'Eisen voor brigade versoepelen'

DEN HAAG, 18 NOV. Om de luchtmobiele brigade van de landmacht op de gewenste sterkte van omstreeks 2.500 man te kunnen houden, overweegt de landmachtstaf de strengere opleidingseisen voor bepaalde functies in de brigade af te schaffen. Dat zou betekenen dat van mitrailleur- (MAG) en antitankschutters (Dragon), waarvan de brigade er vierhonderd telt, niet meer het diploma B van het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) wordt verlangd.

In plaats daarvan zou dan voor de hele landmacht het diploma VBO-A (de vroegere LTS) mogen volstaan.

De landmachtstaf moet binnenkort een beslissing nemen over dit voorstel van de leiding van de brigade, die het operationele hart van de landmacht vormt.

De grootste defensievakbond, VBM, en de Nederlandse officierenvereniging steunen het voorstel. Maar de bond AFMB wijst op de bijzondere taken van de brigade (VN-operaties in crisisgebieden) en noemt gelijktrekking van opleidingseisen voor de hele landmacht een “heilloze weg”.

Volgens een woordvoerder van Defensie zijn “psychische en lichamelijke eisen” voor functies in de brigade in het algemeen belangrijker dan een iets hoger opleidingsniveau. Dat vooral is de verklaring voor het hogere percentage afvallers (37) tijdens de opleiding in de brigade. De helft ervan stroomt door nu al door naar andere landmachtonderdelen, waar het percentage afvallers 25 is.

Een plan om, zoals vóór 1992 het geval was, de vereiste minimale lichaamslengte van 1.70 tot 1.65 meter te verlagen, zou terug te voeren zijn op de beschikbaarheid van andere rugzakken.

De verbeterde arbeidsmarkt voor jongeren speelt daarbij ook een rol, aldus de woordvoerder. Voor 1997 wordt gerekend op 78 procent van de benodigde 4.000 jongens en meisjes.