Mogelijk geen lagere btw op diensten

BRUSSEL, 18 NOV. Een voorstel om de BTW op arbeidsintensieve diensten in de Europese Unie te verlagen, staat op losse schroeven. Vooral Nederland dringt er op aan de lasten te verlichten voor bijvoorbeeld schoenmaker, kappers en fietsenmakers. Ook Frankrijk voelt daar voor. Maar met name Duitsland verzet zich tegen het voorstel dat een flinke belastingderving zou betekenen.

Dat bleek gisteren in Brussel tijdens een zogeheten 'jumboraad' van ministers van financiën, van economische en van sociale zaken, ter voorbereiding van een werkgelegenheidstop donderdag en vrijdag in Luxemburg. De BTW-verlaging op arbeidsintensieve diensten was een van de meeste concrete voorstellen voor de top. Landen zouden hiertoe niet verplicht worden, maar Duitsland wil dat deze belasting geharmoniseerd blijft.

Ter voorbereiding van de eerste werkgelegenheidstop heeft Luxemburg, momenteel voorzitter van de Europese Unie, vijftien richtsnoeren geformuleerd. Per lidstaat kunnen deze worden ingevuld, waarna ze jaarlijks worden geëvalueerd. Zo zouden werklozen binnen een jaar aan een baan of opleiding moeten worden geholpen, jeugdige werklozen binnen een half jaar. De termijn waarop de lidstaten aan de richtsnoeren moeten voldoen, zal per land verschillen. Volgend jaar juni, op een top in het Britse Cardiff, zouden de landen hun nationale werkgelegenheidsplannen moeten presenteren. De eerste evaluatie zou plaatshebben op de top in december 1998 in Oostenrijk. De Europese Commissie kwam aanvankelijk met voorstellen voor de hele Europese Unie, die er toe moesten leiden dat binnen vijf jaar de arbeidsparticipatie zou stijgen van 60 naar 65 procent.

Daartegen kwam verzet, omdat de verschillen in werkeloosheid en werkgelegenheidsbeleid tussen de lidstaten groot zijn. Minister Melkert (Sociale Zaken) was gisteren over de Luxemburgse inzet “redelijk te spreken”. Volgens Melkert zijn afspraken per lidstaat “comitterender” dan doelstellingen voor de hele Unie, die ver van de nationale werkelijkheid kunnen staan.

Duitsland en Spanje hebben zich het hardst verzet tegen doelstellingen in cijfers. Duitsland lijkt te kunnen leven met de huidige voorstellen, behalve met de doelstelling het percentage werklozen die een opleiding krijgt aangeboden te verhogen van 10 tot 25 procent.

Ook Spanje, dat kampt met een werkloosheidscijfer van ongeveer 20 procent, heeft nog bedenkingen bij de Luxemburgse voorstellen. “We moeten praten over oriëntering, niet over doelen of verplichtingen”, aldus gisteren de Spaanse minister van Financiën Rato. Frankrijk, dat de motor is achter de werkgelegenheidstop, gaf gisteren toe dat de top niet zal leiden tot een directe doorbraak. “Als we een effect verwachten de dag na de top in Luxemburg, zitten we er helemaal naast”, zei de Franse minister Aubrey van werkgelegenheid. “Dit is een eerste stap.”