National Gallery Washington toont geroofde kunst

WASHINGTON, 18 NOV. Vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap in de Verenigde Staten hebben de U.S. National Gallery of Art in Washington gekritiseerd omdat deze vier kunstwerken exposeert die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's van Franse joden zijn gestolen.

De werken, waaronder schilderijen van Edgar Degas en Edouard Manet, hangen op een expositie met bruiklenen van een stichting die is opgericht door de inmiddels overleden Zwitserse industrieel Emil G. Buhrle. Volgens een rapport van het Amerikaanse leger was Buhrle een van de belangrijkste Zwiterse handelaren in door nazi's gestolen kunst.

“Deze tentoonstelling roept veel vragen op, onder andere waarom uw prestigieuze instelling een publiek platform geeft aan zo'n grote handelaar in gestolen kunst”, schrijft Sidney Clearfield, vice-president van de joodse organisatie B'nai B'rith aan de directeur van de National Gallery, Earl Powell. Volgens Ori Soltes, directeur van het National Jewish Museum in Washington, is het onmogelijk dat de Zwitserse industrieel niet heeft geweten waar de schilderijen die hij kocht vandaan kwamen. De tentoonstelling, die is ingericht ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Buhrle, was eerder in Montreal, Yokohama en Londen te zien. Op de vier gestolen werken zijn nooit claims gelegd. (AP)