Bewindslieden in het nauw

Televisie is in zoverre een meedogenloos medium dat het de zwakkere momenten van de sprekende mens - bijvoorbeeld die van onzekerheid, huichelachtigheid en loze woede - onbarmhartig uitvergroot. Daar zagen we de afgelopen dagen enkele voorbeelden van die er niet om logen.

De voorlichters van minister Ritzen van onderwijs moeten met samengeknepen tenen hebben zitten kijken naar het optreden van hun voorman in VARA's B & W. De minister werd daarin door een aantal leraren onder vuur genomen over zijn nieuwste onderwijsplannen. Of die plannen deugen, is voor een buitenstaander niet te beoordelen, maar wél was na een half uur discussie zonneklaar dat de minister grote moeite heeft ze adequaat te verdedigen.

De minister vond een groepje leraren tegenover zich die tot het uiterste getergd leken. Uit hun woorden kon ik afleiden dat ik in de verkeerde periode ben schoolgegaan. In mijn tijd kroop je nog angstig weg voor een leraar die het op je gemunt had, maar tegenwoordig wordt er met de leerling onderhandeld: of een blikje op de grond opgeraapt moet worden, of de deur al dan niet dicht moet.

“Je bent voortdurend bezig ze op te voeden”, zei een lerares. Een andere lerares: “Op maandag zijn ze vermoeid van twee dagen uitgaan. Ik neem volgend jaar op maandag vrij, je kunt toch niets beginnen met zo'n stelletje wrakken.”

“Je moet erop inspelen”, reageerde de minister. Hij doet dat met zijn plannen voor het 'studiehuis' waarin de leerlingen van het middelbaar onderwijs zelfstandig moeten leren werken.

“Het is de grootste onderwijsvernieuwing van deze eeuw en daar krijgen we twee klokuren extra voor”, zei een lerares. Een collega: “Het is gekte... De rol van de leraar wordt weggeschreven. We mogen niets meer met onze vakkennis doen, we moeten alleen nog maar begeleiden. De leerlingen moeten het zelf doen aan de computer.” Hoofdpunt van hun kritiek: leerlingen zonder zelfdiscipline zullen massaal afhaken.

“Je moet erop inspelen”, zei de minister weer.

“Maar ú zit niet in de klas”, beet een lerares hem toe.

De stemming werd er niet feestelijker op toen de minister het juist een voordeel noemde dat de leraar de leerling niet langer hoeft te vullen 'met een emmertje kennis'. Er voer een elektrische schok door de aanwezige leraren, door hun collega's thuis aan de buis, door hun gepensioneerde collega's, én door hun overleden voorgangers die nog tot diep in de nacht op de begraafplaatsen van Nederland voor het nodige ondergrondse rumoer zorgden.

Maar de minister bleef erbij dat erop ingespeeld moest worden, dat de leerling een centrale plaats verdiende en - niet te vergeten - dat het hier 'een stapsgewijs proces in ontwikkeling' was. (Zouden er ook processen zijn die stapsgewijs blijven stilstaan?)

In Nova ging staatssecretaris Tommel opnieuw over de anticommunistische knie die Bolkestein eind vorige week had geheven. Tommels reactie op Bolkesteins verwijten ('politiek onbenul') werd tegen het licht gehouden. “Die reactie was niet helemaal conform de waarheid”, zei Oost-Europa-deskundige M. van den Heuvel. Hij stelde dat van de vereniging Nederland-DDR, waarvan Tommel jarenlang vice-voorzitter was, geen normale DDR-burger lid was geweest. Er zaten wél veiligheidsmensen in, stelde Mient Jan Faber, die overigens gezien zijn kruisrakettenverleden niet de eerstaangewezene lijkt om Tommel de les te lezen.

Toen we dat allemaal achter de rug hadden, kwam Den Haag Vandaag ons melden 'dat het snel bergafwaarts is gegaan met staatssecretaris Erica Terpstra'. Hoorden we daar de geluiden van een naderende lawine?

Een PvdA-Kamerlid bleek in het parlement de vreselijkste dingen over Terpstra's beleid te hebben gezegd ('te veel op stap, te weinig bezig met beleid'), maar de staatssecretaris deed net alsof ze een vertederende ontmoeting met een wat onhandige minnaar achter de rug had. “Ik vond best dat ie geestige dingen zei, hij deed het op een sportieve manier.” Ze sprak van “een balans die ik goed kan hebben”.

Nu even afwachten of Bolkestein het ook zo'n geestige balans vindt.