Geschikt voor een miljoen

Een miljoen gulden legt Bank Bangert Pontier bij op tafel om strafvervolging wegens witwaspraktijken af te wenden. Over boete, wederrechtelijk verkregen voordeel en koopmanschap.

ROTTERDAM, 18 NOV. Voor de 'wilde' jaren tachtig op Wall Street was het een record: justitie schikte voor 100 miljoen dollar strafvervolging wegens beursfraude met meesterspeculant Ivan Boesky. Hoe was dat bedrag tot stand gekomen? Zo groot was het jaarlijkse budget van de beurscommissie SEC en dat leek de officier van justitie wel een mooi rond getal.

Het bedrag van 1 miljoen gulden dat Bank Bangert Pontier gisteren met justitie overeenkwam om rechtsvervolging wegens vermeende witwaspraktijken af te kopen, steekt daarbij schril af, al is het voor Nederlandse begrippen niet mis. Ook als Bangert Pontier wel bij de rechtbank had moeten voorkomen, was de uitkomst een boete geweest: rechtspersonen kunnen geen gevangenisstraf uitzitten.

Orco Bank betaalde in 1995 meer dan 350.000 gulden om vervolging wegens handel in eigen aandelen op de beurs te vermijden. Het bankiersechtpaar De Bièvre (ex-ABN) schikte een voorkenniszaak eerder dit jaar voor een bedrag van bijna een miljoen gulden. Twee Nederlanders die in 1990 door de Amerikaanse beurscommissie van effectenhandel met voorkennis werden verdacht schikten de zaak voor een bedrag van samen meer dan een half miljoen gulden.

Hoe kwam het Amsterdamse Openbaar Ministerie tot het miljoen gulden? Volgens justitie heeft de bank verzuimd zeer veel grote transacties in contanten, die mogelijk duiden op witwassen, te rapporteren aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Sinds begin 1994 moeten banken en andere financiële instellingen daar bijvoorbeeld contante transacties boven 25.000 gulden melden. Het enige dat justitie wil zeggen is dat het miljoen is samengesteld uit een boete en een terugbetaling van wederrechtelijk verkregen voordeel en dat Bangert Pontier weet hoe het bedrag is samengesteld. Justitie en de Friesland Bank, de grootaandeelhouder van Bangert Pontier, weigeren verdere details bekend te maken.

“Justitie doet in zulke zaken twee dingen. Zij kijkt naar vergelijkbare gevallen”, zegt mr. P. van Schilfgaarde, die de schikking van het echtpaar De Bièvre met justitie onderhandelde. “En zij maken een nauwkeurige berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.” Zonder deze becijferingen is er geen zinnig woord te zeggen over de verhouding tussen de opgelegde boete en het verkregen voordeel. Het is geen vaste praktijk dat de boete even hoog is als het becijferde voordeel.

Publieke beschikbare informatie over vergelijkbare gevallen van bestraffing van financiële instellingen voor het overtreden van de nog jonge wet melding ongebruikelijke transacties is er niet. En een “tarieflijst” voor deze overtredingen bestaat evenmin. De frequentie van witte-boordencriminaliteit is van een andere orde dan bijvoorbeeld rijden onder invloed, bovendien is elke zaak weer anders.

Bij de schikking moet de officier van justitie bovendien ook rekening houden met de straf die een rechtbank zou opleggen. De voormalige topman van verzekeraar Vie d' Or, die in 1993 bankroet ging, kreeg een schikkingsvoorstel van een ton en betaalde. De gedupeerde polishouders vonden dat te weinig. Zij gingen in beroep bij het gerechtshof, die hen gelijk gaf.

Na de becijfering van het voordeel en het prikken van de boete is het “verder een kwestie van koopmanschap”, zegt Van Schilfgaarde. Als justitie te hoog in de boom gaat zitten, wordt het voor de verdachte verleidelijk om voor een rechtszitting te kiezen. Op zijn beurt had justitie de bank in de tang: een zitting staat garant voor nog meer negatieve publiciteit.