Jessye Norman maakt van het lied een kleine opera

Concert: Jessye Norman (sopraan). M.m.v. Mark Markham (piano) en Quirine Viersen (cello). Liederen van Brahms en Schubert. Gehoord: 17/11, Concertgebouw Amsterdam.

Ze heeft iets van de perfecte gastvrouw, Jessye Norman. Het moge lastig zijn afspraken met haar te maken, maar als ze deze ten slotte gestand doet, is La Norman met haar gedistingeerd trage bewegingen, haar bevroren Prodent-lach en haar smaakvolle avondtoilet louter twinkelende voorkomendheid. Haar gasten bedient zij op hun wenken. Meerdere toegiften voor een uitzinnig publiek zijn eerder regel dan uitzondering.

Weliswaar was Normans recital een kleine maand verschoven, maar gisteren zong zij dan toch voor zo'n 2200 mensen in een uitverkocht Concertgebouw in Amsterdam, waarmee de 52-jarige Amerikaanse sopraan in tien jaar tijd hier zes maal heeft opgetreden. Haar begeleider was niet Roger Vignoles, zoals eerder bekend werd gemaakt, maar de alerte Mark Markham, dezelfde pianist die haar vorig jaar begeleidde. En ook de Nederlandse celliste Quirine Viersen - zij speelde bij Normans recital in 1994 - was weer van de partij in Gestillte Sehnsucht en het Geistliches Wiegenlied van Brahms.

Tot en met de drie toegiften zong Norman een geheel Duitstalig programma met muziek van de allergrootsten onder de liedcomponisten: Franz Schubert en Johannes Brahms. De een werd twee eeuwen geleden geboren, de ander verwisselde honderd jaar terug het tijdelijke voor het eeuwige. Er zijn zangers die dit repertoire fijnzinniger vertolken, maar wat stemcapaciteit betreft moeten zij allen in Norman hun meerdere erkennen. Norman paart een nog altijd fenomenaal stemgeluid aan een dramatisch inlevingsvermogen. Liederen worden in haar vertolking miniatuuropera's, zo gauw ze zich daar ook maar enigszins toe lenen.

Naast de ongebreidelde levenslust die Norman struis bejubelde in Brahms' Zigeunerlieder, was het vooral de Dood die in verschillende toonaarden werd bezongen. In Brahms' Immer leiser wird mein Schlummer jongleerde Norman op momenten veelzeggend op juist de spaarzame smartelijke samenklanken. Van Schuberts Der Tod und das Mädchen maakte zij een aangrijpend rollenspel, terwijl diens Erlkönig een volwassen toneelstuk werd voor drie acteurs en een verteller. Norman weet de verschillende rollen van geruststellende vader, angstig kind en een verleidelijk, berekenende Dood elk een zeer persoonlijk karakter te verlenen. Haar interpretatie is in de fysieke uitbeelding haast cinematografisch.

Je moet er van houden, zeker, maar zelden zal een zanger zo'n ondubbelzinnige tekstuitbeelding van Goethe's gedicht hebben gegeven als Norman dat maandag deed. En de vrijheden die zij zich ten gunste van de tekstexpressie veroorloofde (glissandi, het voor een kort moment betekenisvol laten buitelen van de toon, het opvoeren van het tempo) zijn wel het beste bewijs van hoe mijlenver zij boven de materie staat. In dit recital liet Norman zich opnieuw horen als een zangeres die technisch amper nog belemmeringen lijkt te kennen, en hoewel ook bij haar de jaren gaan tellen, plaatst zij een punt diep in de laagte nog even gemakkelijk als een accent ver in de hoogte.

    • Emile Wennekes