Scenario's voorzien voortgezette groei economie

De nieuwe economische scenario's van het Centraal Planbureau vormen belangrijke bouwstenen voor het volgende regeringsakkoord.

DEN HAAG, 18 NOV. Hoe het de Nederlandse economie ook zal vergaan, het volgende kabinet wacht een zware taak. Bij een vertraging van de economische groei wordt het een hele klus om èn het overheidstekort te verkleinen èn de lasten te verlichten èn geld te vinden voor nieuwe plannen. Bij een aanhoudend sterke groei slibben de autowegen verder dicht, ontstaat er een nijpend gebrek aan hoger opgeleid personeel en draagt een verdere uitstoot van kooldioxyde bij aan de milieuvervuiling.

De Tweede-Kamerverkiezingen van volgend jaar mei moeten nog uitwijzen wie straks over Nederland gaat regeren, maar een belangrijke bouwsteen voor het nieuwe regeerakkoord ligt al op tafel. Het Centraal Planbureau (CPB) presenteerde gisteren zijn 'Economische verkenning voor de volgende kabinetsperiode'. De nationale rekenmeester schetst hierin de financiële armslag èn de agenda voor de politiek in de periode 1999-2002.

Op grond van de verwachtingen voor de VS, Japan en vooral Europa schetst het CPB naast een 'behoedzaam' scenario met een economische groei van 2 procent ook een 'gunstig' scenario met een jaarlijkse groei van 3,25 procent. Volgens directeur F. Don van het CPB moeten de scenario's worden “gezien als een vork waarin de economie zich tussen 1999 en 2002 zal bewegen”.

Bij tegenvallers, zoals een trage start van de euro of het op hol slaan van computers op 1 januari 2000, kan de groei lager uitvallen dan 2 procent. Bij meevallers zoals een technologische doorbraak groeit de economie mogelijk harder dan met 3,25 procent.

De concept-verkiezingsprogramma's van PvdA, CDA en D66 die op dit moment worden doorgerekend door het CPB, gaan uit van een 'behoedzaam' scenario. Voor Nederland, dat met zijn open economie sterk afhankelijk is van internationale ontwikkelingen, ontrolt zich dat als de wereldhandel jaarlijks vier procent groeit. De groei in de VS vlakt af (1,75 procent), het herstel in Japan komt langzaam op gang (1,5 procent) en in de Europese Unie (1,75 procent) komt de Economische en Monetaire Unie (EMU) moeizaam tot stand met als gevolg onder meer een hogere rente.

De overheid heeft dan in 2002 ongeveer zes miljard gulden over voor lastenverlichting (1,5 miljard) en reductie van het tekort (4,5 miljard), twee zaken die naast de loonmatiging gelden als dé oorzaak van het huidige economische succes. De staatsschuld daalt dan tot 68,5 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) in 2002 (thans 70 procent), het tekort gaat van 1,9 naar 1,4 procent. Met dit behoedzame scenario is nauwelijks ruimte voor nieuwe plannen, tenzij er bezuinigd wordt. De grote partijen hebben al aangegeven extra te willen bezuinigen.

De Britse denktank Economist Intelligence Unit en De Nederlandsche Bank (DNB) gaan uit van twee procent groei de komende jaren. Minister Zalm (Financiën), oud-directeur van het CPB, rekent op minimaal één slecht jaar. Niettemin ziet Don de twee procent als “een redelijke ondergrens” en houdt het CPB rekening met uitbundiger groei, als de wereldhandel zo'n 6,75 procent groeit.

In dat geval heeft de overheid bijna 30 miljard gulden over voor lastenverlichting (8 miljard) en het verlagen van de rentelasten (ruim 21 miljard). De overheid krijgt dan te maken met een klein financieringsoverschot in 2002 en de staatsschuld zal verminderen tot 60,75 procent van het bbp, net boven de officiële EMU-norm.

Don gaf gisteren aan dat lastenverlichting voor de middellange termijn effectiever is dan tekortreductie. Lagere lasten genereren bescheidener looneisen hetgeen de werkgelegenheid stimuleert, waardoor er vervolgens meer belastingen en premies binnenstromen: “Op de lange termijn zou deze aanpak, mede met het oog op de vergrijzing, echter ongunstig uitpakken, want dan blijft Nederland met de hoge rentelasten zitten.”

Het CPB onderkent ook wel enkele mogelijke tegenvallers, zoals in de woorden van Don “een recessie, het mislopen van de EMU of ernstige politieke ongelukken”. Andere risico's zitten in de zorgsector, die door de snel ouder wordende bevolking snel uitdijdt, en de komst van asielzoekers die voor onvoorziene uitgaven kunnen zorgen. Het CPB herhaalde zijn al vaker geuite zorg over belastingontwijking met spaarloonregelingen en lijfrente-aftrek.

Ook als de economische groei wel 'gunstig' blijft, kan die de overheid veel hoofdbrekens bezorgen. Meer groei, meer transport, meer congestie. Het kabinet trekt echter vooral geld uit voor de grote infrastructurele projecten (Betuwelijn), die tot 2002 geen bijdrage leveren aan de opvang van de knelpunten. Don pleitte dan ook voor beter benutting van de huidige capaciteit door onder meer de invoering van het rekeningrijden.

Weliswaar neemt door de verschuiving van goederen naar diensten de druk op het milieu toe, maar zonder ingrijpen blijft de uitstoot van kooldioxyde toenemen. De vraag naar vooral technisch geschoold personeel zorgt voor een opwaartse druk op de lonen, zodat de overheid met scholing moet zorgen dat ouderen aan het werk blijven en laaggeschoolden aan het werk komen.

De laaggeschoolde werklozen blijven hoe dan ook Nederlands grootste probleem. Hoe de groei ook uitvalt, het CPB vindt het 'lastig' aan te geven hoe de werkloosheid in Nederland kan blijven dalen. Het huidige kabinet wil afgerekend worden op 'werk, werk en nog eens werk' en heeft door middel van Melkert-banen en loonkostensubsidies getracht vooral laaggeschoolden aan het werk te helpen. “We geloven dat dit een effectief middel is om werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren”, meent het CPB. Maar er moet meer gebeuren, door het verschil tussen netto-loon en netto-uitkering te vergroten. Hoe, daar is het CPB nog niet uit.