Kettingreactie

DE CRISIS begon in Thailand en heeft inmiddels Zuid-Korea bereikt. Sinds in juli de Thaise autoriteiten de vaste wisselkoers van de bath loslieten, zijn de munten van Thailand, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen met dertig à veertig procent in koers gedaald. De Singapore-dollar heeft klappen opgelopen, de Hongkong-dollar heeft de aanval vooralsnog afgeslagen.

En nu heeft Zuid-Korea de verdediging van zijn munt opgegeven. De financiële problemen beperken zich niet tot scherpe devaluaties van de Zuid- en Zuidoost-Aziatische munten. In al deze landen zijn de effectenbeurzen ingestort. Japan ondervindt directe gevolgen van de crisis en verkeert in een staat van economische verlamming, waarvan de verschijnselen worden verergerd door de wankele positie van het Japanse bankwezen. Een grote Japanse bank is deze week bankroet gegaan en een van de vier grote effectenhuizen verkeert in ernstige moeilijkheden. De opleving van de beurs van Tokio gisteren en vandaag is op zijn best een eerste zwaluw die nog geen lente maakt.

De gevolgen doen zich ook buiten Azië gelden. De munten in Zuid-Amerika staan onder druk: de Argentijnse peso en de Braziliaanse real wankelen. De vrees bestaat dat de Russische roebel en andere Oost-Europese munten de volgende slachtoffers zullen zijn. Door de plotselinge angst voor het risico van devaluaties zijn de effectenbeurzen en obligatiemarkten van opkomende landen in elkaar geploft.

HET ANTWOORD van het Westen op deze ontwikkelingen is tot nu toe terughoudend geweest. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft snelle financiële steun voor Thailand (17,2 miljard dollar) en Indonesië (32 miljard dollar) gecoördineerd. De bedragen worden steeds groter en de volgende cliënt, Zuid-Korea, dient zich al aan. Wat zal het IMF doen als Hongkong in moeilijkheden komt, of de Volksrepubliek China? De terughoudendheid is voor een deel ingegeven door de overtuiging dat de afkoeling van oververhitte economieën dringend gewenst was. Men hoopt dat de luchtballon van overgewaardeerde munten, te hoog gestegen beurskoersen en overgefinancierde onroerend-goedprojecten beheerst zal leeglopen. Dat kan op zichzelf een pijnlijke, maar onvermijdelijke fase zijn in het economische proces. Maar geleidelijk blijken de overloop-effecten groter te zijn dan aanvankelijk werd geschat. Als één land wordt gedwongen tot devaluatie, worden andere landen meegezogen om hun munten ook in koers te laten dalen. Dat heet 'concurrerende devaluatie'.

EEN HERHALING van de jaren dertig, toen de industrielanden zichzelf steeds dieper in de depressie devalueerden, ligt niet voor de hand. Maar riskant is de situatie wel. Nu al leidt de plotselinge vraaguitval van Zuidoost-Azië tot bijstelling naar beneden van de groeiverwachtingen in de Westerse landen en Japan omdat hun exportkansen naar deze landen afnemen. Anderzijds kan een vloedgolf van goedkope exporten uit de landen die hun munten hebben gedevalueerd, leiden tot protectionistische reflexen in de Verenigde Staten en, wellicht, ook in de Europese Unie. Als het Aziatische virus overslaat naar China, Zuid-Amerika, Rusland en Oost-Europa kunnen de gevolgen voor de internationale economische stabiliteit ernstig worden. Op de topconferentie van de APEC, de bundeling van Aziatische landen en landen rondom de Stille Oceaan, die deze week in Vancouver wordt gehouden, zal beheersing van de economische crisis in de regio het hoofdthema van gesprek zijn. Helaas laat de politieke slagvaardigheid in de Aziatische landen om het vertrouwen in hun economieën te herstellen, tot nu toe veel te wensen over. Maar de kettingreactie van crises kan slechts met geloofwaardig beleid worden doorbroken.