College neemt advies over; Prenten blijven binnen Leidse universiteit

ROTTERDAM, 19 NOV. De collectie prenten, tekeningen en fotografie van het Leids Prentenkabinet zal behouden blijven binnen de Rijksuniversiteit Leiden. Wèl zal het Prentenkabinet zijn huidige onderkomen aan het Rapenburg kwijtraken en elders binnen de universiteit ondergebracht worden. De voorkeur gaat daarbij uit naar de Universiteitsbibliotheek.

Nadrukkelijke voorwaarde voor behoud van de collectie is dat zij toegankelijker gemaakt wordt en meer en beter benut gaat worden voor onderzoek en onderwijs.

Dit zijn de voorlopige conclusies die het College van Bestuur (CvB) van de Leidse universiteit heeft getrokken uit het onderzoeksrapport van het Instituut Collectie Nederland (ICN) over het bestaansrecht en de bestaansmogelijkheden van de universitaire kunstcollectie. Het rapport is vanmiddag door het CvB en het bestuur van de faculteit der Letteren gepresenteerd aan het Prentenkabinet en aan de vakgroep Kunstgeschiedenis waaronder zij ressorteert. Het faculteitsbestuur heeft reeds ingestemd met de voorgestelde aanpak.

In een eveneens vanmiddag gepubliceerd persbericht doet het CvB geen mededelingen over de financiële consequenties van de verhuizing, evenmin als over de wijze waarop het Prentenkabinet moet voldoen aan de gestelde voorwaarden voor haar behoud.

Het CvB gaf het ICN in mei van dit jaar opdracht onderzoek te verrichten naar de meerwaarde van de eigen kunstcollectie en tevens een advies uit te brengen inzake het geheel of gedeeltelijk buiten de universiteit onderbrengen van de collecties van het Prentenkabinet. Achtergrond van de opdracht vormden de bezuiniging van 60 miljoen gulden die de Leidse universiteit de komende jaren moet doorvoeren.

De tweehonderd jaar oude Leidse collectie, de enige direct voor onderwijs en onderzoek toegankelijke universitaire kunstcollectie in Nederland, omvat naast 13.000 tekeningen en 100.000 prenten tevens circa 80.000 foto's en 50.000 negatieven die een uniek overzicht bieden van de ontwikkeling van de fotografie in ons land.

In het exclusief de bijlagen 44 pagina's tellende rapport Impressie op papier schrijven ICN-onderzoekers Frank Bergevoet en Tessa Luger dat de universiteit met het Prentenkabinet een 'kroonjuweel' in huis heeft waarmee zij 'de kwaliteit van haar onderwijs en onderzoek kan verbeteren en haar positie in het universitaire krachtenveld versterken'. Geheel of gedeeltelijk in bruikleen geven of zelfs afstoten van de collectie wordt door hen 'een hachelijke onderneming' genoemd, zowel vanwege de juridische consequenties als het verlies van de band met het onderwijs. Wel adviseren ze de (foto)negatievencollectie elders onder te brengen gezien de strenge bewaarcondities die die deze vergt. Als mogelijkheden worden het Nederlands Fotoarchief in Rotterdam of een eventueel nieuw (uit het Wertheimer-legaat - red.) op te richten Fotomuseum genoemd.

Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat de mogelijkheden van de collectie in de praktijk grotendeels onbenut blijven door een tekort aan menskracht, een 'ongelukkige beheersstructuur' en een gebrek aan interesse van de vakgroep en de verantwoordelijke bestuurders. Met name de vakgroep krijgt forse kritiek van het ICN. Cijfermatig onderzoek leerde dat deze de collectie maar matig in het onderwijsprogramma integreert en dat in de onderzoeksprojecten van de vakgroepmedewerkers de collectieonderdelen nauwelijks een rol spelen.

Het ICN adviseert de universiteit dan ook 'voorwaarden te creëren waaronder de collecties optimaal worden benut'. In de aanbevelingen bij haar rapport noemt ze onder meer het instellen van een krachtig management, het stroomlijnen van ingewikkelde bestuursstructuur, het versterken van de publieksfunctie door een duidelijk tentoonstellingsbeleid en het onderzoeken van sponsormogelijkheden.