Mein Kampf

In zijn artikel in NRC Handelsblad van 12 november over de heruitgave van 'Mein Kampf' in Nederland komt drs. W.S. Hubers tot de conclusie: “Voor de Nederlandse Staat is bij de heruitgave geen enkele rol weggelegd.” Hubers houdt mijns inziens in zijn artikel onvoldoende rekening met het Besluit Vijandelijk Vermogen (No.E 133) van 20 oktober 1944 (nadien een aantal malen gewijzigd).

Art.3 lid 1 van dit Besluit luidt als volgt: 'Vermogen, toebehoorende aan een vijandelijken staat of aan een vijandelijken onderdaan, gaat met het in werking treden van dit besluit van rechtswege over op den Staat, behoudens ...' ( de hierna genoemde artikelen zijn niet relevant).

In art.1 sub 8 wordt de omschrijving van het begrip 'vermogens' gegeven: 'alle vermogensrechtelijke rechten en bevoegdheden in den ruimsten zin enz.', waaruit blijkt, dat auteursrechten hier zeker onder vallen. Met andere woorden, of deze rechten thans in Duitsland toebehoren aan de erven van Hitler, aan de Zentral-verlag der NSDAP Franz Eher of aan de deelstaat Beieren maakt voor Nederland geen verschil, want voorzover de rechten 'binnen het Koninkrijk kunnen worden geldend gemaakt' (aldus E 133) zijn zij van rechtswege overgegaan op de Staat der Nederlanden.

Wat de rechten op de uit 1939 daterende vertaling betreft is de voorgeschiedenis, zoals uit Hubers' artikel blijkt, nogal gecompliceerd, maar het zou mij verbazen indien ook hierbij, in het kader van de wetgeving op het vijandelijk vermogen en op de ongeldigheid van contracten, die door Nederlanders in bezet gebied werden afgesloten met vijandelijke onderdanen, geen rol voor de staat zou zijn weggelegd.

    • Mr. A.Ij.A. Looijen