Zwitserland en wereld spreken verschillende talen

Het duurde maar liefst twee jaar voordat de ophef over de rol van Zwitserland in de Tweede Wereldoorlog omgezet werd in de eerste betaling, vandaag, aan een slachtoffer van de Holocaust.

ROTTERDAM, 18 NOV. Het was gemakkelijker om het geld bij elkaar te krijgen dan om het uit te geven, zei Rolf Bloch onlangs. Bloch is voorzitter van het Zwitserse fonds voor 'hulpbehoevende slachtoffers van de Holocaust', dat een bedrag van ongeveer 360 miljoen gulden beheert, bijeengebracht door particuliere banken en bedrijven, en de Zwitserse Nationale Bank. Vandaag overhandigt hij de eerste vierhonderd dollar, zo'n achthonderd gulden, aan Riva Sefere, een joods-Letse vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk in het getto van Riga leefde en in 1941 naar een nazi-werkkamp werd gedeporteerd.

Volgens Bloch zijn de fondsbeheerders bij hun poging om het geld snel te besteden, tegengewerkt door joodse organisaties die vorig jaar juist zo hadden aangedrongen op de oprichting van het fonds. Eerst traineerden de organisaties de samenstelling van het bestuur en daarna lieten ze het een paar keer afweten op geplande vergaderingen. Vervolgens kwamen ze te laat met namenlijsten van slachtoffers die financiële hulp het dringendst nodig hadden. En toen die lijst er eenmaal was, bleken de gegevens verre van volledig.

Bloch heeft ongetwijfeld gelijk, maar het is zeker niet de enige reden dat het meer dan twee jaar heeft geduurd voordat de ophef over de dubieuze rol van het 'neutrale' Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog in concrete uitbetalingen aan Holocaust-slachtoffers is omgezet.

De Zwitsers hebben de afgelopen jaren met hun spreekwoordelijke precisie gereageerd op alle aantijgingen over dat oorlogsverleden. Task forces werden in het leven geroepen, agenda's bepaald, onderzoekscommissies opgericht, en fondsen gesticht. Dat resulteerde in een groot aantal Zwitserse activiteiten, die door alle andere betrokkenen stuk voor stuk werden bestempeld als 'te beperkt'.

Keer op keer blijken de partijen in het conflict - Zwitserland aan de ene en joodse organisaties en vooral de Verenigde Staten aan de andere kant - een verschillende taal te spreken. Neem bijvoorbeeld het in mei verschenen rapport over het Zwitserse oorlogsverleden, van de Amerikaanse onderminister van Handel Stuart Eizenstat, waarin werd geconcludeerd dat Zwitserland door het beschikbaar stellen van bankfaciliteiten aan nazi-Duitsland heeft bijgedragen aan het verlengen van de oorlog. Woedend waren de Zwitsers over die conclusie. De Amerikanen begrepen echter niets van die opwinding. Diplomaat Richard Holbrooke, behalve vredesonderhandelaar in Bosnië ook vice-voorzitter in het bestuur van de bank Crédit Suisse First Boston, vond dat Eizenstat “zijn best had gedaan”. Natuurlijk kon je het oneens zijn met delen van de inhoud van het rapport, maar kissebissen “over de historische details leidt niet tot de oplossing van het probleem”.

Zwitserland gaat het juist wel om de details. Al was het alleen maar omdat met die details mogelijk beschuldigingen tegen het land weerlegd kunnen worden. Terwijl in Amerika verschillende overheidsinstellingen sancties hebben afgekondigd tegen Zwitserse banken, en pensioenfondsen nog steeds dreigen hun geld uit Zwitserse beleggingsfondsen terug te trekken, wijdt de eerbiedwaardige Neue Zürcher Zeitung een hele pagina aan het 'methodologisch fundament' van de historische onderzoekscommissie die de Zwitserse nationale archieven op details gaat uitvlooien.

Toch lijken Zwitserland en de VS heel langzaam elkaars taal te leren. De Zwitsers zijn uiteindelijk met geld over de brug gekomen - ook al mag dat officieel niet worden gezien als bekentenis van schuld maar als een vorm van solidariteit met slachtoffers van nazi-Duitsland. Lijsten van joodse slapende rekeningen op Zwitserse banken zijn gepubliceerd en er is een commissie van historici aan het werk gezet - ook al moet nog jaren op de uitkomst worden gewacht.

De Amerikanen hebben op hun beurt hun taal enigszins gekuist. Dit weekeinde voerde Madeleine Albright zelfs even overleg met de Zwitserse regering - het was voor het eerst in 36 jaar dat een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Bern officieel bezocht - om een paar verzoenende woorden te spreken. “Ik bewonder u voor de vooruitgang die u hebt geboekt en moedig u aan om door te gaan met uw pogingen om recht te doen, vertrouwen te herwinnen (...) en deze pijnlijke periode van onderzoek naar het verleden tot een bevredigend einde te brengen”, zei Albright. Haar woorden werden vanuit Washington kracht bijgezet door Stuart Eizenstat, die herhaalde dat de federale regering geen voorstander was van de boycot van Zwitserse financiële instellingen door sommige Amerikaanse steden en staten.

Ook die Amerikaanse mildheid is overigens niet gespeend van pragmatisme. Volgend jaar stemt de Zwitserse bevolking per (bindend) referendum over het 'solidariteitsfonds', waaruit ook nazi-slachtoffers kunnen putten - ter waarde van zeven miljard franken (ongeveer tien miljard gulden), dat moet worden gefinancierd uit een herwaardering van 's lands goudreserve. Als de wereld al te hard op de Zwitsers blijft inbeuken, zullen ze die solidariteit zeker niet op kunnen brengen.

    • Paul Luttikhuis