Invoering euro

Biljetten en munten van de toekomstige Europese munt, de euro, zullen vanaf 1 januari 2002 in omloop worden gebracht. De ministers van Financiën van de Europese Unie blijven bij deze datum, die al op de top eind 1995 in Madrid was afgesproken.

Protest tegen de invoeringsdatum was gerezen bij de detailhandel, die vreest voor chaos als de euro wordt ingevoerd midden in de uitverkoopperiode na Kerst. Nederland heeft daarom gepleit de euro in te voeren op 1 februari 2002, maar vond nauwelijks medestanders. “Het belangrijkste vonden we dat iedereen de euro op dezelfde dag in omloop brengt”, aldus gisteren minister Zalm (Financiën).

De landen die deelnemen aan de euro hebben zes maanden de tijd om hun nationale munt te vervangen door de nieuwe munt. Ze kunnen de periode waarin twee munten naast elkaar circuleren verkorten. Minister Zalm noemde een termijn van vier tot zes weken. “Hoe korter hoe beter”, aldus de bewindsman. Zijn Belgische collega Maystadt dacht aan drie maanden, terwijl Duitsland twijfelt of zes maanden wel voldoende is om automaten aan te passen aan de euro.