Openbaar bestuur

Een werkgroep onder leiding van dr. J. van Kemenade van, naar het toeschijnt, in meerderheid bestuurders, concludeert dat de rechter te vaak op de stoel van het bestuur gaat zitten (NRC Handelsblad, 12 november).

Er wordt gesproken van een onaanvaardbare aantasting van de eigen verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur. Dat bestuur moet in rechte kennelijk te vaak bakzijl halen.

De rechtspraktijk leert dat rechterlijke negatieve sanctionering van bestuurlijk optreden meestal wordt ingegeven door de wijze waarop het bestuur zijn bevoegdheden uitoefent. Toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur impliceert dat. Van een oprukkende rechterlijke macht is hier geen sprake. Wel is sprake van frustratie van het bestuur. Kritiek op de rechterlijke macht is daarbij niet op zijn plaats. Zelfkritiek is meer gepast.

Kennelijk slaagt het bestuur er veelal niet in haar bevoegdheden behoorlijk uit te oefenen. Nadere beschouwing van het functioneren van het bestuur en zijn uitvoeringsorganisatie is meer terzake dan een heksenjacht op de rechterlijke macht.

    • Mr. E.J.S.A. Wortmann