Interne oorlog beheerst Egypte

Toeristen zijn het slachtoffer van een bloedige interne oorlog in Egypte die ook aan vele burgers van het land het leven heeft gekost. Blind geweld tegen relatief weerloze doelen en bikkelharde vervolging van terroristen en hun aanhangers.

ROTTERDAM, 18 NOV. Een toeristenseizoen dat alle records leek te gaan slaan, is in een paar uur veranderd in een ramp. De Egyptische minister van Toerisme, Mamdouh al-Beltagi, zei gisteren dat Egypte nog steeds even veilig is als enig ander land, inclusief landen in Europa. Maar het staat vast dat de dood van 57 buitenlandse toeristen door toedoen van moslim-extremisten grote consequenties zal hebben voor Egypte.

In het begin van de jaren negentig had de dood van slechts enkele toeristen al een verwoestend effect op de Egyptische toeristenindustrie, zoals ook beoogd door de daders van de Gama'a al-Islamiyya (Islamitische Groep). Beltagi betoogde toen ook dat Egypte in feite veiliger was dan Florida (criminelen) of Groot-Brittannië (IRA). De toeristen geloofden hem niet.

Wie precies voor de aanslag verantwoordelijk is, blijft nog onduidelijk. De beweging Voorhoede van de Verovering waarschuwde in een verklaring aan een persbureau voor nieuwe aanslagen “zolang de Egyptische regering de kinderen van de fundamentalistische beweging blijft folteren en doden”. De Voorhoede van de Verovering is voortgekomen uit de Jihad (Heilige Oorlog), die in 1982 verantwoordelijk was voor de moord op president Sadat. Maar een Egyptische getuige had op de plaats van het bloedbad een pamflet van een Gama'a-eenheid gezien. “Nee tegen toeristen in Egypte - Omar Adel-Rahmans Eskader van Chaos en Vernietiging”, zo luidde de tekst van het pamflet dat bij het lijk van een Japanse toerist was achtergebleven.

Sjeik Omar is de geestelijk leider van de Gama'a, maar zit sinds enkele jaren gevangen in een Amerikaanse cel. Hij is in New York tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld omdat hij de aanslag op het World Trade Center in New York in 1993 zou hebben geïnspireerd. Tien doden, honderd gewonden en een miljoenenschade was de oogst van die aanslag. Dat sjeik Omar ver weg gevangen zit, doet er niet veel toe. Zijn aanhang teert op cassettes met zijn preken. Voldoende is dat hij daarmee een bepaalde atmosfeer creëert waarin geweld tegen ongelovigen een religieuze plicht wordt. Ongelovigen zijn nooit onschuldig.

Evenals hun tegenhangers in Algerije kennen de Egyptische moslim-extremisten geen andere methode dan blind geweld tegen relatief weerloze doelen om hun zaak te dienen. Het kost niet veel geld, er is niet veel mankracht voor nodig en de publiciteit is geweldig. Dergelijk terrorisme is dan ook zo goed als onuitroeibaar.

De Egyptische autoriteiten hebben de afgelopen jaren hun uiterste best gedaan het tegendeel te bewijzen. Nadat ze in 1992 waren verrast door het begin van de terreurcampagne tegen toeristen hebben ze met grof geweld teruggeslagen. Bij politie-invallen in schuilplaatsen van vermeende extremisten worden vaak geen arrestanten gemaakt. Militaire rechtbanken zijn ingezet om bevredigende vonnissen tegen 'terroristen' en hun helpers te vellen. Die oorlog heeft tot dusverre naar schatting 1.200 levens geëist, in overgrote meerderheid extremisten en politiemannen. Ter vergelijking: tot gisteren waren 34 toeristen gedood.

Dat beleid wordt fel gekritiseerd door mensenrechtenorganisaties, maar vond steun bij de miljoenen Egyptenaren die hun brood verdienen in de toeristenindustrie. Het is ook zeker zo dat talloze Egyptenaren de aanslagen op toeristen zien als een inbreuk op de traditie van gastvrijheid. Aan de andere kant vervreemdde het staatsgeweld, dat zich ook uitstrekte tot de in principe niet-gewelddadige Moslimbroederschap en niet of nauwelijks vergezeld ging van hervormingen, talrijke jongeren van de maatschappij. Daardoor blijft een kweekvijver bestaan voor nieuwe extremisten.

De regering leek zo'n twee jaar geleden op deze manier, ook doordat zij de fondsenwerving in het buitenland wist af te snijden, de toestand onder controle te hebben. Het extremisme was min of meer teruggedreven naar enkele gebieden in het zuiden, waar geweld (bloedwraak) toch al endemisch is. Geschat werd dat er daar nog enkele honderden extremisten actief waren.

Maar de laatste maanden was het geweldsniveau tegen kopten en politiemannen daar ook al gestegen, in wat nu een opmaat naar de nieuwe aanslagen op toeristen lijkt. Het is ook heel goed mogelijk dat de autoriteiten na een periode van rust op terreurgebied onachtzaam zijn geworden, en dat achtergebleven cellen nu hun kans grijpen.

    • Carolien Roelants