Wachtlijsten

“De meeste wachtlijsten verdwijnen spontaan”, meent de heer J. Verhoeff, hoofdinspecteur gezondheidszorg in de krant van 12 november.

Deze krasse uitspraak wordt helaas niet met enig voorbeeld of verklaring toegelicht. Wie gebruik maakt van de diensten van de Nederlandse gezondheidszorg zal niet direct instemmen met dit opvallende standpunt. Bij diegenen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg heerst gelukkig deze opvatting niet. In het veld weet men dat grote inspanningen nodig zijn om de steeds groeiende stroom patiënten adequaat te verwerken.

In hetzelfde artikel kan de lezer van de inspecteur vernemen dat de wachtlijsten van oogartsen zo zijn toegenomen doordat “de oogartsen er een rommeltje van maken door slechte werkafspraken met andere hulpverleners in hun sector”. Ook blijkt hij nog oogartsen te ontmoeten die de gehele dag brillen staan aan te meten.

Ik raad de heer Verhoeff aan om zijn departement eens een moment te verlaten en een willekeurige oogafdeling in een ziekenhuis te bezoeken (zoals hij weet, is - in tegenstelling tot buurlanden als Duitsland, België en Frankrijk - de solitaire oogarts, die hoofdzakelijk brillen voorschrijft, nagenoeg uit het Nederlandse stadsbeeld verdwenen).

De oogheelkundige praktijk, die hij hier kan waarnemen, wordt gekenmerkt door een rijke schakering aan oogziekten, ongevallen en een sterk toenemende groep operatiepatiënten. Ook bij de inspectie is de aanzienlijke jaarlijkse groei van het aantal oogoperaties bekend evenals de verbetering van productiviteit door steeds kortere opnames. Deze groei wordt helaas beperkt door een door onze overheid opgelegd budget en niet door gebrek aan efficiency van oogartsen.

In ons land wordt binnen de oogheelkundige praktijken intensief samengewerkt met orthoptisten (en niet orthopeden, zoals vermeld in het desbetreffende artikel) en optometristen. Als oogartsen zouden we direct meer ondersteuning van deze beide belangrijke beroepsgroepen wensen, doch helaas bepaalt ook hier ons nationaal budget de kwantitatieve mogelijkheden.

    • Dr. C.E. van Nouhuys