franse premier Jospin stelt een 35-urige werkweek voor met behoud van salaris. Deze anachronistische en niet flexibele plannen werken contra-productief en bestendigen de werkloosheid.

Arbeid dient goedkoper te worden in Europa, de arbeidsmarkt meer flexibel en het minimumloon dient aangepast te worden. Uit onderzoek blijkt dat een beperkte verlaging van het minimumloon in Duitsland (nu 4,5 miljoen werklozen) al 1 miljoen banen oplevert. Ontslagregelingen moeten soepeler worden.

Alleen een radikale beleidsomslag die zorgt voor meer marktwerking, flexibilisering, lagere loonkosten en deregulering levert banengroei op. Daar is geen zoveelste top voor nodig, maar politieke visie, durf en daadkracht.

    • Willy de Clercq