5000 acteurs op auditie in Iran

Salaam Cinema. Regie: Mohsen Makhmalbaf. Met: Azadeh Zangeneh, Maryam Keyhan, Feyzolah Ghashghai, Shaghayegh Djodat, Mohsen Makhmalbaf. In: Desmet, Amsterdam; Haags Filmhuis.

In veel recente Iraanse films wordt een dubbelspel gespeeld met fictie en realiteit. Zo lijkt Jafar Panahi's De spiegel (1997) een speelfilm over een meisje dat de weg naar huis niet kan vinden, totdat plotseling de hoofdrolspeelster zich tot de regisseur wendt en zegt dat ze geen zin meer heeft in de film. Dan verandert de film in een documentaire over een onwillige actrice, maar ook dat is - vermoedelijk - schijn, want - waarschijnlijk - van te voren afgesproken. Hebben de amateuracteurs in Abbas Kiarostami's Through the Olive Trees (1994), die hun problemen bij de opnamen van een eerdere film van dezelfde regisseur naspelen, nu soms geen instructies gekregen?

Het Escherachtige labyrint van documentaire en fictie doet zich eveneens voor in Salaam cinema, een in 1994 ter gelegenheid van het eeuwfeest van de cinema opgenomen film van Mohsen Makhmalbaf, een bekende figuur in Iran en daarbuiten (in Nederland werden zijn Gabbeh en A Moment of Innocence eerder uitgebracht). Makhmalbaf heeft een advertentie gezet in de dagbladen dat hij audities houdt voor acteurs in een volgende film. Op het afgesproken moment verdringt zich een menigte van vijfduizend mensen voor de ingang van de filmstudio. Het geduw en getrek van de filmgekke aspirant-sterren vormt het begin van Salaam Cinema en is overduidelijk documentair. Dan roept Makhmalbaf door een megafoon dat hij iedereen een kans wil geven, maar slechts honderd mensen gebruiken kan. Bovendien, zo waarschuwt hij, zullen de proefopnamen integraal deel uitmaken van de film.

Desondanks realiseren de kandidaten die voor de tafel van de regisseur om een rol smeken, zich nauwelijks dat zij op dat moment al een rol spelen en dat de beslissing over hun aanwezigheid in de film pas in de montagekamer zal vallen. Er is namelijk helemaal geen andere film dan een documentaire over de audities. Of is ook dat een speelfilm?

In een interview stelt de regisseur dat er twee Makhmalbafs betrokken waren bij Salaam Cinema: de man die achter de tafel een hardvochtige regisseur speelt (wie niet op commando binnen dertig seconden kan huilen, dient te vertrekken, zo wreed is de cinema) en de regisseur van Salaam Cinema, die verantwoordelijk is voor alles wat er opgenomen wordt. Op mijn hoede door eerdere ervaringen met Iraanse films acht ik het niet uitgesloten dat de ene Makhmalbaf zijn acteurs nog meer instructies heeft gegeven dan de andere Makhmalbaf achter de tafel in beeld.

Intrigerend, prikkelend en duizelingwekkend is Salaam Cinema zonder twijfel, maar ook, zeker na verloop van tijd, narcistisch en futiel. Het is een portret van mensen die alles doen om aan de film te mogen meedoen, maar ook een zelfportret van een gretig God spelende regisseur, genietend van zijn macht. Hoe eerlijk of vals Makhmalbaf speelt, is een calvinistisch soort vraag, waar de film zelf het antwoord op schuldig probeert te blijven. Eerlijk gezegd begint de lust om mee te spelen met de Iraanse Drostedoosjes me langzamerhand ook een klein beetje te vergaan.