'Zege voor de Hassaniaanse democratie'

Geen van de drie grote Marokkaanse blokken kan na de verkiezingen alleen gaan regeren: elk blok heeft ongeveer een derde van de stemmen. En zo had koning Hassan II het ook gewild.

RABAT, 18 NOV. De parlementsverkiezingen in Marokko hebben - precies zoals verwacht en door koning Hassan II gewenst - geen doorslaggevende overwinning opgeleverd voor een van de drie grote politieke blokken. Elk blok behaalde ongeveer 30 procent van de uitgebrachte, geldige stemmen - onvoldoende om alleen te regeren.

De vier partijen die zich in het 'linkse' Kutla-blok hebben verenigd kregen samen 102 zetels. De drie partijen binnen het 'rechtse' Wifak-blok veroverden samen 100 zetels. En het 'centrum'-blok, bestaande uit drie partijen, behaalde 97 zetels. Aangezien de Tweede Kamer uit 325 zetels bestaat en er voor de krapst mogelijke meerderheid 163 stemmen nodig zijn, moeten de partijen een coalitieregering vormen.

Al voor de verkiezingen regende het klachten over de handel in stemmen door diverse kandidaten - 200 dirham, oftewel 44 gulden per stem. Een van de kranten schreef zelfs dat “geld en het kopen van stemmen de belangrijkste aspecten zijn geworden van de Marokkaanse marketingpolitiek”. Maar ditmaal werd de regering er niet luidkeels van beschuldigd de verkiezingsuitslagen op grootscheepse wijze te hebben vervalst. De buitenlandse journalisten hebben evenmin iets gemerkt van onregelmatigheden of intimidaties. De conclusie is dat de overheid zich over het algemeen neutraal opstelde.

De stembussen waren doorzichtig, en in de kieslokalen waren overal voldoende stapeltjes gekleurde stembiljetten. Onder toezicht van waarnemers uit diverse partijen, die nergens uit de stembureaus werden weggejaagd, moesten de kiezers alle 16 stembiljetten (van elke partij één) pakken en het biljet van 'hun' partij in een stemhokje achter een gordijn in een enveloppe doen. De 15 door hen versmade stembiljetten konden ze niet in een prullenmand gooien, maar moesten ze meenemen. Voor velen leverde dat een aardige bijverdienste op. Ze hoefden buiten de stembureaus die 15 meegenomen stembiljetten alleen maar aan de kandidaat van de 16de partij te laten zien om de 200 dirham binnen te halen, die aan het eind van de dag zelfs tot 300 dirham verhoogd werd.

Driss Bassri, de bijna almachtige minister van Binnenlandse Zaken, die nu al zo'n twee decennia deze post bekleedt, liet zich op een persconferentie innig tevreden uit: “Zijne majesteit de koning heeft persoonlijk ervoor gewaakt dat het verkiezingsproces in strikt respect voor de regels van de moraal en de wet is verlopen.” De grootste krant en 's konings trouwste spreekbuis, Le Matin du Sahara et du Maghreb, beaamde dat zondag met de kop: 'Overwinning voor de Hassaniaanse democratie'.

Van de bijna 13 miljoen kiesgerechtigden bracht 58 procent zijn stem uit. Maar bijna 1,1 miljoen van hen gaven zich de moeite naar de stembureaus te gaan en daar een lege enveloppe in de stembussen te deponeren. Daarmee maakten zij hun ontevredenheid kenbaar over de politiek en de politici. Deze 'nul-stemmers' zijn, qua aantal, de grootste politieke partij van het land geworden.

Marokko heeft - zoals Groot-Brittannië - een districtenstelsel, waarbij de kandidaat die op het nippertje wint, alle zetels krijgt. Daardoor is de zetelverdeling in het parlement niet altijd in overeenstemming met het aantal landelijk uitgebrachte aantal stemmen.

De meeste zetels veroverde de socialistische oppositiepartij USFP: 57. Tweede werd de rechtse regeringspartij Constitutionele Unie met 50 zetels. En derde de centrumpartij RNI van oud-premier Ahmed Osman. De conservatief-nationalistische Istiqlal-partij, die samen met de socialistische USFP in de Kutla zit, leed verrassend verlies en kwam op 32 zetels. De communisten kwamen op negen zetels, een verlies van vier sinds de verkiezingen van 1993.

Voor het eerst sinds bijna twintig jaar komen er nu ook negen moslim-fundamentalisten in de Tweede Kamer. Zij zitten in de Democratische en Constitutionele Volksbeweging (MPDC) van dr. Abdulkrim al-Khatib, een oude vriend van de koning.

Twaalf dagen geleden zei dr. al-Khatib in een drukbezochte verkiezingsbijeenkomst: “Onze cultuur is in gevaar omdat onze leiders ons een Westerse wijze van leven opleggen, die geen enkele band heeft met onze islamitische eigenheid. De meeste van onze vroegere en huidige ministers zijn met buitenlandse vrouwen getrouwd en sturen hun kinderen naar Westerse scholen. Wij moeten de verdedigers van een niet-confessionele samenleving de weg blokkeren. Soldaten van de islam, bevorder een door de Koran geregeerde samenleving!”

De partij liet zich zeer tevreden uit over het behaalde resultaat, al zeiden diverse partijleden onder vier ogen dat zij veel meer zetels hadden gewonnen als de overheid niet de verkiezingsresultaten had vervalst ten gunste van de socialistische Unie van Socialistische Volkskrachten (USFP). Beide partijen hadden - o toeval - van de regering dezelfde kleur paars voor hun stembiljetten gekregen.

De verkiezingsuitslag betekent dat er zeer waarschijnlijk een centrum-linkse coalitieregering zal worden gevormd. De koning heeft immers herhaaldelijk gezegd dat hij consensus wil bereiken door middel van een dialoog om “een politieke wisseling van de wacht” te bewerkstelligen.

Maar de oppositie kan een 'paarse' coalitie op z'n Marokkaans heel moeilijk verkroppen. Zoals Libération, het blad van de USFP, schreef: “Kutla kan alleen regeren, als ze de steun van een buitenstaander zoekt, die noch haar politieke idealen steunt noch haar toekomstvisie deelt.”

In werkelijkheid is Kutla innerlijk eveneens sterk verdeeld. De deelnemende partijen waren het al vóór de verkiezingen zó oneens met elkaar dat zij er niet in slaagden gemeenschappelijke kandidaten te benoemen of een gemeenschappelijk verkiezingsplatform te formuleren.

Binnen de socialistische USFP heerst de nodige teleurstelling dat men niet veel meer zetels heeft gewonnen - wat altijd leidt tot beschuldigingen dat de regering verkiezingsfraude heeft gepleegd. Bovendien zijn er binnen het USFP elkaar bestrijdende stromingen. Eén groep rond vakbondsleider Nadir Amawi wil - zoals hijzelf nog maar een week geleden in het openbaar verkondigde - “doorvechten tegen het imperialisme, het kolonialisme en de multinationals”. De groep rondom partijleider Abderrahman el-Youssoufi vindt dat niet echt een programma om mee te regeren, en spreekt dus van “moderne, socialistische principes”.

De koning zal veel massage moeten toepassen om de centrum-linkse regering die hij voorstaat te (laten) vormen. Hij heeft daarvoor tijd nodig en zal dan ook naar verwachting pas in januari een nieuwe premier benoemen.

Maar niets staat vast. Want, zoals minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri zaterdag aan de journalisten vertelde: “Alles is toegestaan en alles ligt open.”